Besluit van 15 december 2009, houdende een regeling voor het melden van een vermoeden van een misstand bij de sectoren Rijk en Politie (Besluit melden vermoeden van misstand bij Rijk en Politie)

Besluit melden vermoeden van misstand bij Rijk en Politie

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 18 september 2009, nr. DCB/CZW/WVOB 2009-0000514166, gedaan mede namens Onze Minister van Buitenlandse Zaken;
De Raad van State gehoord (advies van 14 oktober 2009, nr. W04.09.0368/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 25 november 2009, nr. 2009-0000601757, CZW/WVOB, uitgebracht mede namens Onze Minister van Buitenlandse Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Artikel

2

Hoofdstuk

2

De commissie integriteit overheid

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

De commissie wordt bijgestaan door een secretaris en een plaatsvervangend secretaris, die door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties worden benoemd en ontslagen.

Artikel

6

De commissie besluit bij meerderheid van stemmen.

Artikel

7

De commissie zendt jaarlijks een verslag van haar werkzaamheden aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Deze zendt dit verslag naar de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

Hoofdstuk

3

Procedure voor het melden van een misstand

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Indien een melder niet meer werkzaam is bij de organisatie waarop de melding betrekking heeft, doet hij de melding binnen twee jaar na zijn vertrek bij die organisatie.

§

2

De interne procedure

Artikel

11

De vertrouwenspersoon maakt de identiteit van de melder niet bekend zonder instemming van de melder.

Artikel

12

Diegenen die betrokken zijn bij de behandeling van een melding gaan op behoorlijke en zorgvuldige wijze met de identiteit van de melder om.

Artikel

13

Degene bij wie een melding is gedaan stelt de hoogste ambtelijke leidinggevende onverwijld schriftelijk in kennis van de melding en de datum waarop deze is ontvangen.

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

§

3

De externe procedure

Artikel

17

Artikel

18

De commissie maakt de identiteit van de melder niet bekend zonder instemming van de melder.

Artikel

19

De commissie bevestigt de ontvangst van een melding aan de melder en stelt het bevoegd gezag op de hoogte van de melding. De commissie informeert voorts de persoon of de personen op wie de vermoede misstand betrekking heeft, dat een melding is gedaan, tenzij dit een onderzoeksbelang kan schaden.

Artikel

20

Artikel

21

Artikel

22

Hoofdstuk

4

Financiële tegemoetkoming

Artikel

23

Artikel

24

Artikel

26

Artikel

27

Degene aan wie een tegemoetkoming is toegekend, kan worden verplicht tot terugbetaling, indien hij de procedure waarop de tegemoetkoming betrekking heeft, staakt voordat op het bezwaar is beslist of uitspraak is gedaan. Deze verplichting geldt niet, indien het staken van de procedure direct voortvloeit uit de intrekking door het bevoegd gezag van het besluit, waartegen de procedure is gericht.

Artikel

28

Hoofdstuk

5

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

36

Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van dit besluit aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van dit besluit in de praktijk.

Artikel

37

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2010. Indien het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2009, treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, en werkt het terug tot en met 1 januari 2010.

Artikel

38

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit melden vermoeden van misstand bij Rijk en Politie.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, G. terHorst
De Minister van Buitenlandse Zaken, M. J. M.Verhagen
De Minister van Justitie, E. M. H.Hirsch Ballin