Artikel
1
1
Om te kunnen worden aangewezen als voorkomen van gas als bedoeld in artikel 68a, eerste lid, van de Mijnbouwwet, dient het voorkomen te voldoen aan de volgende voorwaarde:
Q< Qdrempel
waarbij:
Q: de verwachte waarde voor de putproductiviteit,
Q drempel : de drempelwaarde voor de putproductiviteit,
en waarbij:
putproductiviteit: de initiële productie van gas in 106 m3 per dag bij 0°C en 101,325 kPa van een verticale niet-gestimuleerde put tegen de druk van de bestaande in het ontwikkelingsplan voorziene exportpijpleiding.
2
De drempelwaarde voor de putproductiviteit als bedoeld in het eerste lid wordt berekend als volgt:
als A ≤ 1 km: Qdrempel = 1,2 . V–0,66
als A > 1 km: Qdrempel = 1,2 . V–0,66 . A0,15
waarbij:
V: het technisch winbare volume van gas in 109 m3 bij 0°C en 101,325 kPa uitgedrukt in Gronings aardgasequivalent en gebaseerd op het ontwikkelingsplan voor het voorkomen,
A: de kortste transportafstand in kilometers van de voorgenomen platform- of subsealocatie tot een aansluitpunt op een platform, waarbij rekening wordt gehouden met de inpasbaarheid van het gas wat betreft capaciteit en gassamenstelling.