Auteurswet BES

Hoofdstuk

I

Algemeene bepalingen

§

1

De aard van het auteursrecht

Artikel

1

Het auteursrecht is het uitsluitend recht van den maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst, of van diens rechtverkrijgenden, om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen, behoudens de beperkingen, bij de wet gesteld.

Artikel

2

§

2

De maker van het werk

Artikel

3

[vervallen]

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Indien een werk is tot stand gebracht naar het ontwerp van een ander en onder diens leiding en toezicht, wordt deze als de maker van dat werk aangemerkt.

Artikel

7

Indien de arbeid, in dienst van een ander verricht, bestaat in het vervaardigen van bepaalde werken van letterkunde, wetenschap of kunst, dan wordt, tenzij tusschen partijen anders is overeengekomen, als de maker van die werken aangemerkt degene, in wiens dienst de werken zijn vervaardigd.

Artikel

8

Indien eene openbare instelling, eene vereniging, stichting of vennootschap, een werk als van haar afkomstig openbaar maakt, zonder daarbij eenig natuurlijk persoon als maker er van te vermelden, wordt zij, tenzij bewezen wordt, dat de openbaarmaking onder de bedoelde omstandigheden onrechtmatig was, als de maker van dat werk aangemerkt.

Artikel

9

Indien op of in eenig in druk verschenen werk de maker niet, of niet met zijn waren naam, is vermeld, kan tegenover derden het auteursrecht ten behoeve van den rechthebbende worden uitgeoefend door dengene, die op of in dat werk als de uitgever ervan is aangeduid, of bij gebreke van zoodanige aanduiding, door dengene, die op of in het werk als de drukker ervan is vermeld.

§

3

De werken, waarop auteursrecht bestaat

Artikel

10

Artikel

11

§

4

Het openbaar maken

Artikel

12

§

5

Het verveelvoudigen

Artikel

13

Onder de verveelvoudiging van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst wordt mede verstaan de vertaling, de muziekschikking of tooneelbewerking en in het algemeen iedere geheele of gedeeltelijke bewerking of nabootsing in gewijzigden vorm, welke niet als een nieuw, oorspronkelijk werk moet worden aangemerkt.

Artikel

14

Onder het verveelvoudigen van een werk, dat door middel van het gehoor kan worden waargenomen, wordt mede verstaan het vervaardigen van rollen, platen en andere voorwerpen, bestemd om het geheel of een gedeelte van het werk langs mechanischen weg ten gehoore te brengen.

§

6

De beperkingen van het auteursrecht

Artikel

15

Artikel

16

Artikel

17

Artikel

18

Als inbreuk op het auteursrecht op een werk, als bedoeld bij artikel 10, 6°., hetwelk blijvend op of aan den openbaren weg zichtbaar is gesteld, wordt niet beschouwd de verveelvoudiging, welke door hare grootte of door de werkwijze, volgens welke zij vervaardigd is, een duidelijk verschil vertoont met het oorspronkelijk werk, en zich, wat bouwwerken betreft, tot het uitwendige daarvan bepaalt.

Artikel

19

Artikel

20

Artikel

21

Is een portret vervaardigd zonder daartoe strekkende opdracht, den maker door of vanwege den geportretteerde, of te diens behoeve, gegeven, dan is openbaarmaking daarvan door dengene, wien het auteursrecht daarop toekomt, niet geoorloofd, voor zoover een redelijk belang van den geportretteerde of, na zijn overlijden, van een zijner bloedverwanten of aangehuwden in den tweeden graad, zoo in de rechte linie als in de zijlinie, of van zijn echtgenoot zich tegen de openbaarmaking verzet.

Artikel

22

In het belang van de openbare veiligheid alsmede ter opsporing van strafbare feiten mogen afbeeldingen van welken aard ook door of vanwege de justitie worden verveelvoudigd en openlijk tentoongesteld en verspreid.

Artikel

23

Tenzij anders is overeengekomen is de eigenaar van een teeken-, schilder-, bouw- of beeldhouwwerk of van een werk van op nijverheid toegepaste kunst gerechtigd dat werk zonder toestemming van dengene, wien het auteursrecht daarop toekomt, in het openbaar ten toon te stellen of, met het oogmerk het te verkoopen, in een catalogus te verveelvoudigen.

Artikel

24

Tenzij anders is overeengekomen blijft de maker van eenig schilderwerk, niettegenstaande de overdracht van zijn auteursrecht, bevoegd gelijke schilderwerken te vervaardigen.

Artikel

25

Hoofdstuk

1a

Toekenning en registratie van ISBN-nummers

Artikel

25a

Hoofdstuk

II

De handhaving van het auteursrecht en bepalingen van strafrecht

Artikel

26

Artikel

27

Niettegenstaande de geheele of gedeeltelijke overdracht van zijn auteursrecht blijft de maker bevoegd eene rechtsvordering ter bekoming van schadevergoeding in te stellen tegen dengene, die inbreuk op het auteursrecht heeft gemaakt.

Artikel

28

Artikel

29

Artikel

30

Indien iemand zonder daartoe gerechtigd te zijn een portret openbaar maakt gelden ten aanzien van het recht van den geportretteerde dezelfde bepalingen als in de artikelen 28 en 29 met betrekking tot het auteursrecht zijn gesteld.

Artikel

31

Hij die opzettelijk inbreuk maakt op eens anders auteursrecht, wordt gestraft met geldboete van 56 tot 2.800 USD.

Artikel

32

Hij die een werk, waardoor hij weet dat inbreuk gemaakt wordt op eens anders auteursrecht, verspreidt of openlijk te koop stelt, wordt gestraft met geldboete van 28 tot 1.120 USD.

Artikel

33

De misdrijven in de beide voorgaande artikelen omschreven, worden niet vervolgd dan op klachte van den maker van het werk, of van dengene, die bevoegd is tot handhaving van het auteursrecht op te treden, of, indien twee of meer personen bevoegd zijn, van een hunner.

Artikel

34

Artikel

35

Hij die zonder daartoe gerechtigd te zijn een portret in het openbaar ten toon stelt of op andere wijze openbaar maakt, wordt gestraft met geldboete van vier tot twee honderd gulden.

Artikel

36

Artikel

37

Hoofdstuk

III

De duur van het auteursrecht

Artikel

38

Artikel

39

Artikel

40

Artikel

41

Het auteursrecht op fotografische en kinematografische werken zoomede op werken, volgens gelijksoortige werkwijzen vervaardigd, vervalt door verloop van 50 jaar, te rekenen van den laatsten dag van het kalenderjaar, waarin de eerste openbaarmaking van het werk door of vanwege den rechthebbende heeft plaats gehad.

Artikel

42

Artikel

43

In afwijking voor zooverre van de bepalingen van dit hoofdstuk kan geenerlei beroep worden gedaan op auteursrecht, waarvan de duur in het land van oorsprong van het werk reeds verstreken is.

Hoofdstuk

IV

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

44

Artikel

45

Artikel

46

Deze wet erkent geen auteursrecht op werken, waarop het auteursrecht op het tijdstip van haar in werking treden krachtens een der artikelen 13 of 14 der algemeene verordening van 20 Juni 1883 (P.B. No. 5), houdende regeling van het auteursrecht in de kolonie Curaçao, was vervallen.

Artikel

47

Het auteursrecht, verkregen krachtens de algemeene verordening van 20 Juni 1883 (P.B. No. 5), houdende regeling van het auteursrecht in de kolonie Curaçao, blijft na het in werking treden van deze wet gehandhaafd.

Artikel

48

[vervallen]

Artikel

49

Alle akten en geschriften betreffende de geheele of gedeeltelijke overdracht van auteursrecht of betreffende de vergunning tot uitoefenen van eenige tot het auteursrecht behoorende bevoegdheid, die door den gerechtigde en den verkrijger of hunne wettelijke vertegenwoordigers te zamen of ieder afzonderlijk, hetzij in onderhandschen vorm, hetzij ten overstaan van een openbaren ambtenaar, zonder medewerking van derden, worden opgemaakt, zijn vrij van zegel en van de formaliteit van registratie of worden, indien deze formaliteit wordt gewenst, kosteloos geregistreerd.

Artikel

50

Deze wet wordt aangehaald als: Auteurswet BES.

Artikel

51

Deze verordening treedt in werking op den eersten dag der maand volgende op die, waarin zij afgekondigd wordt.