Regeling van de Minister van Justitie van 5 januari 2010, nr. 5636246/10, houdende vaststelling van de hoogte van de onkostenvergoeding als bedoeld in het Besluit rechtspositie leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechtspraak (Regeling indexering onkostenvergoeding leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechtspraak)

Regeling indexering onkostenvergoeding leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechtspraak

Artikel

2

De indexering van de onkostenvergoeding wordt met terugwerkende kracht tot en met 1 januari van het betreffende kalenderjaar toegepast.

Artikel

3

Artikel

4

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling indexering onkostenvergoeding leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechtspraak.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Justitie, E.M.H.Hirsch Ballin

Bijlage

1

als bedoeld in artikel 3, eerste lid

voorzitter Raad voor de rechtspraak

rechterlijk lid Raad voor de rechtspraak

€ 6.309

€ 1.197

€ 178

€ 4.934

niet-rechterlijk lid Raad voor de rechtspraak

€ 6.185

€ 1.197

€ 178

€ 4.810

voorzitter bestuur gerechtshof

voorzitter bestuur rechtbank

voorzitter bestuur Centrale Raad van Beroep

voorzitter bestuur College van Beroep voor het Bedrijfsleven

€ 3.638

€ 1.197

€ 178

€ 2.263

lid bestuur gerechtshof

lid bestuur rechtbank

lid bestuur Centrale Raad van Beroep

lid bestuur College van Beroep voor het Bedrijfsleven

€ 2.429

€ 1.197

€ 178

€ 1.054

Bijlage

2

als bedoeld in artikel 3, tweede lid

voorzitter Raad voor de rechtspraak

rechterlijk lid Raad voor de rechtspraak

€ 6.509

€ 1.235

€ 184

€ 5.090

niet-rechterlijk lid Raad voor de rechtspraak

€ 6.381

€ 1.235

€ 184

€ 4.962

voorzitter bestuur gerechtshof

voorzitter bestuur rechtbank

voorzitter bestuur Centrale Raad van Beroep

voorzitter bestuur College van Beroep voor het Bedrijfsleven

€ 3.753

€ 1.235

€ 184

€ 2.334

lid bestuur gerechtshof

lid bestuur rechtbank

lid bestuur Centrale Raad van Beroep

lid bestuur College van Beroep voor het Bedrijfsleven

€ 2.506

€ 1.235

€ 184

€ 1.087

Bijlage

3

als bedoeld in artikel 3, derde lid

Vervallen