Wet strandvonderij BES

Artikel

1

De gezaghebber van het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba voert in zijn ambtsgebied als strandvonder het beheer van de strandvonderij.

Artikel

2

Onze Minister van Verkeer en Waterstaat is bevoegd om in elk ambtsgebied één of meer hulpstrandvonders aan te stellen, die als zoodanig ondergeschikt zijn aan den strandvonder in dat gebied en dezen in de zorg voor de strandvonderij ter zijde staan.

Artikel

3

Artikel

4

De strandvonder oefent een voortdurend toezicht uit op de zeestranden in zijn ambtsgebied.

Artikel

5

Artikel

6

Indien aan of op het vaste zeestrand van zijn ambtsgebied een schip schipbreuk lijdt, ten aanzien van hetwelk hulpverleening niet onder zijne leiding geschiedt, zorgt de strandvonder niettemin ter plaatse tegenwoordig te zijn, zich als zoodanig bekend te maken en, indien dit wordt begeerd, den noodigen bijstand te verleenen.

Artikel

7

Indien aan of op het vaste zeestrand van zijn ambtsgebied een vreemd schip schipbreuk lijdt of goederen aanspoelen, welke van een vreemd schip blijken afkomstig te zijn, geeft de strandvonder daarvan zoo spoedig mogelijk kennis aan den consulairen ambtenaar van den vreemden Staat, voor zoover zoodanig consulair ambtenaar voor zijn ambtsgebied benoemd is.

Artikel

9

De strandvonder draagt zooveel mogelijk zorg, dat voor het verleenen van hulp aan het beheeren en het verkoopen van schepen of goederen niet meer kosten worden gemaakt, dan de waarde van die zaken bedraagt.

Artikel

10

De strandvonder ondersteunt zooveel mogelijk de pogingen van vereenigingen, welke redding van schipbreukelingen ten doel hebben.

Artikel

11

De strandvonder houdt van al wat binnen zijn ambtsgebied met betrekking tot de strandvonderij voorvalt aanteekening in een dagregister en brengt omtrent het voorgevallene verslag uit aan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.

Artikel

12

De strandvonder is verplicht van alle zaken, welke hij in beheer neemt, terstond een inventaris op te maken, waarin hij zooveel mogelijk ten aanzien van elke zaak de herkomst en de merken en onderscheidingsteekenen aangeeft.

Artikel

13

Artikel

14

De strandvonder is bevoegd, zoodanige onder zijn beheer zich bevindende zaken, welke aan spoedig bederf onderhevig zijn of welker bewaring ontwijfelbaar strijdig is met het belang van den rechthebbende, na bekoming machtiging van de rechter in eersten aanleg, onverwijld te verkoopen.

Artikel

15

Artikel

16

Artikel

17

Indien, nadat eene maand is verstreken na de tweede oproeping, reclamanten zich niet hebben opgedaan, zoomede indien, na toepassing van het tweede lid van het vorige artikel, gebleken is, dat de ingestelde reclames tot afgifte niet kunnen leiden, verkoopt de strandvonder de zaken na bekomen machtiging van de rechter in eersten aanleg, voor zoover zulks niet reeds krachtens artikel 14 is geschied.

Artikel

18

Artikel

19

Artikel

20

Artikel

21

Voor de toepassing van dit besluit worden de door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat daarvoor aangewezen wateren, binnen de daarbij bepaalde grenzen, beschouwd tot de zee en de stranden en oevers daarvan tot het zeestrand te behooren.

Artikel

22

De bepalingen van dit besluit omtrent schepen vinden overeenkomstige toepassing op luchtvaartuigen.

Artikel

23

Onze Minister van Verkeer en Waterstaat is bevoegd:

  • 1°.

    in bijzondere gevallen met afwijking van het bepaalde bij artikel 1 een ander persoon tot strandvonder te benoemen;

  • 2°.

    regels te stellen betreffende de aan den strandvonder bij artikel 11 opgelegde verplichting om een dagregister te houden en verslag uit te brengen, betreffende het door den strandvonder, met inachtneming van het bepaalde bij artikel 13, in rekening te brengen beheerloon en betreffende de inrichting van diens bij artikel 19 bedoelde rekening en verantwoording;

  • 3°.

    de goederen te omschrijven, waarvan verkoop door den strandvonder in het openbaar belang niet of niet dan onder bepaalde voorwaarden mag geschieden;

  • 4°.

    voorschriften te geven, in acht te nemen voor het geval goederen door den strandvonder niet mogen worden verkocht dan wel onverkoopbaar blijken;

  • 5°.

    voorschriften te geven, door den strandvonder in acht te nemen met betrekking tot de redding en berging van schepen, goederen en opvarenden, behoorende tot een vreemden Staat, met welken een verdrag betreffende de in dit besluit geregelde onderwerpen is gesloten;

  • 6°.

    nadere regels te stellen ter bevordering van eene goede uitvoering van dit besluit.

Artikel

24

Deze wet wordt aangehaald als: Wet strandvonderij BES.

Artikel

25

Een kennisgeving, onderscheidenlijk een herhaalde oproeping als bedoeld in artikel 15, eerste en tweede lid, van het Curaçaosch Strandvonderij-besluit, zoals dat artikel luidde voor het tijdstip van transitie, geldt als een kennisgeving onderscheidenlijk oproeping als bedoeld in artikel 15, eerste en tweede lid, van deze wet.