Artikel
1
1
Het boetebedrag voor overtreding van artikel 2, eerste lid, 26a, of 46, eerste lid, van de Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES bedraagt USD 250.000.
2
Het boetebedrag voor overtreding van artikel 42 of 42b van de Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES bedraagt USD 50.000.
3
Voor overtreding van artikel 8, vierde lid, 23, tweede lid, onderdelen a en b, 23, vijfde lid, 42a, of 45, eerste lid, van de Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES kan per dag dat men in overtreding is een boete worden opgelegd van USD 10.000 met een maximum van USD 250.000.
4
Voor het niet of niet tijdig voldoen aan de verplichtingen bedoeld in, dan wel voortvloeiende uit artikel 6, 8, eerste lid, of 10, derde lid, van de Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES kan per dag dat men in overtreding is een boete worden opgelegd van USD 2.500 met een maximum van USD 50.000.
5
Voor het niet of niet tijdig voldoen aan de verplichtingen bedoeld in, dan wel voortvloeiende uit artikel 12, tweede lid, 14, eerste lid, of 15, eerste lid, van de Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES kan per dag dat men in overtreding is een boete worden opgelegd van USD 500 met een maximum van USD 10.000.
6
Voor overtreding van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zoals van toepassing verklaard in artikel 43 van de Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES kan per dag dat men in overtreding is een boete worden opgelegd van USD 2.500 met een maximum van USD 50.000.
7
Voor overtreding van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zoals van toepassing verklaard in artikel 49a, derde lid, van de Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES kan per dag dat men in overtreding is een boete worden opgelegd van USD 2.500 met een maximum van USD 50.000.