Artikel
I
Wijzigt de Wet op de jeugdzorg.
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt de Wet op de jeugdzorg.
Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zendt binnen vier jaar na de inwerkingtreding van het in artikel I, onderdeel B, opgenomen Hoofdstuk IA, paragraaf 4, van de Wet op de jeugdzorg aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van dat hoofdstuk in de praktijk. Onverminderd het bepaalde in de eerste volzin zendt Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport binnen twee jaar na de inwerkingtreding aan de Staten-Generaal een verslag over het gebruik van de verwijsindex door meldingsbevoegden als bedoeld in artikel 2b van de Wet op de jeugdzorg.
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan, verschillend kan worden vastgesteld.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.