Beleidsregel van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 18 maart 2010, nr. PLW/2010/5453, houdende een nadere beschrijving van de wijze waarop en de voorwaarden waaronder EVC-verklaringen worden afgegeven (Beleidsregel afgifte EVC-verklaringen)

Beleidsregel afgifte EVC-verklaringen

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Besluit:

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • a.

    Minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • b.

    EVC: Erkenning Verworven Competenties;

  • c.

    EVC-aanbieder: een organisatie die volgens de principes en uitgangspunten van de Kwaliteitscode EVC EVC-procedures aanbiedt en als zodanig is opgenomen in het register van erkende EVC-aanbieders;

  • d.

    EVC-standaard: landelijk erkend profiel dat de EVC-aanbieder in zijn EVC-procedure als beoordelingskader gebruikt;

  • e.

    Ervaringscertificaat: het document waarin het resultaat van het EVC-onderzoek aan de hand van een EVC-standaard van een individu in een EVC-procedure is beschreven;

  • f.

    EVC-verklaring: de aanwijzing, bedoeld in artikel 40a van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001, artikel 28 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 en artikel 12bb van de Uitvoeringsregeling afdrachtvermindering;

  • g.

    EVC-procedure: de door de EVC-aanbieder geprogrammeerde processtappen, instrumenten en werkwijzen voor, tijdens en na een EVC-onderzoek, om conform de eisen in de normtekst bij de Kwaliteitscode EVC te handelen;

  • h.

    Kwaliteitscode EVC: code waarin de principes en uitgangspunten voor de kwaliteit van EVC-procedures zijn vastgelegd;

  • i.

    Normtekst: vertaling van de in de Kwaliteitscode EVC geformuleerde richtlijnen naar een instrument waarin de criteria voor de beoordeling van EVC-procedures bij EVC-standaarden expliciet en meetbaar zijn geformuleerd;

  • j.

    Beoordelende organisatie: de organisatie die de kwaliteit van een EVC-aanbieder, diens EVC-procedures de uitvoering daarvan en ervaringscertificaten beoordeelt.

Artikel

2

Reikwijdte

Deze beleidsregel heeft betrekking op de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de Minister EVC-verklaringen afgeeft.

Artikel

3

Evc-register

De Minister draagt er zorg voor dat alle afgegeven EVC-verklaringen worden bijgehouden in een register.

Artikel

4

Procedure van afgifte EVC-verklaring

Artikel

5

Besluit tot afgifte EVC-verklaring

Artikel

6

Verzoeken die niet voldoen aan alle onderdelen van de normtekst

Artikel

7

Wijzigen of intrekken EVC-verklaring

De Minister kan het besluit tot afgifte van een EVC-verklaring wijzigen of intrekken. Dat is in ieder geval mogelijk indien naar zijn oordeel:

  • a.

    de verstrekte gegevens achteraf zodanig onjuist blijken te zijn dat op het verzoek een ander besluit zou zijn genomen, indien bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest;

  • b.

    het besluit in strijd met wettelijke voorschriften of richtlijnen is genomen, of

  • c.

    sprake is van verandering van wetgeving, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten.

Artikel

8

Overgangsbepaling

Artikel

9

Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na publicatie in de Staatscourant.

Artikel

10

Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel afgifte EVC-verklaringen.

Artikel

11

Bekendmaking

Deze beleidsregel zal met de bijlage en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, J.M. vanBijsterveldt-Vliegenthart

Bijlage

1

Deze bijlage behoort bij artikel 4.

Normtekst Kwaliteitscode EVC

Code 1 Doel

Het doel van EVC is het zichtbaar maken, waarderen en erkennen van individuele competenties. Het erkennen van verworven competenties heeft een waarde in zichzelf en draagt bij aan employability. EVC leidt in veel gevallen tot verdere loopbaangerelateerde persoonlijke ontwikkeling.

1.1

De EVC-aanbieder richt zijn EVC-procedures in om competenties van kandidaten te beoordelen aan de hand van een landelijke standaard en de erkenning die daarvan het resultaat is te vertalen in een overdraagbaar ErVaringsCertificaat.

1.2

Scholing, certificering en diplomering maken geen deel uit van EVC-procedures.

1.3

De EVC-aanbieder is eindverantwoordelijk voor iedere EVC-procedure waarvoor hij een ErVaringsCertificaat afgeeft, ook als hij (delen van) EVC-procedures inkoopt of uitvoert in samenwerking met andere organisaties of instellingen.

Code 2 Rechten

EVC beantwoordt aan de behoefte van het individu. Rechten en afspraken zijn duidelijk verwoord.

2.1

Informatie over EVC-procedures is vastgelegd, voor iedereen toegankelijk en bevat tenminste een beschrijving van de onderdelen van de procedure, de methode van onderzoek, een indicatie van de benodigde investering in tijd en middelen, de maximale doorlooptijd van een EVC-procedure, voorwaarden voor deelname en de rechten van de kandidaat.

2.2

De EVC-aanbieder neemt in zijn vastgelegde afspraken met de kandidaat de benodigde investeringen in tijd en middelen, de maximale doorlooptijd van de EVC-procedure, de toe te passen standaard(en) en de doelstelling(en) van de kandidaat op.

2.3

Afspraken tussen kandidaat en EVC-aanbieder zijn voor aanvang van een EVC-procedure vastgelegd en door beide partijen ondertekend.

2.4

De EVC-aanbieder waarborgt dat iedere kandidaat recht heeft op een afsluitend gesprek en zich kan beroepen op een specifieke en deugdelijke klachtenprocedure.

2.5

De EVC-aanbieder rapporteert bevindingen uit een EVC-procedure uitsluitend aan de EVC-kandidaat. Het mede verstrekken van bevindingen of het ErVaringsCertificaat aan derden vindt alleen plaats met schriftelijke toestemming van de kandidaat.

Code 3 Onderzoek

Procedure en instrumenten zijn betrouwbaar en gebaseerd op erkende standaarden.

Vertrouwen is het sleutelbegrip. Vertrouwen heeft te maken met civiel effect, goed gedefinieerde standaarden, duidelijke informatie over de manier waarop assessments worden uitgevoerd en op basis van welke argumenten conclusies zijn getrokken.

3.1

Taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van functionarissen binnen de EVC-organisatie zijn vastgelegd, bekend aan alle betrokkenen en functioneel in de praktijk.

3.2

De in de EVC-procedure te hanteren landelijke standaard is een actuele CREBO- of CROHO-standaard of een door het beroepenveld erkende standaard met civiel effect.

3.3

In de EVC-procedure wordt al het bewijs dat een kandidaat aandraagt in behandeling genomen.

3.4

Het in de EVC-procedure gebruikte bewijs voldoet aan vastgelegde criteria betreffende variatie, relevantie, actualiteit, authenticiteit en kwantiteit.

3.5

De instrumenten en beoordelingscriteria in een EVC-procedure zijn afgestemd op en dekkend voor de toe te passen landelijke standaard en zijn leerwegonafhankelijk.

3.6

De beoordeling bevat waarborgen voor een optimale transparantie, betrouwbaarheid en onafhankelijkheid.

3.7

De inhoudelijke afwegingen die deel uitmaken van een beoordeling (zoals de beoordeling van bewijzen en de keuze voor beoordelingsinstrumenten) worden tijdens de EVC-procedure overzichtelijk vastgelegd en blijven daarna gedurende 3 jaar beschikbaar binnen de organisatie van de EVC-aanbieder.

3.8

De EVC-aanbieder bewaart gedurende 3 jaar een afschrift van het relevante bewijsmateriaal van de kandidaat op basis waarvan een ErVaringsCertificaat is afgegeven.

3.9

Een EVC-procedure resulteert in een ErVaringsCertificaat waarin tenminste zijn opgenomen: de doelstelling van de kandidaat, de toegepaste landelijke standaard, de doorlopen stappen van de EVC-procedure en de daarin gehanteerde instrumenten, de erkende competenties, een duidelijke onderbouwing van deze erkenningen en een conclusie die past bij de doelstelling van de kandidaat. Een onderbouwing van de erkenningen in een ErVaringsCertificaat bevat de volgende drie elementen die leesbaar en begrijpelijk zijn geschreven:

a. een specifieke opgave voor welke onderdelen van de gehanteerde landelijke standaard erkenningen worden verstrekt. Deze onderdelen worden apart benoemd (voor mbo-standaarden bijvoorbeeld per deelkwalificatie, kerntaak of werkproces);

b. op basis van welke bewijzen erkenning plaatsvindt. Waarmee of hoe toont de kandidaat per onderdeel van de landelijke standaard aan dat hij competent is?

c. de relatie tussen a en b: waarom leidt het bewijs dat de kandidaat aandraagt bij de assessor(en) per onderdeel van de landelijke standaard tot de overtuiging dat er reden is voor erkenning?

Code 4 Assessoren en begeleiders

Assessoren en begeleiders zijn competent, onafhankelijk en onpartijdig.

Onafhankelijkheid en onpartijdigheid zijn cruciale factoren binnen de beoordeling en zijn ingebed in de rollen en verantwoordelijkheden van de betrokken assessoren. Het is van groot belang om onnodige vermenging van rollen te voorkomen. Onpartijdigheid kan versterkt worden door training en het gebruik van netwerken.

4.1

In de EVC-procedure zijn de rollen van begeleiders en assessoren strikt gescheiden, zowel op papier als in de praktijk.

4.2

Kandidaten worden door een begeleider begeleid bij het inzichtelijk maken van hun competenties.

4.3

De begeleider en de assessoren hebben voldoende vakinhoudelijke kennis van en inzicht in de gehanteerde standaard en de EVC-procedure.

4.4

De begeleider en de assessoren hebben voldoende kennis van en inzicht in de criteria die gelden voor deugdelijk bewijs.

4.5

De assessoren zijn voldoende vaardig in het gebruik van de toegepaste beoordelingsvormen en de bijbehorende instrumenten.

4.6

De assessoren dragen bevindingen zowel mondeling als schriftelijk effectief over.

4.7

Tussen assessor en kandidaat is geen relatie anders dan die onvermijdelijk en voor de werkzaamheden van assessoren noodzakelijk is.

Code 5 Kwaliteitszorg

De kwaliteit van EVC-procedures is geborgd en wordt continu verbeterd.

De kwaliteit en het bij de procedure gehanteerde instrumentarium zijn geborgd. Er vinden regelmatig evaluaties plaats. De resultaten daarvan worden verwerkt in verbeteracties.

5.1

De EVC-aanbieder evalueert op deugdelijke wijze de kwaliteit van de eigen EVC-procedures systematisch onder alle betrokkenen, waaronder in ieder geval kandidaten, opdrachtgevers, begeleiders en assessoren en instanties waar kandidaten ErVaringsCertificaten ter verzilvering aanbieden. Standaard onderdelen van de evaluaties zijn de kwaliteit van de informatie, gemaakte afspraken, gehanteerde beoordelingsinstrumenten, de mate van competentie van begeleiders en assessoren, het ErVaringsCertificaat, het verloop van de EVC-procedure, de afwikkeling van eventuele klachten, beheer en administratie.

5.2

De EVC-aanbieder zet de uitkomsten van de evaluaties om in verbeteracties en ziet toe op de effectiviteit daarvan. Dit geheel verantwoordt hij in rapportagevorm.