Artikel
1
Het monitoringsprogramma bedoeld in artikel 13, eerste lid, van het Besluit kwaliteitseisen en monitoring water 2009 bestaat voor de stroomgebieddistricten, genoemd in artikel 1.2, eerste lid, van de Waterwet, uit:
-
a.
‘Draaiboek monitoring grondwater, Voor de kaderrichtlijn Water’ van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 21 augustus 2009;
-
b.
‘Protocol beoordeling kwantitatieve toestand grondwaterlichamen (Nadere uitwerking beoordelingsmethodiek grondwatertoestand)’ van 10 juni 2008;
-
c.
‘Protocol voor de beoordeling van de chemische toestand van Grondwaterlichamen’ van het RIVM van 2008;
-
d.
‘Referenties en maatlatten voor natuurlijke watertypen voor de kaderrichtlijn water’ van de STOWA van 2007;
-
e.
‘Handreiking MEP/GEP, handreiking voor vaststellen van status, ecologische doelstellingen en bijpassende maatregelenpakketten voor niet-natuurlijke wateren’ van de Projectgroep Implementatie Handreiking, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, van november 2005;
-
f.
‘Richtlijnen monitoring oppervlaktewater Europese kaderrichtlijn Water en bijlagen’ van I. van Splunder, T.A.H.M. Pelsma en A. Bak van augustus 2006;
-
g.
‘Protocol toetsen en beoordelen voor de operationele monitoring en toestand- en trendmonitoring, toetsjaar 2007’ van Cluster Monitoring, Rapportage en Evaluatie, 10 april 2008;
-
h.
‘Instructie Richtlijn monitoring oppervlaktewater Europese kaderrichtlijn Water en Protocol toetsen & beoordelen’ van 21 januari 2010;
-
i.
fact-sheets monitoring, zoals vastgesteld door het Cluster Monitoring, Rapportage en Evaluatie op 21 januari 2010;
-
j.
‘Handreiking Diagnostiek, Ecologische kwaliteit van watersystemen’, van Haskoning Nederland B.V. van november 2007;
-
k.
de bijlage bij de Regeling monitoring kaderrichtlijn water.