Besluit van de Minister van Economische Zaken van 7 juni 2010, nr. WJZ/10084819, houdende regels inzake mandaat en machtiging inzake in- en uitvoer 2010
Besluit mandaat en machtiging inzake in- en uitvoer 2010
De minister en de Minister van Financiën maken omtrent de uitoefening door de inspecteur van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden nadere afspraken. De inspecteur neemt bij de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden deze afspraken in acht.
3
In het geval de minister een mededeling aan de inspecteur doet dat een aangelegenheid als bedoeld in het eerste lid niet door hem zal worden behandeld, wordt ten aanzien van die aangelegenheid mandaat en machtiging verleend aan de directeur-generaal van de Buitenlandse Economische Betrekkingen van het Ministerie van Economische Zaken.
4
De inspecteur kan van het aan hem verleende mandaat ondermandaat verlenen aan de door hem aangewezen aan hem ondergeschikte ambtenaren. Het verlenen van ondermandaat alsmede wijziging daarvan, geschiedt schriftelijk en wat de formulering betreft in overeenstemming met de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken.
5
Een afschrift van besluiten inzake ondermandaat als bedoeld in het vorige lid wordt gezonden aan de secretaris-generaal en aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en aan degenen aan wie krachtens het besluit ondermandaat is verleend.
Artikel
3
Het krachtens mandaat of machtiging ondertekenen van stukken geschiedt als volgt:
Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2010.
Artikel
6
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat en machtiging inzake in- en uitvoer 2010.
Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage
De Minister van Economische Zaken,M.J.A. van derHoeven