Richtlijn voor strafvordering sociale zekerheidsfraude

Achtergrond

Met ingang van 1 januari 2009 is reeds een gewijzigde versie van de Aanwijzing sociale zekerheidsfraude in werking getreden. De voornaamste reden voor wijziging van de aanwijzing was de verhoging van het schadebedrag dat de grens vormt tussen bestuurlijke en strafrechtelijke handhaving naar € 10.000,–, ten einde meer bestuursrechtelijke handhaving mogelijk te maken. Deze wijziging en het nieuwe onderscheid in drie verschillende categorieën zaken is in deze richtlijn overgenomen.

Samenvatting

  • Categorie I-zaken inhoudende een nadeel onder € 10.000,–;

  • Categorie II-zaken inhoudende een nadeel tussen de € 10.000,– tot en met € 35.000,–;

  • Categorie III-zaken inhoudende een nadeel boven de € 35.000,–.

Voor deze drie categorieën is in de Aanwijzing sociale zekerheidsfraude bepaald of een bestuursrechtelijke - of strafrechtelijke reactie moet volgen.

Categorie I-zaken: een nadeel tot € 10.000,–

Uitgangspunten:

  • Geen vervolging, tenzij:

    • strafrechtelijke dwangmiddelen zijn toegepast voor 1 januari 2009 (de inwerkingtreding van de Aanwijzing sociale zekerheidsfraude);

    • de sociale zekerheidsfraude gepaard is gegaan met andere strafbare feiten;

    • status verdachte en/of voorbeeldfunctie;

    • sprake is van recidive;

    • geen mogelijkheid bestaat tot het nemen van een bestuursrechtelijke maatregel;

    • fraude gepleegd met medewerking of medeweten ambtena(a)r(en) van de uitkerende instantie1Zie voor een toelichting op deze 6 uitzonderingsgevallen de Aanwijzing sociale zekerheidsfraude..

Categorie II-zaken: een nadeel van € 10.000,– tot en met € 35.000,–

In zaken van deze categorie wordt in beginsel steeds gevorderd oplegging van een (onvoorwaardelijke) gevangenisstraf of taakstraf, een combinatie daarvan of elektronisch toezicht. De officier van justitie heeft uiteraard de mogelijkheid in plaats van werkstraffen, leerstraffen te vorderen of een combinatie daarvan, naast al dan niet een (onvoorwaardelijke) gevangenisstraf en/of elektronisch toezicht.

Categorie III-zaken: een nadeel van meer dan € 35.000,–

De duur van de te vorderen gevangenisstraf of taakstraf2Overeenkomstig de Aanwijzing taakstraffen ligt de bovengrens voor een taakstraftransactie op 120 uur, de bovengrens voor een werkstraf op 240 uur en de bovengrens voor een taakstraf (werk- en leerstraf) op 480 uur.of periode van elektronisch toezicht (als vervanging voor onvoorwaardelijke gevangenisstraf conform ‘aanwijzing elektronisch toezicht’) hangt samen met de omvang van het nadeel, zoals uitgewerkt in de als bijlage opgenomen tabel.

In geval van recidive binnen vijf jaar na de vorige veroordeling of transactie voor een soortgelijk feit kan de te vorderen straf met 50% verhoogd worden.

Overgangsrecht

Deze richtlijn voor strafvordering geldt vanaf het moment van inwerkingtreding voor alle zaken waarin nog geen dagvaarding is uitgebracht.

Bijlage

Tabel

10.000

50 uur

60 uur

12.000

60 uur

70 uur

15.000

70 uur

80 uur

18.000

80 uur

100 uur

21.000

90 uur

110 uur

24.000

100 uur

120 uur

27.000

110 uur

140 uur

30.000

120 uur

150 uur

35.000

170 uur

40.000

180 uur

45.000

190 uur

50.000

210 uur

55.000

220 uur

60.000

240 uur

70.000

5 mnd. / 240 uur + 1 mnd.

80.000

6 mnd. / 240 uur + 2 mnd.

90.000

7 mnd. / 240 uur + 3 mnd.

100.000

8 mnd. / 240 uur + 4 mnd.

110.000

9 mnd. / 240 uur + 5 mnd.

120.000

10 mnd / 240 uur + 6 mnd.

130.000

11 mnd.

150.000

12 mnd.

170.000

13 mnd.

190.000

14 mnd.

210.000

15 mnd.