Artikel
1
Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
a.
grondkoers: de projectie op het aardoppervlak van de vliegbaan van een luchtvaartuig waarvan de richting wordt uitgedrukt in graden ten opzichte van het ware noorden afgekort T, het magnetische noorden afgekort M of het kaartnetnoorden afgekort G;
-
b.
voet: de lengte gelijk aan 0.3048 m;
-
c.
hoogte: de verticale afstand tussen een vlak, een punt of een als punt te beschouwen voorwerp en een referentievlak, referentiepunt of als referentiepunt te beschouwen voorwerp;
-
d.
vliegniveau: een vlak van constante atmosferische druk in relatie tot het referentie-drukvlak van 1013.2 hectopascals (hPa), dat van soortgelijke vlakken is gescheiden door bepaalde drukintervallen;
-
e.
overgangshoogte: de hoogte boven gemiddeld zeeniveau waarop en waar beneden de vlieghoogte wordt uitgedrukt in hoogte boven gemiddeld zeeniveau;
-
f.
overgangsniveau: het laagst beschikbare vliegniveau boven de overgangshoogte;
-
g.
QFE: de atmosferische druk op het vliegveldniveau;
-
h.
QNH: de QFE herleid tot gemiddeld zeeniveau in de ICAO-standaardatmosfeer.