Artikel
1
Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
- –
-
–
inrichting: op grond van artikel 1a, eerste lid, van de wet aangewezen instelling.
Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
inrichting: op grond van artikel 1a, eerste lid, van de wet aangewezen instelling.
De procureur-generaal stelt, telkens wanneer de Minister van Justitie zulks nodig oordeelt, in de inrichting een plaatselijk onderzoek in.
Het bestuur van de inrichting wordt gevoerd door de directeur van de inrichting.
Bij aanvraag tot opneming van een patiënt in de inrichting moet worden overgelegd:
voor alle patiënten: de in de wet gevorderde stukken;
voor personen die voor rekening van derden worden opgenomen: een verklaring waaruit blijkt, wie voor de betaling der verpleeggelden aansprakelijk is;
voor de in artikel 37A van de wet bedoelde onvermogenden: een bewijs van onvermogen, afgegeven door of vanwege de gezaghebber van het openbaar lichaam waar de betrokkene woonplaats heeft.
Met uitsluiting van alle andere kosten zijn in de verpleeggelden begrepen:
verpleging en verzorging in de inrichting, alsmede de voeding der patiënten;
geneeskundige behandeling, voor zover deze wordt verstrekt door geneeskundigen, verbonden aan de inrichting of door hun vervangers;
genees- en verbandmiddelen, voorgeschreven door geneeskundigen verbonden aan de inrichting of door hun vervangers.
[vervallen]
De voor betaling ontvangen kwitantie wordt onverwijld aan de directeur van de inrichting gezonden. In geval van niet tijdige toezending dezer kwitantie kan de betrokken patiënt ontslagen worden dan wel niet langer als betalend patiënt worden behandeld, zonder dat het recht van vordering tot betaling der verpleeggelden op degene, te wiens laste de betrokken patiënt werd opgenomen, verloren gaat.
Plaatsen tot voorlopige opneming van krankzinnigen zijn:
krankzinnigengestichten, bedoeld in de artikelen 1a, eerste en tweede lid, en 2 van de wet.
bij regeling van Onze Minister, handelende in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, aangewezen huizen van bewaring, landsinrichtingen voor ter beschikking gestelden en cellen van politiebureaus.
De chefs van de korpsen politie en de directeuren der huizen van bewaring houden een register aan van de personen, die voorlopig worden opgenomen, welk register wordt ingericht volgens een bij dit besluit behorend model I.
Het register, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet, wordt ingericht volgens het bij dit besluit behorende model II.
Het register, bedoeld in artikel 19, derde lid, en 21, eerste lid, van de wet wordt ingericht volgens hij bij dit besluit behorende model III.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na die zijner afkondiging.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit tot regeling van het toezicht op krankzinnigen BES.
|
naam van de verpleegde |
volgno. |
datum |
toegepaste dwangmiddelen |
|
De geneesheer-directeur te, |
|
naam |
.......................................................................... |
|
|
voornamen |
.......................................................................... |
|
|
leeftijd |
.......................................................................... |
|
|
godsdienst |
.......................................................................... |
|
|
foto |
woonplaats |
.......................................................................... |
|
geboorteplaats |
.......................................................................... |
|
|
dagtekening van opneming |
.......................................................................... |
|
|
datum van eventueel vonnis |
.......................................................................... |
|
geneeskundige, die patiënt krankzinnig verklaarde |
....................................................................... |
|
redenen (opgegeven redenen) |
....................................................................... |
|
aard der krankzinnigheid (diagnose, zo mogelijk), |
|
|
Benevens verkregen inlichtingen omtrent de oorzaak der ziekte |
........................................................................ |
|
opmerkte verschijnselen (artikel 21 van de wet) |
........................................................................ |
|
aanmerkingen |
........................................................................ |
|
De ondergetekende, verklaart hierbij dat hij een verder verblijf in de inrichting van bovengenoemde persoon noodzakelijk acht om de hierna vermelde redenen: |
|
|
In het belang van de openbare orde |
|
|
Ter voorkoming van ongelukken |
|
|
Wegens ernstige verwaarlozing van de patiënt. |
|
|
De geneesheer-directeur te |