Artikel
1
1
Het herkenningsteken, bedoeld in artikel 30c van het RVV 1990, bestaat uit twee zwarte vlaggen in de vorm van een gelijkbenige driehoek, waarbij, zoals weergegeven in figuur 1:
-
a.
de gelijke zijden anderhalf keer zo lang zijn als de ongelijke zijde;
-
b.
de ongelijke zijde minimaal 22 centimeter is;
-
c.
de randen voorzien zijn van een witte retroreflecterende streep van anderhalve centimeter breed; en
-
d.
loodrecht op de ongelijke zijde drie witte retroreflecterende strepen staan afgebeeld, elk van één centimeter breed en op één centimeter afstand van elkaar. De middelste van de drie strepen deelt de vlag in twee gelijke delen.