Artikel
1
Begripsbepalingen
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
-
a.
Minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
-
b.
EVC: Erkenning Verworven Competenties;
-
c.
EVC-aanbieder: een organisatie die volgens de principes en uitgangspunten van de Kwaliteitscode EVC EVC-procedures aanbiedt en als zodanig is opgenomen in het register van erkende EVC-aanbieders;
-
d.
EVC-standaard: landelijk erkend profiel dat de EVC-aanbieder in zijn EVC-procedure als beoordelingskader gebruikt;
-
e.
Ervaringscertificaat: het document waarin het resultaat van het EVC-onderzoek aan de hand van een EVC-standaard van een individu in een EVC-procedure is beschreven;
-
f.
EVC-verklaring: de aanwijzing, bedoeld in artikel 40a van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001, artikel 28 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 en artikel 12bb van de Uitvoeringsregeling afdrachtvermindering;
-
g.
EVC-procedure: de door de EVC-aanbieder geprogrammeerde processtappen, instrumenten en werkwijzen voor, tijdens en na een EVC-onderzoek, om conform de eisen in de normtekst bij de Kwaliteitscode EVC te handelen;
-
h.
Kwaliteitscode EVC: code waarin de principes en uitgangspunten voor de kwaliteit van EVC-procedures zijn vastgelegd;
-
i.
Normtekst: vertaling van de in de Kwaliteitscode EVC geformuleerde richtlijnen naar een instrument waarin de criteria voor de beoordeling van EVC-procedures bij EVC-standaarden expliciet en meetbaar zijn geformuleerd;
-
j.
Beoordelende organisatie: de organisatie die de kwaliteit van een EVC-aanbieder, diens EVC-procedures de uitvoering daarvan en ervaringscertificaten beoordeelt.