Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 16 september 2010, nr. AV/PB/2010/18205, tot wijziging van de Regeling Pensioenwet BES

Regeling Pensioenwet BES

Paragraaf

1

Aanmelding fonds

Bepalingen ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van de wet

Artikel

1

Aanmelding pensioenfonds

Het bestuur van een pensioenfonds meldt de oprichting van het pensioenfonds overeenkomstig artikel 4 van de wet door middel van het formulier dat als bijlage 1 bij deze regeling is gevoegd.

Paragraaf

2

Toetsing betrouwbaarheid beleidsbepalers

Bepalingen ter uitvoering van artikel 5a van de wet en artikel 4, tweede lid, Besluit Pensioenwet BES

Artikel

2

Betrouwbaarheid

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a.

    betrouwbaarheid:het zich onthouden van een of meer gedragingen die naar het oordeel van de Bank in de weg staan aan het vervullen van de functie van (mede)beleidsbepaler als bedoeld in artikel 5a van de wet.

  • b.

    gedragingen: een doen of nalaten dat blijk geeft van de afwezigheid van eigenschappen als:

    • waarheidslievendheid;

    • verantwoordelijkheidszin;

    • wetsgetrouwheid;

    • openheid;

    • oprechtheid;

    • prudentie;

    • punctualiteit;

    • onkreukbaarheid;

    • discretie;

    • rechtschapenheid.

  • c.

    antecedenten: voornemens, handelingen, en strafrechtelijke-, financiële-, toezichts- en overige antecedenten. De strafrechtelijke-, financiële-, toezichts- en overige antecedenten omvatten de in de bijlage 2 genoemde feiten en omstandigheden.

  • d.

    betrokkenen:beleidsbepalers bij onder toezicht staande pensioenfondsen.

Artikel

3

Betrouwbaarheidstoetsing

De betrouwbaarheidstoetsing:

  • a.

    is gebaseerd op het antecedentenonderzoek zoals in de wet bepaald;

  • b.

    is toepasbaar op alle betrokkenen als bedoeld in artikel 2, onder d; en

  • c.

    dient ter waarborging van de integriteit van een pensioenfonds, door middel van toetsing van bovengenoemde betrokkenen.

Artikel

4

Frequentie toetsing

De toetsing van betrouwbaarheid van de betrokkenen geschiedt om de drie jaar en wanneer de Bank dit noodzakelijk acht, onder meer:

  • a.

    bij wijziging van antecedenten voor afloop van de gestelde periode; en

  • b.

    in geval van een gemeld incident.

Artikel

5

Onverenigbaarheid van belangen

Paragraaf

3

Continuïteitsanalyse

Bepalingen ter uitvoering van artikel 5b, tweede lid, van de wet en artikel 12, vierde lid, van het Besluit Pensioenwet BES

Artikel

6

Continuïteitsanalyse

Paragraaf

4

Afkoop kleine pensioenen bij ingang

Bepalingen ter uitvoering van artikel 7b, eerste en vijfde lid, van de wet

Artikel

7

Hoogte bedrag

Het bedrag, bedoeld in artikel 7b, eerste lid, van de wet, wordt vastgesteld op USD 111,73 per maand.

Artikel

8

Uitzondering op afkoop

De afkoop van een pensioen, bedoeld in artikel 7b, eerste lid, van de wet, is niet mogelijk:

  • a.

    ten aanzien van een weduwen- en weduwnaarspensioen of een bijzonder weduwen- en weduwnaarspensioen, indien uit hoofde van het overlijden waaraan het recht op pensioen wordt ontleend, tevens recht bestaat op wezenpensioen ten laste van het fonds;

  • b.

    ten aanzien van een tijdelijk pensioen.

Paragraaf

5

Waardeoverdracht

Bepalingen ter uitvoering van artikel 7c, tweede lid, van de wet

Artikel

9

Definities

Artikel

10

Procedure met betrekking tot overdragende pensioenuitvoerder

Artikel

11

Procedure met betrekking tot ontvangende pensioenuitvoerder

De ontvangende pensioenuitvoerder kan de overdrachtswaarde in ontvangst nemen wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • a.

    de gewezen deelnemer verstrekt de in artikel 10, derde lid, bedoelde opgave aan de ontvangende pensioenuitvoerder;

  • b.

    de ontvangende pensioenuitvoerder verstrekt aan de gewezen deelnemer een opgave van de aanspraken die de gewezen deelnemer in de nieuwe pensioenregeling in verband met de waardeoverdracht zal ontvangen; en

  • c.

    de gewezen deelnemer heeft ingestemd met de in onderdeel b opgenomen opgave en heeft verzocht om de overdracht.

Artikel

12

Realisatie waardeoverdracht

Artikel

13

Bepaling omvang overdrachtswaarde

Artikel

14

Berekening contante waarde

Artikel

15

Rentestandskorting

Artikel

16

Berekening deelnemingsjaren

Artikel

17

Bijzondere gevallen

Paragraaf

6

Consistentie

Bepalingen ter uitvoering van artikel 7f, tweede lid, van de wet

Artikel

18

Consistentie

Paragraaf

7

Vaststelling vereist eigen vermogen

Bepalingen ter uitvoering van artikel 13c, tweede lid, van de wet en artikel 23, vierde lid, van het Besluit Pensioenwet BES

Artikel

19

Standaardmodel

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel

20

Correlaties

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel

21

Risicoprofiel

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel

22

Vereenvoudigd model

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel

23

Intern model

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel

24

Overgangsregeling

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Paragraaf

8

Begroting, jaarverslag, verantwoording van de Bank

Bepalingen ter uitvoering van artikel 23, tweede lid, van de wet

Artikel

25

Indienen van de begroting

Artikel

26

Eisen aan de begroting

Artikel

27

Eisen aan de toelichting bij de begroting

Artikel

28

Eisen aan de gewijzigde of aanvullende begroting

Op de gewijzigde of aanvullende begroting, bedoeld in artikel 154, vierde lid, van de Pensioenwet, dat op grond van artikel 23 van de wet van overeenkomstige toepassing is, zijn de artikelen 25 tot en met 27 van overeenkomstige toepassing.

Artikel

29

Indienen van jaarverslag en verantwoording

Artikel

30

Eisen aan verantwoording

Artikel

31

Eisen aan het jaarverslag

Artikel

32

Bevindingen

De raad van commissarissen vermeldt in zijn bevindingen of:

  • a.

    de begroting, het jaarverslag en de verantwoording is opgesteld conform de bij of krachtens de wet daaraan gestelde eisen;

  • b.

    is afgeweken van de afspraken die met de minister zijn gemaakt; en

  • c.

    conform de overeengekomen procedures overleg is gepleegd met belanghebbenden en de wijze waarop is ingegaan op hun bevindingen.

Paragraaf

9

Kosten

Uitwerking artikel 24, vierde lid, van de wet en artikel 42, tweede lid, van het Besluit Pensioenwet BES

Artikel

33

Vaststelling verschuldigd bedrag kosten

Artikel

34

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als Regeling Pensioenwet BES.

Bijlage

1

behorend bij paragraaf 1

Formulier pensioenfonds als bedoeld in artikel 4, tweede lid, Pensioenwet BES

1. Algemene gegevens

a. Bedrijfstakpensioenfonds of ondernemingspensioenfonds?

b. naam

postadres

bezoekadres

telefoon

Fax

e-mail

Inschrijfnummer Kamer van Koophandel en Nijverheid

Administrateur/contactpersoon

c. bij bedrijfstakpensioenfondsen:

Ten behoeve van welke bedrijftak of gedeelte daarvan werkt het fonds?

bij ondernemingspensioenfondsen:

Naam van de onderneming of instelling waaraan het fonds is verbonden.

d. Aantal werknemers dat als deelnemers is opgenomen

e. Aantal ondernemingen dat bij het fonds is aangesloten

2. Financiële structuur van het fonds

a. Worden de pensioenverplichtingen (bijvoorbeeld ouderdomspensioen, nabestaandenpensioen en arbeidsongeschikteheidspensioen) herverzekerd?

O ja

O nee

Zo ja, welke?

b. Worden overlijdensrisico’s herverzekerd?

O ja

O nee

c. Worden arbeidsongeschiktheidsrisico’s herverzekerd?

O ja

O nee

3. Externe adviseurs

naam van de externe deskundige

Naam van de actuaris

4. Beleidsbepalers (artikel 5a Pensioenwet BES)

a. naam en functie van bestuursleden en andere personen die het beleid van het fonds (mede) bepalen

Naam

functie

4b. Naam en functie van de personen die het dagelijks beleid bepalen

Naam

functie

5. Ondertekening

Namens het bestuur van het fonds

datum

plaats

Voorzitter

Naam

handtekening

secretaris

Naam

handtekening

Bijlage

2

behorend bij paragraaf 2

Bijlage

2.A.1:

Strafrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 2, onderdeel c, en artikel 5, tweede lid

Onder strafrechtelijke antecedenten worden in ieder geval verstaan:

  • 1.

    Veroordelingen bij overtreding van strafbepalingen binnen en buiten de openbare lichamen

De betrokkene is bij rechterlijke uitspraak veroordeeld ter zake van poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokken van medeplegen van en/of medeplichtigheid aan een of meer van de hieronder opgesomde strafbare feiten uit:

  • Pensioenwet BES

  • Wet assurantiebemiddelingsbedrijf BES

  • Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES

  • Wet toezicht beleggingsinstellingen en administrateurs BES

  • Wet toezicht effectenbeurzen BES

  • Wet toezicht trustwezen BES

  • Wet toezicht verzekeringsbedrijf BES

  • Wetboek van Strafrecht BES (tweede Boek)

  • Wetboek van Strafrecht BES (derde Boek)

  • Wet inkomstenbelasting BES

  • Wet loonbelasting BES

  • Opiumwet 1960 BES

  • Vuurwapenwet BES

  • Wapenwet BES

  • Wet van 20 april 1932, betreffende botsing, aan- of overrijding met motorrijtuigen en ontzegging van de rijbevoegdheid BES.

  • Wet meldplicht ongebruikelijke transacties BES

  • Wet identificatie bij dienstverlening BES

  • Belastingwet BES

Onder veroordelingen wordt ook verstaan veroordelingen in het buitenland wegens overtreding van een of meer daar geldende strafbepalingen vergelijkbaar met de hiervoor genoemde.

  • 2.

    Transacties met de Officier van Justitie bij overtreding van strafbepalingen binnen en buiten de openbare lichamen.

De betrokkene heeft een vrijwillige betaling als bedoeld in artikel 76 van het Wetboek van Strafrecht BES gedaan ter zake van een of meer van de hiervoor onder 1 genoemde strafbare feiten.

Onder transacties wordt ook verstaan in het buitenland met de terzake bevoegde autoriteiten ter zake van overtreding van een of meer daar geldende strafbepalingen vergelijkbaar met de hiervoor genoemde.

  • 3.

    Voorwaardelijk of onvoorwaardelijk sepot, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging binnen en buiten in de openbare lichamen.

De betrokkene wordt terzake van een of meer van de hiervoor onder 1 genoemde strafbare feiten niet of niet verder vervolgd, dan wel vrijgesproken of ontslagen van rechtsvervolging.

Onder voorwaardelijke of onvoorwaardelijk sepot, niet verdere vervolging, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging wordt ook verstaan soortgelijke uitspraken en maatregelen buiten de openbare lichamen ter zake van overtreding van een of meer daar geldende strafbepalingen vergelijkbaar met de hiervoor genoemde.

  • 4.

    Andere feiten of omstandigheden:

    • officiële processen-verbaal of rapporten ter zake van onder 1 genoemde strafbare feiten;

    • soortgelijke officiële documenten met gelijke bewijskracht buiten de openbare lichamen; of

    • andere feiten of omstandigheden.

Bijlage

2.A.2:

Strafrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 2, onderdeel c, en artikel 5, eerste en tweede lid

Veroordelingen binnen of buiten de openbare lichamen

De betrokkene is bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak veroordeeld voor (poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokken van en/of medeplichtigheid aan) een of meer van de hieronder opgesomde strafbare feiten:

  • handelen met voorwetenschap bij transacties in effecten (Wet toezicht effectenbeurzen BES);

  • ernstige diefstal, verduistering, valsheid in geschrifte, meineed, benadeling van schuldeisers of rechthebbenden, witwassen (Wetboek van Strafrecht BES);

  • overtreding Pensioenwet BES;

  • overtreding Wet assurantiebemiddelingsbedrijf BES;

  • overtreding Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES;

  • overtreding Wet toezicht beleggingsinstellingen en administrateurs BES;

  • overtreding Wet toezicht trustwezen BES;

  • overtreding Wet toezicht verzekeringsbedrijf BES.

Bijlage

2.B:

Financiële antecedenten als bedoeld in artikel 2, onderdeel c

Onder financiële antecedenten, van belang voor de beoordeling van de daaraan ten grondslag liggende gedraging of gedragingen, worden voor de betrokkene in ieder geval verstaan:

  • 1.

    Persoonlijk:

    • betrokkene heeft belangrijke persoonlijke financiële problemen gehad en deze hebben tot juridische, invordering- of incassoprocedures geleid;

    • ten aanzien van betrokkene is surseance van betaling, faillissement of schuldsanering of schuldeisersakkoord; aangevraagd of uitgesproken;

    • betrokkene is thans in de openbare lichamen of elders verwikkeld in één of meer juridische procedures naar aanleiding van persoonlijke financiële problemen, dan wel verwacht daarin betrokken te raken; of

    • de persoonlijke financiële verplichtingen van betrokkene staan naar algemene maatstaven niet in een gezonde verhouding tot diens inkomsten of vermogen.

  • 2.

    Zakelijk

    • de huidige of één van de voormalige werkgevers van betrokkene of enige vennootschap of rechtspersoon waarbij betrokkene een functie bekleedt of bekleedde als beleidsbepalende of medebeleidsbepalende persoon, feitelijke zeggenschap in het bestuur uitoefent of uitoefende of anderszins medeverantwoordelijk of medeverantwoordelijk is of was voor het beleid, heeft belangrijke financiële problemen gehad en deze hebben tot juridische procedures in de openbare lichamen of elders geleid;

    • met betrekking tot de huidige of één van de voormalige werkgevers of enige vennootschap of rechtspersoon beleidsbepaler of medebeleidsbepaler bekleedt/bekleedde, feitelijke zeggenschap in het bestuur uitoefent/uitoefende of anderszins (mede)verantwoordelijk is/was voor het beleid, is surséance van betaling of faillissement aangevraagd of uitgesproken;

    • betrokkene is veroordeeld tot het voldoen van openstaande schulden wegens aansprakelijkheid voor het faillissement van een vennootschap of rechtspersoon op grond van de toepasselijke bepalingen van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES (artikelen 16 en 19, zevende lid).

  • 3.

    Andere feiten of omstandigheden

Andere feiten of omstandigheden die wijzen op betrokkenheid van betrokkene bij één of meer financiële gedragingen voor zover die redelijkerwijs van belang kunnen zijn voor de beoordeling van diens betrouwbaarheid.

Bijlage

2.C:

Toezichtsantecedenten als bedoeld in artikel 2, onderdeel c

Onder toezichtsantecedenten, van belang voor de beoordeling van de daaraan ten grondslag liggende gedraging of gedragingen, worden in ieder geval voor de betrokkene verstaan:

  • het onjuist en/of onvolledig verstrekken van gegevens aan een van overheidswege, in de openbare lichamen of in het buitenland, met het toezicht op de financiële markten belaste toezichthouder;

  • betrokkene of een vennootschap of rechtspersoon beleidsbepalende of medebeleidsbepalende persoon bekleedt of bekleedde, feitelijke zeggenschap in het bestuur uitoefent/uitoefende of anderszins (mede)verantwoordelijk is of was voor het beleid, is een toelating, vergunning of ontheffing geweigerd door een van overheidswege (in de openbare lichamen of elders) met het toezicht op de financiële markten belaste toezichthouder;

  • een aan betrokkene of een vennootschap of rechtspersoon waarbij betrokkene een functie als beleidsbepalende of medebeleidsbepalende persoon bekleedt of bekleedde, feitelijk zeggenschap in het bestuur uitoefent of uitoefende of anderszins (mede)verantwoordelijk is of was voor het beleid, verleende toelating, vergunning of ontheffing is ingetrokken door een van overheidswege (in de openbare lichamen of elders) met het toezicht op de financiële markten belaste toezichthouder;

  • betrokkene, of zijn huidige of één van zijn voormalige werkgevers of een vennootschap of rechtspersoon, waarbij betrokkene een functie als beleidsbepalende of medebeleidsbepalende persoon bekleedt of bekleedde, feitelijk zeggenschap in het bestuur uitoefent of uitoefende of anderszins (mede-)verantwoordelijk is/was voor het beleid, is in conflict geweest met een van overheidswege (in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba of elders) met het toezicht op de financiële markten belaste toezichthouder, en dit conflict heeft geleid tot enige maatregel jegens betrokkene dan wel jegens de vennootschap of rechtspersoon waarbij betrokkene een functie als beleidsbepalende of medebeleidsbepalende persoon bekleedt of bekleedde, feitelijk zeggenschap in het bestuur uitoefent/uitoefende of anderszins verantwoordelijk is of was voor het beleid;

  • aan betrokkene of aan een vennootschap of rechtspersoon waarbij betrokkene een functie als beleidsbepalende of medebeleidsbepalende persoon bekleedt of bekleedde, feitelijke zeggenschap in het bestuur uitoefent of uitoefende of anderszins (mede)verantwoordelijk is of was voor het beleid, een verklaring door de Minister van Justitie ter zake van de oprichting van dan wel van de wijziging van de statuten van een vennootschap geweigerd;

  • indien sprake is van een aanwijzing of een bewindvoerder door een toezichthouder in de openbare lichamen of een buitenlandse toezichthouder;

  • andere feiten of omstandigheden die wijzen op betrokkenheid van betrokkene bij één of meer gedragingen ter zake waarvan in toezichtswetgeving in de openbare lichamen of buitenlandse financiële toezichtwetgeving regels zijn gesteld, welke gedraging of gedragingen redelijkerwijs van belang kunnen zijn voor de beoordeling van diens betrouwbaarheid.

Bijlage

2.D:

Fiscaal bestuursrechtelijke antecedenten

Onder fiscaal bestuurlijke antecedenten, van belang voor de beoordeling van de daaraan ten grondslag liggende gedraging of gedragingen, worden voor de betrokkene in ieder geval verstaan:

Aan betrokkene is op grond van de Belastingwet BES een straf opgelegd ter zake van één of meer van de hierna genoemde strafbare feiten:

  • het niet, onjuist of onvolledig verstrekken van inlichtingen, gegevens of aanwijzingen;

  • het niet nakomen van inlichtingenverplichtingen.

Bijlage

2.E:

Overige antecedenten als bedoeld in artikel 2, onderdeel c

Onder overige antecedenten, van belang voor de beoordeling van de daaraan ten grondslag liggende gedraging(en), worden in ieder geval voor de betrokkene verstaan:

  • de inschrijving van betrokkene bij het Dutch Securities Institute is door die instelling beëindigd;

  • betrokkene is onderworpen of onderworpen geweest aan een procedure tot het treffen van tuchtrechtelijke, disciplinaire of vergelijkbare maatregelen door of vanwege een organisatie van zijn beroepsgenoten in of buiten de openbare lichamen en deze procedure heeft jegens betrokkene tot maatregelen geleid;

  • betrokkene is betrokken of betrokken geweest bij enig conflict met zijn huidige dan wel een vorige werkgever aangaande de correcte vervulling van zijn functie of naleving van gedragsnormen in verband met die taakvervulling en dit conflict heeft geleid tot het opleggen van een arbeidsrechtelijke sanctie aan betrokkene (zoals in de vorm van een waarschuwing, berisping, schorsing of ontslag).

Bijlage

3

behorend bij paragraaf 7

Artikel

1

Rentefactoren voor het bepalen van het vereist eigen vermogen voor renterisico

1 (jaar)

1,60

0,63

16

1,29

0,77

2

1,51

0,66

17

1,29

0,77

3

1,45

0,69

18

1,29

0,77

4

1,41

0,71

19

1,28

0,78

5

1,37

0,73

20

1,28

0,78

6

1,35

0,74

21

1,28

0,78

7

1,34

0,75

22

1,28

0,78

8

1,33

0,75

23

1,28

0,78

9

1,33

0,75

24

1,28

0,78

10

1,32

0,76

25

1,27

0,79

11

1,32

0,76

>25

1,27

0,79

12

1,31

0,77

13

1,31

0,77

14

1,31

0,77

15

1,29

0,77

Artikel

2

Formules en procedure standaardmodel

Het vereist eigen vermogen per risicofactor als bedoeld in artikel 19 wordt als volgt aangeduid:

S1 voor het vereist eigen vermogen voor het renterisico.

S2 voor het vereist eigen vermogen voor het aandelen- en vastgoedrisico.

S3 voor het vereist eigen vermogen voor het valutarisico.

S4 voor het vereist eigen vermogen voor het grondstoffenrisico.

S5 voor het vereist eigen vermogen voor het kredietrisico.

S6 voor het vereist eigen vermogen voor het verzekeringstechnische risico.

S7 voor het vereist eigen vermogen voor het liquiditeitsrisico.

S8 voor het vereist eigen vermogen voor het concentratierisico.

S9 voor het vereist eigen vermogen voor het operationeel risico.

Het vereist eigen vermogen wordt bepaald aan de hand van de volgende formule en op basis van onderstaande procedure:

• waarbij ρ = 0,50.

Daarbij zal deze formule worden aangepast als aan de risicofactoren S7, S8 en S9 waarden worden toegekend.

Het vereist eigen vermogen van het fonds, als bedoeld in artikel 13c van de wet, wordt bepaald aan de hand van een iteratief proces. Dit proces bestaat uit het herhaald toepassen van het standaardmodel. Het beleggingsbeleid met de bijbehorende beleggingskarakteristieken blijft daarbij gelijk. Het belegde vermogen in de tweede toepassing en in iedere daaropvolgende herhaalde toepassing is gelijk aan het belegde vermogen in de daaraan voorafgaande toepassing minus het aan het eind van de daaraan voorafgaande toepassing bepaalde verschil tussen het eigen vermogen en de uitkomst van de formule. De herhalingsprocedure stopt indien dit verschil niet langer significant is. Dit is doorgaans het geval na twee herhalingen. De uitkomst van de formule is dan gelijk aan het vereist eigen vermogen.

In deze formule komt het vereist vermogen voor het aandelen- en vastgoedrisico S 2 als volgt tot stand. In is bepaald dat in het standaardmodel bij de aggregatie van het vereist eigen vermogen voor respectievelijk aandelen ontwikkelde markten en indirect vastgoed (S 2A ), aandelen opkomende markten (S 2B ), niet-beursgenoteerde aandelen (S 2C ) en direct vastgoed (S 2D ) tot het totale vereist eigen vermogen voor aandelen- en vastgoedrisico (S 2 ) rekening wordt gehouden met de mogelijke statistische samenhang tussen de effecten van de scenario’s. Bij de aggregatie wordt uitgegaan van een uniforme correlatie ρ’ van 0,75. De componenten S 2A tot en met S 2D worden vervolgens gecombineerd tot het totaal vereist eigen vermogen voor aandelen- en vastgoedrisico S 2 aan de hand van de formule:

Waarbij ρ’ = 0,75.