Besluit extra beslaglegging dienstplichtigen BES

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    oefenen: het nabootsen van operationele taken, die door de regionaal bevelhebber als zodanig zijn aangemerkt, waarbij theoretisch onderwezen bekwaamheden in praktijk worden gebracht teneinde aldus de bedrevenheid in het uitvoeren van die taken te vergroten;

  • b.

    (wacht)diensten: activiteiten die niet behoeven voort te vloeien uit de door de dienstplichtige of de vrijwillig nadienende dienstplichtige vervulde functie doch die zijn vereist voor het functioneren van de militaire organisatie;

  • c.

    werkzaamheden: activiteiten die voortvloeien uit de door de dienstplichtige of de vrijwillig nadienende dienstplichtige vervulde functie, alsmede andere opgedragen activiteiten die om redenen van dienst dan wel in het algemeen belang noodzakelijk zijn;

  • d.

    continu- of ploegen diensten: werkzaamheden die door meerdere groepen van militairen regelmatig of vrij regelmatig op ongebruikelijke uren worden verricht, waarbij de roosterperiode de cyclus beslaat waarin alle voorkomende werktijden en roostervrije perioden eenmaal zijn doorlopen;

  • e.

    maximale arbeidsduur: de tijdsduur, uitgedrukt in een aantal uren per dag of per week, gedurende welke de dienstplichtige of de vrijwillig nadienende dienstplichtige met inachtneming van artikel 66, eerste lid, van de Dienstplichtwet BES werkzaamheden of diensten moet verrichten;

  • f.

    meetperiode: de periode waarvoor het rooster geldt, doch in beginsel één kalendermaand;

  • g.

    rooster: een voor een periode van tenminste één week opgesteld en van tevoren bekendgemaakt schema van aanvang en einde der dagelijkse werk- en rusttijden eventueel afzonderlijk vastgesteld voor werkzaamheden en voor diensten;

  • h.

    feest- of gedenkdag: Nieuwjaarsdag, eerste en tweede Paasdag, 5 mei, Hemelvaartsdag, eerste en tweede Pinksterdag, de beide Kerstdagen en de dag waarop de verjaardag van de Koningin wordt gevierd, door Onze Minister aan te wijzen andere feest- en gedenkdagen alsmede iedere andere dag als zodanig genoemd in de regelingen voor landsdienaren.

Artikel

2

Artikel

3

De dienstplichtige en de vrijwillig nadienende dienstplichtige komen niet in aanmerking voor een vergoeding in tijd of een toelage op grond van deze regeling gedurende de tijd dat deze:

  • a.

    aanwezig moeten zijn op een plaats als bedoeld in artikel 7, eerste lid, uitsluitend ten gevolge van het feit dat zij van overheidswege worden gehuisvest of gevoed;

  • b.

    beperkt worden in hun bewegingsvrijheid of werkzaamheden verrichten uitsluitend ten gevolge van het ondergaan van een krijgstuchtrechtelijke straf dan wel anderszins rechtens van hun vrijheid zijn beroofd;

  • c.

    de eerste dertien weken in werkelijke dienst verblijven en de elementaire militaire vorming ondergaan;

  • d.

    buiten de normale voor hen geldende werktijd reizen; of

  • e.

    aanspraak hebben op een valuta-inkomen.

Hoofdstuk

2

Vergoeding voor overwerk voor de dienstplichtige

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Hoofdstuk

4

Vergoeding voor overwerk voor vrijwillig nadienende dienstplichtigen

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

Hoofdstuk

5

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

16

Het Landsbesluit extra beslaglegging dienstplichtigen Nederlandse Antillen (P.B. 1994, no. 113) wordt ingetrokken.

Artikel

17

Dit Landsbesluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Publicatieblad waarin het is geplaatst.

Artikel

18

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit extra beslaglegging dienstplichtigen BES.