Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 13 september 2010, nr. IVV/I/2010/16440, houdende regels betreffende de verlaging van onderstand in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Regeling verlaging onderstand BES)

Regeling verlaging onderstand BES

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

2

Het opleggen van een maatregel

Artikel

3

Berekeningsgrondslag

Artikel

4

Het besluit tot opleggen van een maatregel

In het besluit tot het opleggen van een maatregel worden in ieder geval vermeld:

  • a.

    de reden van de maatregel;

  • b.

    de duur van de maatregel;

  • c.

    het percentage waarmee de onderstand wordt verlaagd;

  • d.

    het bedrag waarmee de onderstand wordt verlaagd en

  • e.

    de eventuele reden om af te wijken van de maatregel, bedoeld in de artikelen 11, 12, eerste lid, 13, 14, eerste lid, 15 en 16.

Artikel

5

Horen van belanghebbende

Artikel

6

Afzien van het opleggen van een maatregel

Artikel

7

Ingangsdatum en tijdvak

Artikel

8

Samenloop van gedragingen

Indien een belanghebbende zich tegelijkertijd schuldig maakt aan verschillende gedragingen die het niet nakomen van een verplichting als genoemd in artikel 2, eerste lid, inhouden, worden de verlagingen voor de onderscheiden gedragingen gelijktijdig toegepast met inachtneming van artikel 7.

Artikel

9

Recidive

De duur van de maatregel kan worden verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen als bedoeld in artikel 6, tweede lid.

Hoofdstuk

2

Geen of onvoldoende medewerking verlenen aan het verkrijgen of behouden van algemeen geaccepteerd arbeid

Artikel

10

Indeling in categorieën

Gedragingen van belanghebbenden waardoor de verplichting tot inschakeling in de arbeid op grond van artikel 5 van het Besluit niet of onvoldoende is nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën:

  • a.

    eerste categorie:

    het zich niet of niet tijdig aanmelden voor arbeidsbemiddeling bij het bestuurscollege van het openbaar lichaam of het niet of niet tijdig laten verlengen van deze aanmelding;

  • b.

    tweede categorie:

    • 1°.

      het niet dan wel niet tijdig voldoen aan een oproep om, in verband met de inschakeling in de arbeid, op een aangegeven plaats en tijd te verschijnen;

    • 2°.

      het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot inschakeling in de arbeid, dan wel aan een onderzoek naar de geschiktheid voor scholing of opleiding;

  • c.

    derde categorie:

    • 1°.

      het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen:

    • 2°.

      gedragingen die de inschakeling in de arbeid belemmeren;

    • 3°.

      het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een voor de inschakeling in de arbeid noodzakelijk geachte scholing of opleiding, dan wel aan andere aangewezen activiteiten die de zelfstandige bestaansvoorziening bevorderen;

  • d.

    vierde categorie:

    • 1°.

      het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid;

    • 2°.

      het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerd arbeid.

Artikel

11

De hoogte van de maatregel

Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de maatregel als volgt vastgesteld:

  • a.

    bij gedragingen van de eerste categorie: 5% van de berekeningsgrondslag;

  • b.

    bij gedragingen van de tweede categorie: 10% van de berekeningsgrondslag;

  • c.

    bij gedragingen van de derde categorie: 20% van de berekeningsgrondslag;

  • d.

    bij gedragingen van de vierde categorie: 100% van de berekeningsgrondslag.

Hoofdstuk

3

Niet nakomen van de inlichtingenplicht

Artikel

12

Niet tijdig verstrekken van gegevens

Artikel

13

Verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen met gevolgen voor de onderstand

Artikel

14

Verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen zonder gevolgen voor de onderstand

Hoofdstuk

4

Overige gedragingen die leiden tot een maatregel

Artikel

15

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Artikel

16

Zeer ernstige misdragingen

Indien een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover de minister of zijn ambtenaren, onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van het Besluit wordt een maatregel opgelegd van minimaal 20% van de berekeningsgrondslag, onverminderd artikel 2, tweede lid.

Hoofdstuk

5

Slotbepalingen

Artikel

17

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip dat het Besluit in werking treedt.

Artikel

18

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling verlaging onderstand BES.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.P.H.Donner