Regeling van 17 november 2009, houdende regels voor de samenwerking tussen de mobiele eenheden van de politie en de mobiele eenheden van de Koninklijke marechaussee (Samenwerkingsregeling mobiele eenheden)
Samenwerkingsregeling mobiele eenheden
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Handelende in overeenstemming met de Minister van Defensie;
In deze regeling wordt onder gezamenlijke inzet verstaan: een inzet van de mobiele eenheid van de Koninklijke marechaussee samen met een mobiele eenheid als bedoeld in artikel 26, aanhef, van het Besluit beheer politie ten behoeve van de taken, bedoeld in de onderdelen a tot en met f van dat artikel.
Artikel
2
1
Voor een gezamenlijke inzet zijn vier pelotons mobiele eenheid van de Koninklijke marechaussee beschikbaar welke ook per sectie ingezet kunnen worden. De pelotons mobiele eenheid kunnen desgewenst worden ondersteund door BRATRA-groepen en aanhoudingseenheden van de Koninklijke marechaussee.
2
De commandant van de Koninklijke marechaussee stelt jaarlijks het maximaal aantal gezamenlijke inzetten vast. Deze vaststelling laat onverlet dat de mobiele eenheid van de Koninklijke marechaussee, indien noodzakelijk, vaker kan worden ingezet op grond van artikel 57 van de Politiewet 2012.
Artikel
3
De coördinatie van een gezamenlijke inzet berust bij het Landelijk Operationeel Coördinatie Centrum van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel
4
1
Bij een gezamenlijke inzet heeft de commandant van de mobiele eenheid van de Koninklijke marechaussee de feitelijke leiding over zijn eenheid. Deze commandant staat onder leiding van een operationeel commandant van de politie.
2
De operationeel commandant draagt zorg voor de verbindingen met de onder hem gestelde commandanten.