De minister draagt zorg voor het nemen van technische en organisatorische maatregelen voor de beveiliging van de landelijke voorziening. Deze maatregelen hebben in ieder geval betrekking op:
-
a.
het vaststellen en beschrijven van de functies, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de personen die in opdracht van de minister werkzaamheden verrichten ten aanzien van de landelijke voorziening;
-
b.
de integriteit van de voor de minister werkzame personen, bedoeld onder a;
-
c.
het afschermen van gegevens;
-
d.
het functioneren van de landelijke voorziening en het voorkomen van onvolledige werking;
-
e.
technische voorzieningen ter bescherming van de beveiliging en het afschermen van de voorziening;
-
f.
de bescherming tegen onbevoegde toegang tot apparatuur, programmatuur, verbindingen en daarin aanwezige gegevens tegen aantasting, vernietiging, verlies, wijziging of onbevoegde verstrekking;
-
g.
de beschikbaarheid, het gebruik en het beheer van de middelen die toegang bieden aan daartoe bevoegde personen tot gebouwen en ruimten waar apparatuur en programmatuur die van de landelijke voorziening deel uitmaken, zijn opgesteld respectievelijk zich bevinden;
-
h.
de bescherming tegen onbevoegde toegang tot apparatuur, programmatuur, verbindingen en daarin aanwezige gegevens tegen aantasting, vernietiging, verlies, wijziging of onbevoegde verstrekking;
-
i.
het aanmaken en het wijzigen van toegangsgegevens en autorisaties.