Besluit van 6 september 2010, betreffende regels inzake de financiering van het parket van de procureur-generaal (Rijksbesluit financiering parket van de procureur-generaal)

Rijksbesluit financiering parket van de procureur-generaal

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 19 april 2010, nr. 5648956/10/6, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
De Raad van State van het Koninkrijk gehoord (advies van 3 juni 2010, nr. W03.10.0143/II/K);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 31 augustus 2010, nr. 5660711/10/6, uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
De bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Hoofdstuk

2

Bijdragetoekenning door Onze Ministers aan het parket

Artikel

2

De jaarlijks door de landen aan het parket toe te kennen bijdrage ten behoeve van de activiteiten van het parket is gelijk aan het bedrag dat ten behoeve van het parket is opgenomen in de voor het desbetreffende begrotingsjaar vastgestelde begroting van de respectievelijke Ministeries van Justitie.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Bij een dreigend exploitatieverlies dat leidt tot een negatief vermogen van het parket, een exploitatiewinst die uitkomt boven de in artikel 10, tweede lid, bedoelde grens dan wel een ingrijpende wijziging van omstandigheden met aantoonbare gevolgen voor de instroom, overleggen Onze Ministers over de te nemen maatregelen en passen zonodig, onverminderd artikel 10, vierde lid, tweede volzin, de financiële bijdrage aan het parket aan.

Artikel

12

Hoofdstuk

3

Overige bepalingen

Artikel

13

Het met ingang van de inwerkingtreding van de rijkswet door het parket toe te passen begrotings- en verantwoordingsstelsel is het baten-lastenstelsel.

Hoofdstuk

4

Slotbepalingen

Artikel

14

Indien het bij koninklijke boodschap van 18 juli 2009 ingediende voorstel van rijkswet, houdende de regeling van de inrichting, de organisatie en het beheer van de openbare ministeries van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en de samenwerking daartussen (Rijkswet openbare ministeries van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba) (Kamerstukken I, 32 018 (R 1885), A) tot rijkswet is verheven en die rijkswet in werking treedt, treedt dit rijksbesluit op hetzelfde tijdstip in werking.

Artikel

15

Dit besluit wordt aangehaald als: Rijksbesluit financiering parket van de procureur-generaal.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad en in het Publicatieblad van de Nederlandse Antillen zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, A. Th. B. Bijleveld-Schouten
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin