Besluit van 26 mei 2010 tot wijziging van het Besluit rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman in verband met de herstructurering van de Raad van State

Wijzigingsbesluit Besluit rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman, enz. (herstructurering Raad van State)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 2 juni 2009, 2009-0000286068, directie Constitutionele Zaken en Wetgeving;
De Raad van State gehoord (advies van 11 juni 2009, nr. W04.09.0191/I );
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 18 mei 2010, nr. 2010-0000290541;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

I

Wijzigt het Besluit rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman.

Artikel

II

Wijzigt het Besluit beroepsvereisten Raad van State.

Artikel

III

Wijzigt het Besluit rechtspositionele voorschriften leden Raad van State en Algemene Rekenkamer.

Artikel

IV

De personen die in de periode van 1 januari 2009 tot en met 12 februari 2009 aanspraak hadden op een vergoeding op grond van het op dat moment van toepassing zijnde koninklijk besluit van 31 maart 1993, houdende regeling van een vergoeding voor de vice-president van de Raad van State en de staatsraden, alsmede de president en de overige leden in gewone dienst van de Algemene Rekenkamer voor de kosten die aan de vervulling van het ambt zijn verbonden (Stb. 219) en het op dat moment van toepassing zijnde koninklijk besluit van 19 november 1990, houdende nadere regeling van de rechtspositie van de Nationale ombudsman (Stb. 581) ontvangen eenmalig de volgende vergoeding:

  • a.

    de vice-president van de Raad van State, de president van de Algemene Rekenkamer en de Nationale ombudsman: € 28,57;

  • b.

    de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en de staatsraden, de overige leden in gewone dienst van de Algemene Rekenkamer en de substituut-ombudsmannen: € 22,86; en

  • c.

    de staatsraden in buitengewone dienst, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Wet op de Raad van State: een zodanig deel van het bedrag, bedoeld in onderdeel b, als overeenkomt met de vastgestelde omvang van de te vervullen taak.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, E. M. H. Hirsch Ballin
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin