Besluit van de Directeur-Generaal van de Rijksvoorlichtingsdienst van 9 februari 2010, nr. 3517071, houdende mandaat, volmacht en machtiging aan functionarissen binnen het Directoraat-Generaal Rijksvoorlichtingsdienst van het Ministerie van Algemene Zaken

Besluit mandaat, volmacht en machtiging Directoraat-Generaal Rijksvoorlichtingsdienst 2009

De Directeur-Generaal Rijksvoorlichtingsdienst,

Besluit:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    minister: Minister-President, Minister van Algemene Zaken;

  • b.

    secretaris-generaal: secretaris-generaal van het Ministerie van Algemene Zaken;

  • c.

    directeur-generaal: directeur-generaal Rijksvoorlichtingsdienst;

  • d.

    mandaat: de bevoegdheid om in naam van de minister besluiten te nemen;

  • e.

    volmacht: de bevoegdheid om in naam van de minister privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;

  • f.

    machtiging: de bevoegdheid om in naam van de minister handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

Artikel

3

De aan de directeur-generaal krachtens de artikelen 7 en 9 van het Besluit mandaat van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging Algemene Zaken 2009 verleende bevoegdheden tot het nemen van beslissingen op het gebied van personeelsbeleid, waaronder begrepen aanstelling, schorsing en beloningen worden verleend aan het hoofd Analyse en Informatievoorziening Regeringsbeleid, het hoofd Communicatie Koninklijk Huis, en het hoofd Gemeenschappelijk Communicatiebeleid, voor de onder deze hoofden ressorterende functionarissen.

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

8

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 29 april 2009.

Artikel

9

Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit mandaat, volmacht en machtiging Directoraat-Generaal Rijksvoorlichtingsdienst 2009.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan de Algemene Rekenkamer, de secretaris-generaal en de in dit besluit genoemd functionarissen.

De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,
namens deze:
de Directeur-Generaal van de Rijksvoorlichtingsdienst, H.M.Brons