Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1954 BES

Artikel

1

In deze wet wordt verstaan onder:

  • 1.

    Het verdrag: het op 1 maart 1954 te ’s-Gravenhage ondertekende verdrag betreffende de burgerlijke rechtsvordering (Trb. 1954, no. 40);

  • 2.

    Minister: de Minister van Justitie.

Mededeling van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken

Artikel

2

Als de autoriteit, die, overeenkomstig de voorschriften van het verdrag zorg draagt voor de mededeling van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken, afkomstig uit een der Staten, waar het verdrag van kracht is, wordt aangewezen de Procureur-Generaal

Artikel

3

Oordeelt de Procureur-Generaal, dat artikel 4 van het verdrag toepasselijk is, dan zendt hij de stukken onder opgaaf van redenen aan de Minister, die beslist.

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

De Procureur-Generaal zendt de stukken zoveel mogelijk rechtstreeks over de post toe aan de in het buitenland zich bevindende belanghebbenden, of doet deze rechtstreeks door de zorg van de Nederlandse diplomatieke of consulaire ambtenaren uitreiken, tenzij er verlangd wordt een mededeling overeenkomstig het verdrag als bedoeld in het vorige artikel, in welk geval hij de stukken aan de betrokken Nederlandse diplomatieke of consulaire ambtenaar zendt.

Is dit laatste het geval, en is het exploot of het afzonderlijk stuk vergezeld van een vertaling in een der talen, bedoeld bij artikel 3 van het verdrag, dan verzoekt de Procureur-Generaal de diplomatieke of consulaire ambtenaar, zo de vertaling niet voor overeenstemmend is verklaard door een beëdigd vertaler in het land van bestemming, zelf die vertaling voor overeenstemmend te verklaren. De Procureur-Generaal zal voorts de diplomatieke of consulaire ambtenaar verzoeken, de stukken aan de bevoegde autoriteit te doen toekomen. Alles behoudens het bepaalde bij het derde en het vierde lid van artikel 1 van het verdrag.

Rogatoire commissies aan de rechter in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba opgedragen

Artikel

7

Artikel

8

De President van het Hof van Justitie kan een andere rechterlijke autoriteit dan de rechter in eerste aanleg tot uitvoering der rogatoire commissie aanwijzen in geval dit uitdrukkelijk door de bevoegde autoriteit van de Staat, uit welke de commissie afkomstig is, wordt verlangd.

Artikel

9

Oordeelt de President van het Hof van Justitie dat artikel 11, derde lid sub 3°, van het verdrag toepasselijk is, dan zendt hij de commissie onder opgaaf van redenen aan de Minister, die beslist.

Artikel

10

Artikel

12

Van de rechterlijke handelingen, ter uitvoering van de rogatoire commissie verricht, wordt proces-verbaal opgemaakt.

Artikel

13

Alle stukken, terzake van de uitvoering van rogatoire commissies opgemaakt, zijn vrij van zegel en van de formaliteit van registratie of worden, indien deze formaliteit wordt gewenst, kosteloos geregistreerd.

Alle overige kosten, op de uitvoering vallende, komen ten koste van de Staat, hiervan zijn echter uitgezonderd:

  • a.

    de kosten, in artikel 16, tweede lid, van het verdrag genoemd;

  • b.

    in het geval, bedoeld in artikel 24 van het verdrag, de kosten, in het tweede lid van dat artikel genoemd.

Rogatoire commissies door de rechter van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba opgedragen

Artikel

14

Artikel

16

De rechter stelt bij zijn vonnis de dag vast, waarop de zaak weder ter rolle zal worden opgeroepen.

Artikel

17

De processen-verbaal van de uitvoering der rogatoire commissies hebben gelijke kracht als die van de rechter in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Verhaal der proceskosten

Artikel

18

Als de autoriteit, die overeenkomstig artikel 19, derde lid, van het verdrag, bevoegd is tot afgifte der verklaring, dat de uitspraak ten aanzien der veroordeling in de kosten kracht van gewijsde zaak verkregen heeft, wordt aangewezen de president van het college dat, of de rechter in eerste aanleg die de veroordeling in de kosten heeft uitgesproken. De in het voorgaande lid bedoelde verklaring wordt door de rechter in eerste aanleg of president van het Hof van Justitie gegeven op verzoek van de partij, die de uitvoerbaarverklaring verlangt, na vertoon van een expeditie der uitspraak.

Artikel

19

Artikel

20

Artikel

21

De uitvoerbaarverklaring van uitspraken overeenkomstig de voorschriften van het verdrag geschiedt in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba door de rechter in eerste aanleg, zittingsplaats hebbende op het eiland waar degene, tegen wie de uitspraak is gewezen, woonplaats heeft, of, zo van een woonplaats in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba niet blijkt, zittingsplaats hebbende op het eiland Bonaire.

Artikel

22

De rechter in eerste aanleg doet zo spoedig mogelijk uitspraak en zendt onverwijld expeditie van zijn beschikking aan de Minister, die deze langs diplomatieke weg aan de verzoekende partij doet toekomen. Hetzelfde geldt in geval van hoger beroep bij het Hof van Justitie.

Artikel

23

Artikel

24

Artikel

25

Alle stukken, benodigd voor de uitvoerbaarverklaring van uitspraken overeenkomstig de voorschriften van het verdrag, en de expedities, aan de verzoekende partij toe te zenden, zijn vrij van zegel en van de formaliteit van registratie of worden, indien deze formaliteit wordt verlangd, kosteloos geregistreerd. Alle overige noodzakelijke kosten terzake van de uitvoerbaarverklaring te maken, komen ten laste van de Staat.

Kosteloze rechtsbijstand

Artikel

26

Als de autoriteit in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevoegd om het bewijs van onvermogen af te geven of de verklaring van onvermogen voor zich te doen afleggen, als bedoeld in artikel 21 van het verdrag, met het oog op toelating tot het voorrecht van kosteloze rechtsbijstand in een van de Staten, waar het verdrag van kracht is, wordt aangewezen de gezaghebber van het openbare lichaam van de gewone verblijfplaats, of bij gebreke daarvan de werkelijke verblijfplaats van de betrokkene.

Artikel

27

[wijzigt het Wetboek van burgerlijke Rechtsvordering]

Slotbepaling

Artikel

28

[vervallen]

Artikel

29

Deze wet wordt aangehaald als: Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1954 BES.