Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, gedaan mede namens Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 27 augustus 2009, nr. CEND/HDJZ-2009/723, Hoofddirectie Juridische Zaken;
Gelet op het op 2 november 1973 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen (Trb. 1975, 147) met het op 17 februari 1978 te Londen tot stand gekomen Protocol bij dat Verdrag (Trb. 1978, 188), op het op 13 februari 2004 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag voor de controle en het beheer van ballastwater en sedimenten van schepen (Trb. 2005, 44) en de
artikelen 5, eerste en vierde lid,
6, eerste en tweede lid,
7, eerste en derde lid,
8, eerste en tweede lid,
8a,
10, eerste lid,
11, eerste en vierde lid,
12e,
21,
artikel 35, tweede lid, en
38 van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen;
De Raad van State gehoord (advies van 15 oktober 2009, nr. W09.09.0334/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, uitgebracht mede namens Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 3 februari 2010, nr. CEND/HDJZ/-2010/71, Hoofddirectie Juridische Zaken;