Lumpsumbesluit ambtenaren BES

1

Definities

Artikel

1

De in deze paragraaf vastgestelde begripsbepalingen zijn mede van toepassing op de uit kracht van dit besluit gegeven regelgeving.

Artikel

2

In dit besluit wordt verstaan onder «bevoegd gezag»:

  • a.

    Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, voor wat betreft overheidsdienaren in dienst van de staat;

  • b.

    het bestuurscollege, voor wat betreft de overheidsdienaren in dienst van het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

Artikel

3

In dit besluit worden onder «overheidsdienaren» dezelfden verstaan als in het Wachtgeldbesluit ambtenaren BES, met uitzondering van de secretarissen van de openbare lichamen.

Artikel

4

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • lumpsum: de geldsom, bedoeld in artikel 20 van dit besluit;

  • reorganisatie: iedere wijziging of opheffing van een dienst, bedrijf of instelling, welke kan leiden tot ontslag als bedoeld in artikel 4 van de Wachtgeldbesluit ambtenaren BES, en waarmede een vermindering van het aantal in die dienst, dat bedrijf of die instelling benodigde arbeidsplaatsen met twee of meer te zelfder tijd of in een samenhangende periode wordt beoogd.

2

De uitnodiging tot vrijwillig ontslag

Artikel

5

Indien het bevoegde gezag besluit tot een reorganisatie over te gaan, stelt het, op de wijze als in dit besluit nader bepaald, de overheidsdienaren die in de dienst, het bedrijf of de instelling welke door de voorgenomen reorganisatie wordt betroffen werkzaam zijn, in de gelegenheid om kenbaar te maken dat zij zelf het dienstverband wensen te beëindigen, alvorens aan een of meer van hen ontslag als bedoeld in artikel 4 van de Wachtgeldbesluit ambtenaren BES te verlenen.

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

[vervallen]

Artikel

9

Indien er enige vorm van georganiseerd overleg bestaat tussen een bevoegd gezag en een organisatie van overheidsdienaren ten aanzien van wie een reorganisatie overwogen wordt, worden de voorgenomen besluiten aangaande die reorganisatie door het bevoegde gezag in dit overleg ter behandeling aangebracht, en zijn daarop de betreffende het overleg tot stand gekomen regelen van toepassing.

Artikel

10

Het besluit om de in een bepaalde dienst, bedrijf of instelling werkzame overheidsdienaren in verband met een voorgenomen reorganisatie in de gelegenheid te stellen kenbaar te maken dat zij zelf het dienstverband wensen te beëindigen wordt aan alle betrokkenen schriftelijk en zoveel mogelijk te zelfder tijd medegedeeld. De mededeling houdt tevens in algemene gegevens over de voorgenomen reorganisatie en over de lumpsum-regeling als bedoeld in dit besluit, over de wijze waarop en de termijn waarbinnen de wens tot beëindiging van het dienstverband kenbaar dient te worden gemaakt, over de ingangsdatum van het alsdan te verlenen ontslag en over de persoon of instantie waarbij nadere inlichtingen over de financiële en rechtspositionele gevolgen van een vrijwillige beëindiging van het dienstverband kunnen worden ingewonnen.

Artikel

11

Gerekend vanaf de dagtekening van de in het vorige artikel bedoelde mededeling hebben zij aan wie deze is gedaan gedurende twee maanden de gelegenheid om hun wens tot beëindiging van het dienstverband schriftelijk kenbaar te maken.

Artikel

12

Na afloop van de in het voorgaande artikel bedoelde termijn wordt in verband met dezelfde reorganisatie noch aan enige daarbij betrokken overheidsdienaar afzonderlijk, noch aan een groep of categorie van overheidsdienaren gezamenlijk opnieuw de gelegenheid gegeven om de wens tot beëindiging van het dienstverband met de in dit besluit bepaalde rechtsgevolgen kenbaar te maken.

3

Het ontslag

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

De termijn van een maand, bedoeld in de artikelen 13, tweede lid, en 14, tweede lid, kan door het bevoegde gezag met een maand verlengd worden. Het besluit tot verlenging wordt aan de betrokkenen vóór de afloop van de oorspronkelijke termijn medegedeeld; het is met redenen omkleed.

Artikel

16

Artikel

17

Degene aan wie ingevolge dit besluit op zijn verzoek ontslag verleend is, heeft op grond van dat ontslag geen aanspraak op wachtgeld.

Artikel

18

Artikel

19

4

De Lumpsum

Artikel

20

Aan de overheidsdienaar die de wens tot beëindiging van het dienstverband kenbaar heeft gemaakt en aan wie dienvolgens ontslag verleend is, wordt bij of uiterlijk een maand na de ingang van het ontslag een bepaalde geldsom uitgekeerd, volgens de in deze paragraaf en in paragraaf 6 van dit besluit te stellen regelen.

Artikel

20a

Artikel

21

Het bedrag van de lumpsum, bedoeld in artikel 20, is afhankelijk van het wachtgeld, de kindertoelage daaronder mede begrepen, dat de betrokken overheidsdienaar ontvangen zou hebben, indien het hem verleende ontslag niet door de bepalingen van dit besluit, doch door die van de Wachtgeldbesluit ambtenaren BES beheerst zou zijn. Verminderingen op grond van paragraaf 4 van het laatstgenoemde besluit en inhoudingen in verband met premie- of andere verplichtingen worden bij de berekening van dit wachtgeld buiten beschouwing gelaten. De kindertoelage wordt voor de gehele duur van de wachtgeld-periode die voor de betrokkene gegolden zou hebben berekend naar de toestand op de dag voorafgaande aan die waarop het ontslag ingaat.

Artikel

22

Artikel

23

Bij regeling van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan in overleg met de bestuurscolleges van de openbare lichamen ten aanzien van welker ambtenaren dit besluit in werking getreden is, het in het eerste of het tweede lid van artikel 22 genoemde percentage of het in het tweede lid van dat artikel genoemde bedrag worden gewijzigd. Indien het overleg niet tot overeenstemming leidt, geschiedt de wijziging bij algemene maatregel van bestuur.

Artikel

24

5

Investeringsfaciliteiten

Artikel

25

Aan de gewezen overheidsdienaar die in het genot is gesteld van een lumpsum, en die voornemens is investeringen te verrichten ten behoeve van een in het openbare lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba bestaand of nieuw te stichten bedrijf van voldoende economische levensvatbaarheid, kunnen bijzondere faciliteiten ter beschikking worden gesteld overeenkomstig de in deze paragraaf vastgestelde regelen, indien hij zijn voornemen uiterlijk zes maanden na de dag waarop zijn ontslag is ingegaan ter beoordeling heeft voorgelegd aan een ingevolge artikel 26 daartoe aangewezen instelling en de beoordeling positief is.

Artikel

26

Artikel

27

De aanwijzing van de instelling of instellingen, bedoeld in het eerste lid van het voorgaande artikel, en de vaststelling van de voorschriften, bedoeld in het derde lid daarvan, geschieden, door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het betrokken bestuurscollege zoveel mogelijk gelijkluidend. Indien Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het bestuurscollege tot volledige overeenstemming geraken, geschiedt de vaststelling en/of aanwijzing bij dit besluit, dat in dit geval op alle binnen het betreffende openbaar lichaam werkzame overheidsdienaren betrekking heeft.

Artikel

28

Artikel

29

Ter uitvoering van het voorgaande artikel worden door de Staat, aan de ermede belaste instellingen, naarmate de behoefte ontstaat, leningen verstrekt tot het in totaal benodigde bedrag. Over deze leningen wordt door het land geen rente geheven. Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit artikel.

Artikel

30

De staat staat jegens elke instelling borg voor 90% van hetgeen deze uit hoofde van een ingevolge artikel 28 verstrekte lening aan hoofdsom en renten van de betrokken gewezen overheidsdienaar te vorderen heeft.

Artikel

31

Artikel

32

Indien de beoordeling van een voorgenomen investering als bedoeld in artikel 26 negatief is en/of de daarmede belaste instelling kenbaar maakt niet tot het verstrekken van een lening als bedoeld in artikel 28 of in een daarmede overeenkomende bepaling van een eilandsverordening te zullen overgaan, kan de betrokkene, zolang het hem verleende of te verlenen ontslag nog niet is ingegaan, zijn mededeling dat hij zelf het dienstverband wenst te beëindigen intrekken. Indien hij zijn ontslagaanvraag intrekt, wordt hij geacht geen ontslag te hebben verzocht.

Artikel

33

6

Verschillende bepalingen

Artikel

35

Artikel

36

Artikel

37

De werkman die op de wijze, bepaald in het voorgaande artikel, uitzicht op pensioen heeft verworven, komt op het tijdstip waarop het hem verleende ontslag ingaat in aanmerking voor het vrijwillig deelgenootschap ter zake van weduwen- en wezenpensioen, bedoeld in artikel 28 van de Werkliedenwet 1944 BES.

Artikel

38

Beslag, gelegd op het loon of de bezoldiging van een overheidsdienaar, wordt geacht tevens op de hem toekomende lumpsum te zijn gelegd. Evenwel is in geval van samenloop van beslag en inhouding als bedoeld in het volgende artikel slechts dat gedeelte van de lumpsum voor beslag vatbaar, hetwelk overblijft nadat de inhouding heeft plaats gevonden.

Artikel

39

Hetgeen bij het ingaan van het ontslag door de gewezen overheidsdienaar aan het bevoegde gezag of aan enig openbaar lichaam verschuldigd is wordt op de lumpsum ingehouden. Op deze inhouding zijn beperkende bepalingen welke aan inhouding op de bezoldiging of het loon zijn gesteld niet van toepassing.

Artikel

40

Korting ten behoeve van andere schuldeiser van de gewezen overheidsdienaar dan de in het voorgaande artikel bedoelde wordt op de lumpsum niet toegepast. Indien de bezoldiging of het loon van een overheidsdienaar onmiddellijk voorafgaand aan de ingang van het hem ingevolge dit besluit verleende ontslag aan zodanige korting onderworpen is, doet het bevoegde gezag aan de betrokken schuldeisers mededeling omtrent het aanstaande ontslag, ten minste een maand vóór de ingang daarvan.

Artikel

41

Aan de overheidsdienaar ten behoeve van wie de publiek- of privaatrechtelijke rechtspersoon in welke dienst hij is, een overeenkomst van borgtocht met zijn schuldeiser heeft aangegaan, wordt de hem toekomende lumpsum niet uitbetaald alvorens hij heeft aangetoond dat hij met de betrokken schuldeiser een nieuwe overeenkomst heeft aangegaan waarbij in ieder geval de betrokken rechtspersoon uit de borgtocht wordt ontslagen.

Artikel

42

Voor de toepassing van de Wet inkomstenbelasting BES wordt degene aan wie de lumpsum is uitbetaald geacht ten tijde van de uitbetaling in de openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius en Saba te wonen.

Artikel

43

Indien de overheidsdienaar overlijdt alvorens het hem ingevolge dit besluit te verlenen of verleende ontslag is ingegaan, wordt hij geacht niet voor een zodanig ontslag in aanmerking te zijn gekomen.

Artikel

44

Indien de gewezen overheidsdienaar overlijdt nadat hem ingevolge dit besluit verleende ontslag is ingegaan, doch voordat hem de lumpsum is uitgekeerd, geschiedt de betaling daarvan aan zijn erfgenamen.

Artikel

45

Indien degene die aanspraak heeft op een lumpsum onder curatele gesteld of in staat van faillissement verklaard wordt, geschiedt de betaling aan de curator.

Artikel

46

Indien de overheidsdienaar of gewezen overheidsdienaar opzettelijk onjuiste gegevens heeft verschaft, als gevolg waarvan hem ten onrechte een lumpsum dan wel een lumpsum tot een te hoog bedrag is toegekend, wordt al datgene van hem teruggevorderd dat hem niet zou zijn toegekend, indien hij de onjuiste gegevens niet had verschaft.

Artikel

47

Artikel

48

[vervallen]

7

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

49

Dit besluit wordt aangehaald als: «Lumpsumbesluit ambtenaren BES».

Artikel

50

[vervallen]

Artikel

51

[vervallen]

Artikel

52

[vervallen]

Artikel

53

[vervallen]

Artikel

54

[vervallen]

Artikel

55

[vervallen]

Artikel

56

[vervallen]

Artikel

57

[vervallen]