Artikel
1.1
Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
a.
diplomering: het verstrekken van een getuigschrift behorende bij een opleiding, opgenomen in het Centraal Register Hoger Onderwijs (CROHO);
-
b.
EVC: erkennen van verworven competenties;
-
c.
EVC-procedure: geheel van processtappen en gehanteerde instrumenten waarmee informeel, non-formeel en formeel verworven competenties van deelnemers worden beoordeeld ten opzichte van een specifieke, landelijke standaard;
-
d.
ervaringscertificaat: rapportage waarin de beoordeling van de competenties van de deelnemer aan een EVC-procedure wordt weergegeven en onderbouwd, conform de op grond van de kwaliteitscode EVC geldende eisen;
-
e.
formeel onderwijs: het wettelijk geregelde onderwijs, leidend tot een diploma (in HO: de Croho-opleidingen);
-
f.
non-formeel onderwijs: opleidingen, cursussen en trainingen (intentioneel leren) die niet tot het formeel onderwijs behoren;
-
g.
leven lang leren: formeel en non-formeel onderwijs gevolgd door 23–64 jarigen;
-
h.
werkend leren: trajecten waarin werken en leren in samenhang georganiseerd en geprogrammeerd worden, waarbij het georganiseerde leren zowel op de werkplek als binnen de hogeschool kan plaatsvinden;
-
i.
maatwerktraject werkend leren: opleidingstraject strekkend tot het behalen van een certificaat of diploma, waarin op maat wordt aangesloten op de competenties van de individuele deelnemer, werkend leren centraal staat en sprake is van samenhang en wisselwerking tussen werkend leren en kennisverwerving;
-
j.
minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
-
k.
hogeschool: uit ’s Rijks kas bekostigde hogeschool, zoals bedoeld in art. 1.8 van de WHW;
-
l.
project: geheel van activititeiten dat beschreven is in een activiteitenplan en erop gericht is binnen een bepaalde tijd een concreet resultaat te bereiken.