Advocatenwet BES

§

1

De inschrijving en de beëdiging van de advocaten

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

§

2

De bevoegdheden en verplichtingen der advocaten

Artikel

5

De advocaten zijn bevoegd, in alle zaken en voor alle autoriteiten in Bonaire, Sint Eustatius en Saba de belangen van hun lastgevers te behartigen, alsmede hun lastgevers overal te vertegenwoordigen, waar zulks niet bij algemene verordening is verboden.

Artikel

6

Artikel

7

De advocaat moet, indien hij in zijn bediening een terechtzitting van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba of van het Gerecht in eerste aanleg bijwoont, gekleed te zijn in een gesloten toga van zwarte stof met wijde mouwen; hij draagt bovendien een neerhangende bef van wit batist; hij mag desverkiezende pleiten het hoofd gedekt met een baret.

Artikel

8

Artikel

9

Iedere advocaat is verplicht naar vermogen mede te werken aan de opleiding van de advocaten, zoals die in paragraaf 3 van deze wet is geregeld.

§

3

De stage

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

Artikel

18

Artikel

19

Bij ministeriële regeling kunnen ter uitvoering van deze paragraaf nadere regelen worden vastgesteld. Daarbij kan de termijn, genoemd in artikel 16, worden verkort tot ten minste een jaar.

§

4

De tuchtrechtspraak

Artikel

20

De tuchtrechtspraak heeft ten doel het weren en beteugelen van misslagen, door advocaten in de uitoefening der praktijk begaan, en van inbreuken op de eer van de stand der advocaten. Zij wordt uitgeoefend in eerste aanleg door een raad van toezicht en in hoger beroep door een raad van appèl.

Artikel

21

Artikel

22

Artikel

23

Artikel

24

Artikel

25

Artikel

26

Artikel

27

Artikel

28

Artikel

29

De stukken, opgemaakt ter voldoening aan het bij deze paragraaf bepaalde, zijn vrij van het recht van zegel.

§

5

Het salaris van de advocaten

Artikel

30

De advocaten berekenen het salaris voor werkzaamheden in alle zaken, zonder onderscheid, welke zij verrichten, alsmede voor werkzaamheden welke geen betrekking tot enig rechtsgeding hebben, naarmate van het belang, de omvang en de ingewikkeldheid der zaak, de daaraan verbonden moeilijkheden en de daaraan bestede tijd en naarmate zij zich voor hun besprekingen buiten hun kantoor of woonplaats hebben moeten begeven.

Artikel

31

Artikel

32

De advocaten zijn bevoegd met hun cliënten overeenkomsten aan te gaan ter vaststelling van hun salaris terzake van verrichte en/of nog te verrichten werkzaamheden, al dan niet met inbegrip van zegel- en registratierechten, justitie-, reis- en verblijfkosten.

Artikel

33

De voldoening van het in artikel 30 bedoelde salaris en van het met inachtneming van artikel 32 overeengekomene wordt beschouwd de goedkeuring ervan in te sluiten.

Artikel

34

Artikel

35

Artikel

36

Artikel

37

Artikel

38

Artikel

39

De beschikking op een verzoek om herziening is niet vatbaar voor verzet of enige andere voorziening.

Artikel

40

Artikel

41

De begrotingen zijn niet aan registratie onderworpen.

Artikel

42

Artikel

43

Mits hij daarvan ten minste acht dagen te voren bij aangetekende brief aan de cliënt kennis geeft en een afschrift daarvan ter griffie van het betrokken gerecht of rechterlijke college heeft neergelegd, mag de advocaat zich onttrekken aan een zaak, bijaldien de in het vorige artikel bedoelde storting, zo deze gevraagd of bevolen is, niet is gedaan.

Artikel

44

De advocaat is jegens de griffier persoonlijk aansprakelijk voor alle kosten welke cliënten verschuldigd zijn in zaken die hij heeft behandeld, of voor stukken waarvan hij opmaking of afgifte heeft verzocht.

§

6

Belastingadviseurs

Artikel

45

[vervallen]

Artikel

46

[vervallen]

Artikel

47

[vervallen]

§

7

Zaakwaarnemers

Artikel

48

[vervallen]

Artikel

49

[vervallen]

Artikel

50

[vervallen]

Artikel

51

[vervallen]

§

8

Gemachtigden en raadslieden

Artikel

52

§

9

Slot- en overgangsbepalingen

Artikel

53

Deze wet wordt aangehaald als: Advocatenwet BES.

Artikel

54

Zij die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet als advocaat zijn beëdigd en ter griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn ingeschreven, worden geacht overeenkomstig de bepalingen van deze wet als advocaat te zijn beëdigd en ingeschreven.

Artikel

55

[vervallen]