Wet van 23 december 2009 tot wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale onderhoudswet 2010)

Fiscale onderhoudswet 2010

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in het kader van het fiscale beleid voor het jaar 2010 wenselijk is in een aantal wetten technische en redactionele verbeteringen alsmede enkele wijzigingen aan te brengen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Artikel

II

Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.

Artikel

III

Wijzigt de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.

Artikel

IIIa

Wijzigt de Successiewet 1956.

Artikel

IV

Wijzigt de Wet op de omzetbelasting 1968.

Artikel

IVa

Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.

Artikel

V

Wijzigt de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992.

Artikel

VI

Wijzigt de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

Artikel

VII

Wijzigt de Invorderingswet 1990.

Artikel

VIII

Wijzigt de Wet financiering sociale verzekeringen.

Artikel

IX

Wijzigt de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling.

Artikel

X

Wijzigt het Belastingplan 2009.

Artikel

XI

Wijzigt de Wet werken aan winst.

Artikel

XII

Wijzigt de Wijzigingswet Wet inkomstenbelasting 2001, enz. (Fiscale Onderhoudswet 2009).

Artikel

XIII

Wijzigt de Aanpassingswet burgerservicenummer.

Artikel

XIV

Deze wet treedt, zo nodig met terugwerkende kracht, in werking met ingang van 1 januari 2010, met dien verstande dat:

Artikel

XV

Deze wet wordt aangehaald als: Fiscale onderhoudswet 2010.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Financiën, J. C. de Jager
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin