Wet van 4 februari 2010 tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet medezeggenschap op scholen en de Leerplichtwet 1969 in verband met de invoering van bekostigingsvoorschriften voor minimumleerresultaten, alsmede een aanvulling van de interventiemogelijkheden in het kader van het overheidstoezicht, en de verbetering van het intern toezicht

Wijzigingswet Wet op het primair onderwijs, enz. (invoering van bekostigingsvoorschriften voor minimumleerresultaten alsmede aanvulling interventiemogelijkheden in het kader van overheidstoezicht, en verbetering van intern toezicht

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een minimum opbrengsteis inzake de kwaliteit van het onderwijs in te voeren teneinde beter te kunnen ingrijpen bij scholen die kwalitatief ernstig of langdurig tekortschieten en dat het wenselijk is een scheiding aan te brengen tussen het bestuur en het toezicht op het bestuur teneinde de interne en de externe verantwoording te verbeteren en dat het tevens wenselijk is een aanwijzingsbevoegdheid te introduceren voor gevallen waarin sprake is van bestuurlijk wanbeheer; dat daartoe de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet medezeggenschap op scholen en de Leerplichtwet 1969 dienen te worden gewijzigd;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Wijzigt de Wet op het primair onderwijs.

Artikel

II

Wijzigt de Wet op de expertisecentra.

Artikel

III

Wijzigt de Wet op het voortgezet onderwijs.

Artikel

IV

Wijzigt de Wet medezeggenschap op scholen.

Artikel

V

Wijzigt de Leerplichtwet 1969.

Artikel

Va

Wijzigt de Wet op het onderwijstoezicht.

Artikel

VI

Artikel

VII

Deze wet treedt in werking met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S. A. M. Dijksma
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, J. M. van Bijsterveldt-Vliegenthart
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, G. Verburg
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin