Besluit van 10 april 2010, houdende regels inzake een tijdelijke specifieke uitkering schuldhulpverlening (Besluit tijdelijke specifieke uitkering schuldhulpverlening)

Besluit tijdelijke specifieke uitkering schuldhulpverlening

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 20 november 2009, nr. R&P/RSA/2009/26140, gedaan in overeenstemming met de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties;
De Raad van State gehoord (advies van 23 december 2009, nr. W.12.09.0493/III);
Gezien het nader rapport van onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 30 maart 2010, uitgebracht in overeenstemming met de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

1

Begripsbepalingen

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel

2

Doel specifieke uitkering schuldhulpverlening

Artikel

3

Totale bijdrage

Artikel

4

Besteding

Artikel

6

Toekenning middelen

Artikel

7

Financiële verantwoording

De colleges leggen over de uitvoering van dit besluit verantwoording af aan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op de wijze, bedoeld in artikel 17a van de wet.

Artikel

8

Beleidsevaluatie

Ten behoeve van een kwalitatief onderzoek naar het effect van de specifieke uitkering schuldhulpverlening kan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid steekproefsgewijs beleidsinformatie vragen van de colleges. Artikel 19, tweede en derde lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing.

Artikel

9

Niet of niet volledig bestede specifieke uitkering schuldhulpverlening

Artikel

10

Inwerkingtreding

Artikel

11

Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit tijdelijke specifieke uitkering schuldhulpverlening.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. P. H. Donner
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin