Artikel
1
1
Voor het uitoefenen van het kiesrecht kan tevens aan de identificatieplicht worden voldaan met behulp van de in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de identificatieplicht genoemde documenten, voor zover deze op de dag van de stemming, bedoeld in artikel J 1, eerste lid, of Y 8, eerste lid, van de Kieswet, maximaal vijf jaren hun geldigheid hebben verloren.
2
Onder identificatieplicht als bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan:
-
a.
identificatieplicht op grond van artikel J 24, eerste lid, van de Kieswet, en
-
b.
identificatieplicht op grond van artikel Y 2 in samenhang met artikel J 24, eerste lid, van de Kieswet.