Artikel
1
Er is een beraad verkeersinformatie en verkeersmanagement, hierna te noemen het beraad.
Besluit:
Er is een beraad verkeersinformatie en verkeersmanagement, hierna te noemen het beraad.
Het beraad voorziet in gestructureerd overleg op bestuurlijk niveau tussen het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, andere overheden en belanghebbende maatschappelijke partijen op het gebied van verkeersinformatie en verkeersmanagement.
Het beraad overlegt over de ontwikkelingen op het gebied van verkeersinformatie en verkeersmanagement en in het bijzonder over de vraag op welke wijze effectiever samengewerkt kan worden ten behoeve van een vlotte en betrouwbare reistijd van deur tot deur, binnen de randvoorwaarden van verkeersveiligheid en leefbaarheid.
Het beraad schetst het toekomstbeeld op het gebied van verkeersinformatie en verkeersmanagement met de stappen die nodig zijn voor de realisatie daarvan. Daarbij wordt gelet op de afschrijvingstermijnen, kosten en effecten van huidige technische hulpmiddelen, informatiestromen, eigendomsverhoudingen en de rolverdeling tussen publieke en private partijen.
In geval van nieuwe of vervangende benoeming kan het beraad kandidaten voordragen aan de Minister van Verkeer en Waterstaat.
Tot leden van het beraad worden benoemd:
mevrouw J. Baljeu, te Rotterdam, tevens voorzitter,
de heer G.J. Olthoff te Den Haag,
de heer T.F.J.van de Gazelle te Den Haag,
de heer H.J.A. van Merrienboer te Eindhoven,
de heer R Metz te Apeldoorn,
de heer J. Linssen te Delft,
de heer C. van de Weijer te Amsterdam,
de heer B. Monster te Zoetermeer,
de heer R. Bieling te Eindhoven,
de heer G. van Woerkom te Den Haag,
de heer A. Sakkers te Zoetermeer,
de heer P. Hofstra te Haren.
Wanneer het beraad wordt opgeheven draagt de secretaris het archief over aan de beheerder van het archief van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, met inachtneming van het bepaalde in het Besluit archiefoverdrachten rijksadministratie.
De voorzitter van het beraad wordt een vaste vergoeding per maand toegekend waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op schaal 18, periodiek 10 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 en de arbeidsduurfactor wordt vastgesteld op 0,053.
De voorzitter van het beraad ontvangt een vergoeding van reis- en verblijfkosten ingevolge het bepaalde in het Reisbesluit binnenland (Stb. 1993, 144).
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt op 1 november 2011.