Verordening onafhankelijkheid van de gerechtsdeurwaarder

De ledenraad van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders,
Overwegende dat de KBvG tot taak heeft de bevordering van een goede beroepsuitoefening door de leden en van hun vakbekwaamheid;
Gezien het ontwerp van het bestuur en de bijbehorende toelichting;
Gehoord het advies van de algemene ledenvergadering van de KBvG;

Stelt de navolgende verordening met toelichting vast:

Afdeling

1

Algemeen

Artikel

1

(begripsbepalingen)

In deze verordening wordt verstaan onder:

Afdeling

2

Interne onafhankelijkheid

Artikel

2

(onafhankelijkheid)

Artikel

3

(zeggenschap en invloed)

Artikel

4

(deelneming door niet-gerechtsdeurwaarders)

De gerechtsdeurwaarder draagt er zorg voor dat personen die niet gerechtsdeurwaarder zijn, slechts deelnemen in de vennootschap waaraan het gerechtsdeurwaarderskantoor toebehoort, indien:

Artikel

5

(aandeelhoudersovereenkomst)

Artikel

6

(dienstverband)

De gerechtsdeurwaarder is niet in dienst van een persoon die, zonder gerechtsdeurwaarder te zijn, als aandeelhouder, vennoot of anderszins deelneemt in de vennootschap waaraan het gerechtsdeurwaarderskantoor toebehoort.

Afdeling

3

Externe onafhankelijkheid

Artikel

7

(toegestane deelnemingen en bestuursfuncties)

Afdeling

4

Overige bepalingen

Artikel

8

(transparantie)

Artikel

9

(overgangsbepalingen)

Indien een gerechtsdeurwaarderskantoor op het tijdstip van in werking treden van deze verordening niet beantwoordt aan de eisen die voortvloeien uit deze verordening, is iedere daarin werkzame gerechtsdeurwaarder gehouden om onverwijld een plan voor te leggen aan het bestuur van de KBvG, dan wel aan een op grond van artikel 73 van de Gerechtsdeurwaarderswet ingesteld orgaan dat daarvoor door het bestuur van de KBvG is aangewezen, om binnen een redelijke termijn alsnog te voldoen aan de verordening.

Artikel

10

(overeenkomstige toepassing; nadere regels)

Artikel

11

(citeertitel)

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening onafhankelijkheid van de gerechtsdeurwaarder.

Artikel

12

(inwerkingtreding)

Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede maand na die van de dag van de bekendmaking door plaatsing in de Staatscourant.

De ledenraad van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders