Artikel
1
1
Aan het hoofd en plaatsvervangend hoofd van het Bureau Bestuursraad wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor de P&O-aangelegenheden van het Bureau Bestuursraad, met uitzondering van:
-
a.
het opleggen van disciplinaire maatregelen bedoeld in artikel 81 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement en
-
b.
het verlenen van ontslag.
2
Aan het hoofd van het Bureau Bestuursraad wordt tevens volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van verplichtingen inzake de aangelegenheden van het Bureau Bestuursraad en voor het afhandelen van verzoeken tot betaling voortvloeiend uit die verplichtingen. Bij afwezigheid van het hoofd van het Bureau Bestuursraad gaan deze bevoegdheden over op het plaatsvervangend hoofd van het Bureau Bestuursraad.