Artikel
1
Begripsbepalingen
-
a.
minister: de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en voor zover het betreft het beroepsonderwijs op het gebied van landbouw en de natuurlijke omgeving, de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
- b.
-
c.
instelling: een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid onder b, een instituut als bedoeld in artikel 12.3.8, of een hogeschool als bedoeld in artikel 12.3.9 van de wet;
-
d.
AOC: een agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in artikel 1.3.3 van de wet;
-
e.
bol: beroepsopleidende leerweg als bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid, onder a, van de wet;
-
f.
bbl: beroepsbegeleidende leerweg als bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid, onder b, van de wet;
-
g.
voltijdse opleiding: opleiding als bedoeld in artikel 7.2.7, derde lid, van de wet;
-
h.
deeltijdse opleiding: opleiding als bedoeld in artikel 7.2.7, vijfde lid, van de wet;
-
i.
CFI: uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
-
j.
deelnemer: een deelnemer die is ingeschreven aan een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid onder a tot en met e, van de wet, die daadwerkelijk de opleiding volgt en op grond van artikel 2.3.2 van het Uitvoeringsbesluit WEB voor bekostiging wordt meegeteld.