Artikel
1
1
In dit besluit wordt verstaan onder:
-
a.
ambtenaar: de ambtenaar in de zin van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, het Ambtenarenreglement Staten-Generaal, het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken, het Besluit algemene rechtspositie politie, het Besluit rechtspositie vrijwillige politie;
-
b.
organisatie: een ministerie met inbegrip van de daaronder ressorterende diensten en instellingen, de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal, de Raad van State, de Algemene Rekenkamer, het bureau van de Nationale ombudsman, de Hoge Raad van Adel, de Kanselarij der Nederlandse Orden, het Kabinet der Koningin, de commissie van toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, een regionaal politiekorps, het Korps landelijke politiediensten, het Landelijk selectie- en opleidingsinstituut politie, een voorziening tot samenwerking waarbij een publiekrechtelijke rechtspersoon is ingesteld als bedoeld in artikel 47a van de Politiewet 1993, de rechtbanken, de gerechtshoven, de Centrale Raad van Beroep, het College van Beroep voor het bedrijfsleven, de Raad voor de rechtspraak en de daaronder ressorterende diensten, alsmede de diensten die door een gerechtelijk college of de Raad voor de rechtspraak gezamenlijk of in samenwerking met een ander orgaan van de rijksoverheid in stand worden gehouden;
-
c.
bevoegd gezag: het tot aanstellen bevoegde gezag van de organisatie, niet zijnde de Minister van Defensie;
-
d.
hoogste ambtelijke leidinggevende: de ambtenaar die de hoogste zeggenschap uitoefent bij de leiding van de arbeid in de organisatie anders dan het Ministerie van Defensie, niet zijnde het bevoegd gezag;
-
e.
vermoeden van een misstand: een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden van:
-
1°
een schending van wettelijke voorschriften of beleidsregels;
-
2°
een gevaar voor de gezondheid, de veiligheid of het milieu;
-
3°
een onbehoorlijke wijze van handelen of nalaten, die een gevaar vormt voor het goed functioneren van de openbare dienst;
bij de organisatie waarin de melder werkt of heeft gewerkt of bij een andere organisatie indien hij uit hoofde van zijn ambtenaarschap met die organisatie in aanraking is gekomen en kennis heeft gekregen van de misstand;
-
1°
-
f.
melder: de ambtenaar die een vermoeden van een misstand meldt overeenkomstig hoofdstuk 3 van dit besluit;
-
g.
melding: de melding van een vermoeden van een misstand door een melder;
-
h.
commissie: de Commissie integriteit overheid;
-
i.
vertrouwenspersoon: de vertrouwenspersoon, bedoeld in artikel 8.
2
Tenzij het tegendeel blijkt, worden in dit besluit onder ambtenaren mede begrepen:
-
a.
gewezen ambtenaren;
-
b.
bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht in dienst genomen werknemers als bedoeld in de artikelen 114 en 115 van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken;
-
c.
gewezen werknemers als bedoeld in onderdeel b.
3
Voor de toepassing van hoofdstuk 3 van dit besluit wordt onder ambtenaar ook verstaan een ambtenaar in de zin van het Burgerlijk ambtenarenreglement Defensie of het Algemeen militair ambtenarenreglement.