Artikel
I
Wijzigt de Wet op het primair onderwijs.
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt de Wet op het primair onderwijs.
Wijzigt de Wet op de expertisecentra.
Wijzigt de Wet op het voortgezet onderwijs.
Wijzigt de Wet medezeggenschap op scholen.
Wijzigt de Leerplichtwet 1969.
Wijzigt de Wet op het onderwijstoezicht.
Binnen twaalf maanden na inwerkingtreding van deze wet is de scheiding tussen de functies van bestuur en het toezicht daarop, bedoeld in artikel 17b van de Wet op het primair onderwijs, artikel 28h van de Wet op de expertisecentra en artikel 24e van de Wet op het voortgezet onderwijs, tot stand gebracht. Tot het tijdstip waarop de scheiding, bedoeld in de eerste volzin, tot stand is gebracht, blijven de artikelen 17a, 17b en 17c, van de Wet op het primair onderwijs, 28g, 28h en 28i, van de Wet op de expertisecentra, en 24d, 24e en 24e1, van de Wet op het voortgezet onderwijs, buiten toepassing.
Tot het tijdstip waarop de scheiding, bedoeld in het eerste lid, tot stand is gebracht, blijven de artikelen 171, vierde lid, en 172, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 157, vierde lid, en artikel 158, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra zoals die luidden op de datum direct voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van deze wet, van toepassing, en wordt in afwijking van artikel 103, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, de accountant aangewezen door het bevoegd gezag.
Deze wet treedt in werking met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.