Besluit voogdijraden 1970 BES

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder Onze Minister: Onze Minister van Justitie in overeenstemming met Onze Minister voor Jeugd en Gezin.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Alle van de voogdijraad uitgaande stukken worden ondertekend door de voorzitter en de secretaris.

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Een voorstel wordt een rechtsgeldig besluit:

  • a.

    als het met meerderheid van stemmen is aangenomen in een rechtsgeldig gehouden vergadering;

  • b.

    als het met goedkeuring van de voorzitter bij rondschrijven ter kennis van de leden gebracht, door de meerderheid hunner voor «akkoord» is getekend, tenzij een der leden schriftelijk de wens te kennen geeft dat het voorstel in een vergadering wordt behandeld.

Artikel

11

Een vergadering wordt geacht rechtsgeldig te zijn gehouden:

  • a.

    bij aanwezigheid van meer dan de helft van het aantal leden;

  • b.

    ingeval van een verdaagde vergadering, ongeacht het aantal leden ter vergadering aanwezig.

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Door Onze Minister wordt jaarlijks een bepaalde som ter beschikking gesteld van elke voogdijraad, bestemd tot het doen van de uitgaven, waartoe de voogdijraad gehouden is, de bureelkosten daaronder begrepen.

Artikel

15

Mededelingen of verzoeken, die bij een andere voogdijraad zijn ingekomen dan bij die, aan wie zij hadden behoren te worden gericht, worden onverwijld doorgezonden aan laatstbedoelde voogdijraad met gelijktijdige kennisgeving van de doorzending aan de afzender.

Artikel

16

Artikel

17

De voogdijraad voldoet aan de verzoeken van het Openbaar Ministerie, in aangelegenheden, minderjarigen betreffende, gedaan.

Artikel

18

Artikel

19