Wet merken BES

Hoofdstuk

I

Algemeen

Artikel

1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder «Onze Minister» verstaan: Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat.

Artikel

2

Alle stukken, gericht tot en uitgaande van Onze Minister, benevens de daarbij behorende volmachten en bewijsstukken, zijn vrij van recht van zegel en van de formaliteit van registratie.

Artikel

3

Indien het kantoor van Onze Minister gedurende de laatste dag van enige door of jegens Onze Minister in acht te nemen termijn is gesloten, wordt de termijn voor de toepassing van deze wet verlengd tot het einde van de eerstvolgende dag, waarop het kantoor wederom is geopend.

Artikel

4

Ingeval de bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES niet een rechter aanwijzen, voor wie de rechthebbende op een merk tot vaststelling van zijn recht of wegens inbreuk daarop kan worden opgeroepen, kan de verweerder voor het gerecht in eerste aanleg, zittingsplaats Curaçao, worden opgeroepen.

Hoofdstuk

II

Individuele merken

Artikel

5

Artikel

6

Onverminderd de bepalingen van het gemene recht, kan een geslachtsnaam als merk dienen.

Artikel

7

Artikel

8

Er wordt geen recht op een merk verkregen door:

  • a.

    het depot van een merk dat, ongeacht het gebruik dat ervan wordt gemaakt, in strijd is met de goede zeden of de openbare orde of ten aanzien waarvan artikel 6ter van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom van 20 maart 1883 in weigering of nietigverklaring voorziet;

  • b.

    het depot dat wordt verricht voor waren of diensten voor welke het gebruik van het merk tot misleiding van het publiek zou kunnen leiden;

  • c.

    het depot van een merk dat overeenstemt met een voor soortgelijke waren of diensten gedeponeerd collectief merk waaraan een recht was verbonden dat is vervallen in de loop van de drie jaren voorafgaande aan het depot;

  • d.

    het depot van een merk dat overeenstemt met een door een derde voor soortgelijke waren of diensten gedeponeerd individueel merk, waaraan een recht was verbonden, dat in de loop van de twee jaren voorafgaande aan het depot vervallen is door het verstrijken van de geldigheidsduur van de inschrijving, tenzij die derde heeft toegestemd of overeenkomstig artikel 9, tweede lid, onderdeel a, geen gebruik van dit merk is gemaakt;

  • e.

    het depot van een merk dat verwarring kan stichten met een algemeen bekend merk in de zin van artikel 6bis van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom van 20 maart 1883 dat toebehoort aan een derde die zijn toestemming niet heeft verleend;

  • f.

    het te kwader trouw verrichte depot, onder andere:

    • 1°.

      het depot dat wordt verricht terwijl de deposant weet of behoort te weten, dat een derde binnen de laatste drie jaren op Bonaire, Sint Eustatius of Saba een overeenstemmend merk voor soortgelijke waren of diensten te goeder trouw en op normale wijze heeft gebruikt, en die derde zijn toestemming niet heeft verleend;

    • 2°.

      het depot dat wordt verricht terwijl de deposant op grond van zijn rechtstreekse betrekking tot een derde weet, dat die derde binnen de laatste drie jaren buiten Bonaire, Sint Eustatius of Saba een overeenstemmend merk voor soortgelijke waren of diensten te goeder trouw en op normale wijze heeft gebruikt, tenzij die derde zijn toestemming heeft verleend, of bedoelde wetenschap eerst is verkregen nadat de deposant een begin had gemaakt met het gebruik van het merk op Bonaire, Sint Eustatius of Saba;

  • g.

    het depot van merken voor wijnen die geografische aanduidingen ter benoeming van wijnen bevatten dan wel uit zulke aanduidingen bestaan, of het depot van merken voor spiritualiën die geografische aanduidingen ter benoeming van spiritualiën bevatten dan wel uit zulke aanduidingen bestaan, met betrekking tot wijnen of spiritualiën die niet deze geografische oorsprong hebben, tenzij dit depot te goeder trouw is gedaan voordat:

    • de onderhavige bepaling in werking is getreden; of

    • de desbetreffende geografische benaming in het land van oorsprong is beschermd.

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

18

De internationale depots geschieden volgens de bepalingen van het Protocol van 27 juni 1989 (Trb. 1990, 44) bij de Overeenkomst van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken van 14 april 1891. De nationale rechten, bedoeld in artikel 8, eerste lid, alsmede de rechten bedoeld onder artikel 8, zevende lid, onderdeel a, van het voorgenoemde Protocol, worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaald.

Artikel

19

Onze Minister schrijft de internationale depots in ten aanzien waarvan is verzocht de bescherming uit te strekken tot Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Artikel

20

Artikel

21

Artikel

22

Artikel

23

Artikel

24

Artikel

25

Artikel

26

Artikel

27

De houder van de inschrijving van een depot kan te allen tijde doorhaling van zijn inschrijving verzoeken. Indien evenwel een licentie is ingeschreven, kan doorhaling van de inschrijving van het merk of van de licentie alleen worden verzocht door de houder van de inschrijving en de licentiehouder tezamen. Het in de tweede volzin bepaalde ten aanzien van de doorhaling van de inschrijving van het merk is van overeenkomstige toepassing in het geval een pandrecht of beslag is ingeschreven.

Artikel

28

Artikel

29

Hoofdstuk

III

Collectieve Merken

Artikel

30

Artikel

31

Behoudens bepaling van het tegendeel zijn collectieve merken aan dezelfde regelen onderworpen als individuele merken.

Artikel

32

Het uitsluitend recht op een collectief merk wordt slechts verkregen, indien het depot van het merk vergezeld gaat van een reglement op het gebruik en het toezicht.

Artikel

33

Artikel

34

Artikel 8, onderdeel c, is niet van toepassing op het depot van een collectief merk, dat door de vroegere houder van de inschrijving van een overeenstemmend collectief merk of door zijn rechtverkrijgenden wordt verricht.

Artikel

35

Onverminderd de toepassing van artikel 10 en 19 mag Onze Minister het depot van een collectief merk niet inschrijven, indien het bij dat merk behorende reglement op het gebruik en het toezicht niet volgens de in artikel 32 en artikel 33 gestelde voorwaarden is gedeponeerd.

Artikel

36

Artikel

37

Artikel

38

Artikel

39

De collectieve merken, die zijn vervallen, nietigverklaard of doorgehaald, evenals die, ten aanzien waarvan vernieuwing niet is geschied en een herstel als bedoeld in artikel 34 is uitgebleven, mogen gedurende de drie jaren die volgen op de datum van de inschrijving van het verval, de nietigverklaring, de doorhaling of het verstrijken van de geldigheidsduur van de niet vernieuwde inschrijving, onder geen beding worden gebruikt, behalve door degene die zich op een ouder recht op een individueel, overeenstemmend merk kan beroepen.

Hoofdstuk

IV

Aanvullende bepalingen inzake internationaal merkenrecht

Artikel

40

De bepalingen van deze wet inzake internationale depots verricht ingevolge de Overeenkomst van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken van 14 april 1891 zijn van overeenkomstige toepassing op internationale depots verricht ingevolge het Protocol van 27 juni 1989 bij de Overeenkomst van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken van 14 april 1891.

Artikel

41

Ingezetenen van Bonaire, Sint Eustatius of Saba, alsmede onderdanen van landen welke geen deel uitmaken van de door het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom van 20 maart 1883 (Trb. 1969, 144) opgerichte Unie, die woonplaats hebben op Bonaire, Sint Eustatius of Saba of aldaar een daadwerkelijke en wezenlijke nijverheids- of handelsonderneming hebben, kunnen ingevolge deze wet, voor dit gehele gebied, de toepassing te hunnen voordele inroepen van de bepalingen van het voornoemde Verdrag en van het Protocol van 27 juni 1989 (Trb. 1990, 44) bij de Overeenkomst van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken van 14 april 1891.

Hoofdstuk

V

Overgangsbepalingen

Artikel

42

Onverminderd het bepaalde in artikel 43 worden de mede op Bonaire, Sint Eustatius en Saba voor de datum van inwerkingtreding van deze wet op grond van de Merkenlandsverordening 1995 verkregen en op die datum niet vervallen uitsluitende rechten op (waren)merken gehandhaafd. De beoordeling van de rangorde van deze verkregen rechten geschiedt met inachtneming van het vóór het in werking treden van deze wet geldende recht.

Artikel

43

Artikel

44

Bij ministeriële regeling wordt een voorziening getroffen omtrent het inschrijven, vernieuwen, wijzigen van of andere handelingen inzake internationale merken als bedoeld in het Protocol van 27 juni 1989 (Trb. 1990, 44) bij de Overeenkomst van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken van 14 april 1891 gedurende de periode die aanvangt op de datum van inwerkingtreding van deze wet en eindigt op het tijdstip waarop Bonaire, Sint Eustatius en Saba als gebied kan worden aangewezen krachtens het genoemde Protocol.

Artikel

45

[Vervallen]

Artikel

46

[Vervallen]

Hoofdstuk

VI

Slotbepalingen

Artikel

47

De bepalingen van deze wet doen geen afbreuk aan bepalingen van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom van 20 maart 1883, het Protocol van 27 juni 1989 (Trb. 1990, 44) bij de Overeenkomst van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken van 14 april 1891 en de bepalingen van op Bonaire, Sint Eustatius en Saba geldend recht, waaruit een verbod om een merk te gebruiken voortvloeit.

Artikel

48

Vervallen

Artikel

49

Deze wet treedt in werking met ingang van een nader bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of delen daarvan verschillend kan worden vastgesteld zo nodig met terugwerkende kracht.

Artikel

50

Deze wet wordt aangehaald als: Wet merken BES.