Artikel
1
1
Wanneer een inschrijving wordt verlangd in het huwelijksgoederenregister, moeten de volgende stukken aan de griffier worden overgelegd:
-
a.
ter inschrijving van bepalingen in huwelijkse voorwaarden: een authentiek afschrift of uittreksel van de akte waarbij die bepalingen zijn vastgesteld;
-
b.
ter inschrijving van een rechterlijke uitspraak als bedoeld in de artikelen 86 en 90 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES: een authentiek afschrift van de uitspraak;
-
c.
ter inschrijving van het verzoek tot opheffing van de gemeenschap, bedoeld in artikel 110 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES: een authentiek afschrift van het verzoekschrift;
-
d.
ter inschrijving van een rechterlijke uitspraak als bedoeld in de artikelen 112 en 173 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES: een authentiek afschrift van de uitspraak alsmede de verklaring van de griffier, strekkende tot bewijs dat tegen de uitspraak door geen wettig middel kan worden opgekomen.
2
Van een verklaring houdende afstand van een huwelijksgemeenschap, bedoeld in de artikelen 104 en 105 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES, maakt de griffier een akte op, die degene die afstand doet in persoon of bij gevolmachtigde ondertekent.
3
Van een verklaring van de echtgenoten dat zij wensen dat de scheiding van tafel en bed door verzoening zal ophouden te bestaan, bedoeld in artikel 177 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES, maakt de griffier een akte op, die de echtgenoten in persoon of bij gevolmachtigde ondertekenen.