Reclasseringsbesluit 1953 BES

Hoofdstuk

I

Algemene bepalingen

Artikel

1

Artikel

2

Hoofdstuk

II

De particuliere bemoeiingen

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Hoofdstuk

III

Algemene reclasseringswerkzaamheden

Artikel

9

Een reclasseringsinstelling dient op verzoek of uit eigen beweging autoriteiten van advies omtrent onderwerpen die voor de reclassering van belang zijn.

Artikel

10

[Vervallen]

Artikel

11

[Vervallen]

Artikel

12

[Vervallen]

Artikel

13

[Vervallen]

Artikel

14

[Vervallen]

Artikel

15

[vervallen]

Artikel

16

[Vervallen]

Artikel

17

[Vervallen]

Artikel

18

[Vervallen]

Artikel

19

[Vervallen]

Hoofdstuk

IV

Uitvoeringsbepalingen voorwaardelijke veroordeling

Artikel

20

[vervallen]

Artikel

21

[vervallen]

Artikel

22

[vervallen]

Artikel

23

Artikel

24

Artikel

25

Artikel

26

Hoofdstuk

V

Uitvoeringsbepalingen voorwaardelijke invrijheidstelling

Artikel

27

Artikel

28

Artikel

29

Artikel

30

Bij het voorstel en, voorzover Onze Minister zulks mocht hebben verlangd, bij het bericht, worden overgelegd:

  • a.

    een staat van inlichtingen van het openbaar ministerie;

  • b.

    alle berichten en adviezen, krachtens artikel 31 ingewonnen;

  • c.

    de ondertekende verklaring van degene, die het gestichtshoofd met het bijzondere toezicht op de naleving der voorwaarden zou wensen belast te zien, dat hij bereid is een opdracht tot bijzonder toezicht te aanvaarden; en voorts, tenzij zodanige hulp niet nodig wordt geoordeeld;

  • d.

    de ondertekende verklaring van degene die zich heeft bereid verklaard de veroordeelde na ontslag te steunen, te onderhouden of in dienst te nemen.

Artikel

31

Artikel

32

Artikel

33

Van de ministeriële beschikking tot voorwaardelijke invrijheidstelling evenals van de herziene beschikking als bedoeld in artikel 34, lid 2, wordt ten spoedigste afschrift gezonden aan:

  • a.

    het bestuur van de gevangenis, waarin de veroordeelde de straf ondergaat;

  • b.

    het openbaar ministerie;

  • c.

    het openbaar ministerie van Aruba, Curaçao of Sint Maarten, indien de toekomstige verblijfplaats van de veroordeelde zich aldaar bevindt;

  • d.

    de gezaghebber van het openbare lichaam waar de betrokkene zal verblijven;

  • e.

    indien een bijzonder toezicht op de naleving der voorwaarden in het leven is geroepen, degene, die met het bijzonder toezicht is belast.

Artikel

34

Artikel

35

Artikel

36

Artikel

38

Onze Minister ontvangt van het openbaar ministerie onverwijld kennis van:

  • a.

    elke vrijheidsbeneming van een voorwaardelijke in vrijheid gestelde gedurende de proeftijd en de daarop volgende drie maanden door het daartoe bevoegde gezag;

  • b.

    elke onherroepelijk geworden uitspraak, waarbij ten aanzien van een voorwaardelijk invrijheidgestelde bewezen wordt verklaard, dat hij tijdens zijn proeftijd een strafbaar feit heeft begaan;

  • c.

    elke andere omstandigheid betreffende de voorwaardelijk invrijheidgestelde, die van belang kan zijn voor het uit te oefenen toezicht en eventuele schorsing of herroeping der voorwaardelijke invrijheidstelling.

Artikel

39

Artikel

40

Artikel

41

Artikel

42

De reclasseringsinstelling kan Onze Minister voorstellen:

in de gestelde bijzonder voorwaarden wijziging te brengen,

alsnog bijzondere voorwaarden te stellen,

alsnog een bijzondere toezicht in het leven te roepen,

het bijzonder toezicht aan een ander dan degene die daarmede te voren was belast, op te dragen, of de voorwaardelijke invrijheidstelling te schorsen of te herroepen.

Artikel

43

Artikel

44

De beslissing tot schorsing of herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling deelt Onze Minister mede aan:

  • 1°.

    het openbaar ministerie;

  • 2°.

    de gezaghebber van het openbaar lichaam waar de voorwaardelijk in vrijheid gestelde woonplaats heeft;

  • 3°.

    degene die met het bijzonder toezicht is belast;

  • 4°.

    indien een aanhouding ingevolge artikel 19, tweede lid, Wetboek van Strafrecht BES, is voorafgegaan, het gezag dat de aanhouding gelastte, voorzover dit niet reeds krachtens de vorige nummers mededeling krijgt.

Artikel

45

Hoofdstuk

VI

Hulp en steun bij gratie

Artikel

45a

De reclasseringsinstellingen hebben tot taak op verzoek van Onze Minister hulp en steun te verlenen aan een veroordeelde aan wie gratie is verleend onder voorwaarden die het gedrag van de veroordeelde betreffen.

Hoofdstuk

VII

Slotbepaling

Artikel

46

Dit besluit wordt aangehaald als: Reclasseringsbesluit 1953 BES.

Rapport in verband met voorwaardelijke invrijheidstelling gedetineerde art. 28, derde lid, Reclasseringsbesluit 1953 BES

Gedetineerde:

Naam, voornamen .................................................................................

Geboortedatum en -plaats ......................................................................

Laatst bekende adres .............................................................................

Adres naaste familierelatie .......................................................................

Rechterlijk College en datum vonnis ..........................................................

Kwalificatie misdrijf .........................................................................................

Opgelegde straf

Verleende gratie.......................................................................................

Datum inverzekeringstelling..................................................................

Datum kracht van gewijsde....................................................................

Datum strafexecutie................................................................................

Expiratie straftijd......................................................................................

Vroegste datum voor voorw. invrijheidstelling........................................

Gedrag....................................................................................................

Tewerkstelling..........................................................................................

Karakter..................................................................................................

Komt hij in aanmerking voor V.I.? Ja / neen / nog niet.

Bijzondere opmerkingen (evt. per bijlage)............

....................................

Ondertekening,

....................................................... (plaats)

De directeur,

....................................................... (naam en handtekening)

Rapport reclassering:

Kan hij in milieu van herkomst terugkeren?...............................................

Zo neen, wellicht in ander milieu?.............................................................

Kan hij bij laatste werkgever terugkeren?.................................................

Kan hij op andere wijze in onderhoud voorzien?.......................................

Is hij kostwinner en/of gezinshoofd?..........................................................

Wordt voorw. invrijheidstelling aanbevolen?..............................................

Zo ja/zo neen, waarom?............................................................................

Is reclassering bereid het uitoefenen van toezicht en het verlenen van hulp en bijstand op zich te nemen?................................................................

Hoe is de kans op recidive?.......................................................................

Adviezen betreffende:.................................................................................

Uitkering van de uitgaanskas:......................................................................

Bijzondere voorwaarden:............................................................................

Bijzonder toezicht:......................................................................................

Ondertekening,

.............................................................. (plaats)

De reclasseringsambtenaar,

.............................................................. (naam en handtekening)

Voorstel/bericht in verband met voorwaardelijke invrijheidstelling art. 28, derde lid, Reclasseringsbesluit 1953 BES

De directeur van het strafgesticht te ........................................................(naam),

  • a.

    bericht dat de genoemde persoon niet/nog niet in aanmerking kan worden komen voor voorwaardelijke invrijheidstelling.

  • b.

    stelt voor om de genoemde persoon voorwaardelijk in vrijheid te stellen.

Hij adviseert daarbij t.a.v.:......................................................................

Uitkering v/d uitgaanskas:.......................................................................

Bijzondere voorwaarden:........................................................................

Bijzondere toezicht:.................................................................................

Motivering:..............................................................................................

Ondertekening,

............................................................(plaats)

De directeur,

............................................................(naam en handtekening)