Regeling houdende nieuwe voorschriften met betrekking tot de aflevering en het voorschrijven van middelen als bedoeld in de artikelen 3 en 4 van de Opiumwet 1960 BES

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    de wet: de Opiumwet 1960 BES;

  • b.

    de Inspecteur: de Inspecteur voor Geneesmiddelen;

  • c.

    middel: elke stof, of enige bereiding daarvan, als bedoeld in de artikelen 3, 3a en 4 van de wet of aangewezen krachtens artikel 3, het eerste lid, onder f, van de wet.

  • d.

    gevestigde apotheker: apotheker, ingeschreven in het register van apothekers die de artsenijbereidkunde uitoefenen, zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid van de Wet op de geneesmiddelenvoorziening BES;

  • e.

    het verdrag: het op 30 maart 1961 te New York tot stand gekomen Enkelvoudig Verdrag inzake verdovende middelen (Trb. 1963, 81), zoals gewijzigd bij het op 25 maart 1972 te Genève tot stand gekomen Protocol tot wijziging van dat verdrag (Trb. 1987, 90), dan wel het op 21 februari 1971 te Wenen tot stand gekomen Verdrag inzake psychotrope stoffen (Trb. 1989, 129).

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

De in artikel 7, lid 2 onder a en b van de wet genoemde personen moeten bij de aflevering van de in artikel 1 van deze beschikking bedoelde middelen, de navolgende voorschriften in acht nemen:

De etiketten, waaronder enig middel of preparaat dat een middel bevat, te koop wordt aangeboden of wordt afgeleverd, moeten onverminderd het bepaalde in artikel 18 van de Wet op de geneesmiddelenvoorziening BES, het gewicht en het percentage van het middel aangeven.

Deze etiketten moeten ook de naam aangeven in overeenstemming met de naam, waarmede het middel is aangeduid in de wet of in een ministeriële regeling op grond van artikel 3, eerste lid onder f van de wet.

Artikel

5

Artikel

5a

Artikel

6

Artikel

7

Het bestellen zoals bedoeld in artikel 5a van de wet, mag slechts geschieden door overlegging van een geschrift hetwelk vermeldt:

  • 1°.

    de datum;

  • 2°.

    de naam en de hoeveelheid van het middel of van de middelen;

  • 3°.

    de woorden ‘ter uitoefening van de artsenijbereidkunde’.

  • 4°.

    de naam van de onderneming of instelling te wiens behoeve de bestelling wordt verricht;

  • 5°.

    de naam, woonplaats en ondertekening van de persoon, die namens de onder 4° bedoelde onderneming de bestelling verricht.

Artikel

8

Artikel

9

  • a.

    Eveneens dient opgave gedaan te worden van die hoeveelheden middel, preparaat of bereiding die teloor is gegaan, dan wel vernietigd is gedurende het voorgaande kalenderjaar, onder vermelding b. van reden en omstandigheid, Gevestigde apothekers, apotheekhoudende geneeskundigen en gevestigde diergeneeskundigen en houders van een verlof zoals bedoeld in artikel 6 eerste lid en 7 eerste lid van de wet, zijn verplicht, op een door de Inspecteur vast te stellen wijze, schriftelijk opgave te doen van de bij hen op 31 december van elk kalenderjaar aanwezige voorraad middelen. Tevens dienen zij daarbij afzonderlijk schriftelijk opgaaf te doen van elk middel of elke preparaat dat, een middel, als bedoeld in de artikelen 3 en 4 van de wet, bevat en wel zodanig dat in de schriftelijke opgave worden vermeld de hoeveelheid inslag en aflevering of verkoop gedurende het voorgaande kalenderjaar.

Artikel

10

[vervallen]

Artikel

11

[vervallen]

Artikel

12

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling houdende nieuwe voorschriften met betrekking tot de aflevering en het voorschrijven van middelen als bedoeld in de artikelen 3 en 4 van de Opiumwet 1960 BES.

Bijlage

behorende bij artikel 5a van de Regeling houdende nieuwe voorschriften met betrekking tot de aflevering en het voorschrijven van middelen als bedoeld in de artikelen 3 en 4 van de Opiumwet 1960 BES

  • a.

    de volgende op Lijst I van de Regeling van 6 januari 2005 ter uitvoering van artikel 3, eerste lid, onder f, Opiumwet 1960 BES vermelde middelen:

    acetylmethadol

    alfacetylmethadol

    alfentanil

    amfetamine

    bezitramide

    cocaïne

    codeïne

    dexamfetamine

    dextromoramide

    dextropropoxyfeen

    difenoxylaat

    dihydrocodeïne

    ethylmorfine

    fentanyl

    hydrocodon

    hydromorfon

    metamfetamine

    metamfetamine racemaat

    methadon

    methylfenidaat

    morfine

    nicomorfine

    opium

    oxycodon

    pethidine

    piritramide

    remifentanil

    secobarbital

    sufentanil

    ∆-9-tetrahydrocannabinol

  • b.

    de middelen vermeld op Lijst II van de Regeling van 6 januari 2005 ter uitvoering van artikel 3, eerste lid, onder f, Opiumwet 1960 BES, met uitzondering van hasjiesj,

  • c.

    de zouten, esters, ethers en enantiomeren van de bovengenoemde substanties,

  • d.

    preparaten van vorenstaande opiumwetmiddelen, voor zover deze geen opiumwetmiddelen bevatten die niet in deze bijlage worden genoemd.