Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 22 september 2010, nr. 151932, houdende regels inzake de slacht en vleeskeuring op Bonaire (Regeling slacht- en vleeskeuring Bonaire)

Regeling slacht- en vleeskeuring Bonaire

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Besluit:

Hoofdstuk

I

Slacht- en vleeskeuring bonaire

Afdeling

I

Algemeen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    besluit: Besluit slacht- en vleeskeuring Bonaire;

  • b.

    minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

  • c.

    vee: herkauwende dieren, eenhoevige dieren en varkens;

  • d.

    slachtvee: alle voor onmiddellijke slachting bestemd vee;

  • e.

    pluimvee: alle soorten gevogelte zoals kip, kalkoen, duif, patrijs, struisvogel, fazant;

  • f.

    samengesteld vleesproduct: product bestaande uit vlees of vleesproduct en een vleesvreemd eiwit of toegevoegde ingrediënten;

  • g.

    separatorvlees: verkleinde substantie bestaande uit spierweefsel, bindweefsel, merg en vet, hetwelk machinaal is gescheiden van beenderen van slachtvee of pluimvee;

  • h.

    darmvervangend omhulsel: ander omhulsel van worst dan de darm, voor zover bestaande uit materiaal dat op overeenkomstige wijze als de darm water en vet doorlaat;

  • i.

    verpakking: de verpakking van de in deze regeling bedoelde producten of producten, bestemd of geschikt om met de inhoud aan de verbruiker te worden afgeleverd, die een hoeveelheid van het product geheel of ten dele bedekt of kan bedekken en waarin die hoeveelheid is aangebracht alvorens in die verpakking in de handel te worden of te zijn gebracht, zodanig dat de in de verpakking aanwezige hoeveelheid van het product niet kan worden gewijzigd zonder dat de verpakking is geopend of een aantoonbare wijziging in die verpakking is aangebracht. Niet als verpakking worden aangemerkt bij worst de darm of het darmvervangend omhulsel;

  • j.

    startercultuur: reincultuur van één type micro-organisme of een mengsel van meer dan één type micro-organisme, beide bedoeld om een fermentatieproces te kunnen sturen en versnellen;

  • k.

    fosfaten: natrimorthofosfaat E 339, dinatriumwaterstofdifosfaat E450 a i, tetranatriumdifosfaat E 450 a iii, pentanatriumdifosfaat E 450 b i, natriumpolyfosfaat E 450 c i, kaliumorthofosfaat E 340, tetrakaliumdifosfaat E 450 a iv, pentakaliumtrifosfaat E 450 b ii, kaliumpolyfosfaat E 450 c ii;

  • l.

    ingrediënten: stoffen en producten, welke bij vervaardiging of bereiding van eetwaar worden gebruikt en die als zodanig of als omzettingsproduct in het product aanwezig zijn;

  • m.

    vleesvreemd eiwitproduct: soja-eiwitproduct of melkeiwitproduct, dan wel door de keuringsdierenarts aangewezen andere eiwitproducten.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Afdeling

II

Het slachten en gebruik van het slachthuis

Paragraaf

A

De kennisgeving van slachten en de vergunning tot slachten

Artikel

5

Kennisgeving van het voornemen aan keuring onderworpen slachtvee te slachten of te doen slachten geschiedt bij de hoofdkeurmeester.

Artikel

6

Artikel

7

Paragraaf

B

De wijze waarop slachtvee mag worden geslacht

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Het is verboden tijdens of na de verbloeding slachthandelingen te verrichten met uitzondering van het inkorten van de halsslagaderen, alvorens blijvende bewegingsloosheid is ingetreden.

Artikel

13

Het ophangen van slachtvee voor het bedwelmen is verboden.

Artikel

14

Artikel

15

Paragraaf

C

De toestand waarin een geslacht dier moet verkeren, totdat met de keuring wordt begonnen

Artikel

16

Artikel

17

Artikel

18

Artikel

19

Artikel

20

Artikel

21

Van het geslachte dier mogen geen delen worden verwijderd, noch mogen in het geslachte dier andere insnijdingen zijn gemaakt, dan die, welke nodig zijn om het dier te brengen in de toestand, voorgeschreven in deze paragraaf. Daarbij horende organen en delen mogen niet zijn ingesneden, noch verkleind of geheel of gedeeltelijk verwijderd.

Artikel

22

Een geslacht dier of enig gedeelte ervan, uitgezonderd de longen van dieren, geslacht volgens de Israëlische ritus, mag niet zijn opgeblazen.

Afdeling

III

De keuring van slachtvee en daarvan afkomstig vee

Paragraaf

D

Wat bij de keuring wordt onderzocht

Artikel

23

Bij keuring vóór het slachten wordt door de keuringsdierenarts onderzocht of er:

  • a.

    verschijnselen of afwijkingen zijn, welke aanleiding kunnen geven bij de keuring na het slachten bijzondere opmerkzaamheid aan bepaalde organen of delen te wijden of een bijzonder onderzoek in te stellen;

  • b.

    verschijnselen zijn van een ziekte, waarbij het vlees geheel of ten dele wordt geacht schadelijk te zijn voor de gezondheid van de mens;

  • c.

    verschijnselen zijn van een ziekte of afwijking, welke van invloed kan zijn op de deugdelijkheid van het vlees;

  • d.

    verschijnselen zijn van een besmettelijke veeziekte, waarop enig wettelijk voorschrift van toepassing is;

  • e.

    verschijnselen zijn welke doen verwachten, dat het vlees de bij de slachting te gebruiken gereedschappen en apparatuur met smetstof zal verontreinigen.

Artikel

24

Bij de keuring na het slachten wordt door de keuringsdierenarts onderzocht of:

  • a.

    het vlees in het algemeen en de verschillende organen en delen in het bijzonder enigerlei afwijking van de normale toestand vertonen. Daarbij wordt tevens nagegaan of deze afwijkingen het instellen van een nader onderzoek vereisen;

  • b.

    op grond van de onder a bedoelde afwijkingen of van de uitslag van het nader ingestelde onderzoek het vlees in het algemeen, organen of delen, met inachtneming van de daaromtrent gegeven wettelijke voorschriften worden geacht schadelijk te zijn voor de gezondheid van de mens, dan wel zo in deugdelijkheid te zijn verminderd, dat tot afkeuring wordt besloten.

Artikel

25

Voorwaardelijke goedkeuring, zoals gesteld in artikel 8 van het besluit, is op grond van deze regeling niet mogelijk.

Paragraaf

E

De keuring van gestorven en van in nood gedode dieren

Artikel

26

Paragraaf

F

In welke gevallen wordt afgekeurd

Artikel

27

Afgekeurd wordt:

  • a.

    vlees, dat wordt geacht schadelijk te zijn voor de gezondheid van de mens;

  • b.

    vlees, dat ten gevolge van ondeugdelijke toestand onder generlei voorwaarde als voedsel voor de mens bruikbaar wordt geacht;

  • c.

    vlees, afkomstig van slachtvee, waarvan de keuring na het slachten wegens handelen in strijd met een of meer in paragraaf C genoemde artikelen niet volledig kan worden verricht en ten gevolge waarvan goedkeuring niet mogelijk is;

  • d.

    vlees, waarvan onbruikbaarmaking voor voedsel voor mens en dier, onschadelijkmaking of vernietiging bij of krachtens een wettelijk voorschrift is voorgeschreven;

  • e.

    bloed, dat is opgevangen anders dan overeenkomstig het in artikel 15, eerste lid, onder a en b, bepaalde;

  • f.

    bloed, dat is opgevangen anders dan overeenkomstig het in artikel 15, eerste lid, onder b, bepaalde, indien één of meer dieren van het betreffende slachtvee zijn afgekeurd om een andere reden dan geslachtsgeur;

  • g.

    bloed van slachtvee waarvan de slokdarm bij de bloedonttrekking is in- of doorgesneden.

Paragraaf

G

De wijze, waarop slachtvee bij de keuring voor het slachten en vlees bij keuring wordt gemerkt

Artikel

28

Artikel

29

Indien vlees wordt afgekeurd, dan wordt het in zijn geheel blauw of rood gemerkt op een zodanige wijze dat duidelijk zichtbaar is dat het vlees voor menselijke consumptie ongeschikt is.

Artikel

30

Artikel

31

Artikel

32

Het merken van vlees vindt plaats door middel van een voor de gezondheid van de gebruikers van het vlees onschadelijke kleurstofoplossing of, op door de keuringsdierenarts aangewezen organen of delen, door middel van een verhit stempel, waarmede een stempelafdruk op dit vlees kan worden geschroeid.

Afdeling

IV

De keuring van in te voeren vlees en vleesproducten

Artikel

33

Hoofdstuk IV van het besluit is niet van toepassing op hoeveelheden vlees van ten hoogste 2 kilogram, mits uitsluitend bestemd voor huishoudelijk gebruik.

Artikel

34

Artikel

35

Ten aanzien van de invoer van vlees gelden de volgende regels:

  • a.

    het vlees voldoet aan de volgende voorwaarden:

    • i.

      het is geschikt voor menselijke consumptie;

    • ii.

      het is afkomstig van dieren die zijn geslacht in een slachthuis dat is erkend;

    • iii.

      het is goedgekeurd door een officiële dierenarts, tevens keuringsdierenarts;

    • iv.

      het is op een hygiënische wijze behandeld en vervoerd;

    • v.

      het is voorzien van een keurmerk;

    • vi.

      het gaat tijdens het transport vergezeld van een gezondheidscertificaat;

  • b.

    het vlees mag slechts stoffen, welke niet aan het vlees eigen zijn, bevatten voor zover zulks geen gevaar voor de volksgezondheid oplevert. De minister kan, de dierenartsgehoord, deze eis met betrekking tot een of meer stoffen nader omschrijven;

  • c.

    de volgende stoffen, welke niet eigen aan vlees zijn, mogen niet in vlees aanwezig zijn:

    • i.

      stoffen met hormonale, dan wel anti-hormonale werking;

    • ii.

      antibiotica;

    • iii.

      chemotherapeutica;

    • iv.

      residuen van andere stoffen met hormonale, dan wel anti-hormonale werking, chemotherapeutica, antibiotica, antimonium, arsenicum, bestrijdingsmiddelen of andere stoffen die schadelijk zijn of er eventueel toe kunnen leiden dat de consumptie van het vlees gevaarlijk of schadelijk is voor de gezondheid van de mens;

    • v.

      vlees van dieren waaraan stilbenen, derivaten van stilbenen, zouten en esters daarvan, alsmede stoffen met thyreostatische werking zijn toegediend, alsmede vlees dat residuen van deze stoffen bevat;

    • vi.

      vlees dat met ioniserende of ultraviolette stralen is behandeld, alsmede vlees van dieren waaraan malsmakers – ‘tenderisers’ – of andere producten die de samenstelling of de organoleptische eigenschappen kunnen wijzigen, zijn toegediend;

    • vii.

      vlees van dieren, waarbij een of andere vorm van tuberculose is geconstateerd, of de aanwezigheid van een of meer levende of dode runder- of varkensblaaswormen, dan wel, voor zover het varkens betreft, van trichenen is geconstateerd;

    • viii.

      vlees van te jonge dieren;

    • ix.

      bloed;

    • x.

      gehakt of op overeenkomstige wijze verkleind vlees en separatorvlees;

    • xi.

      vlees in stukken minder dan 100 gram;

    • xii.

      koppen van runderen, alsmede delen van spieren en andere weefsels van de kop, met uitzondering van de tong en hersenen;

  • d.

    de toegestane tolerantie van residuen van Caesium 134 en 137 tezamen wordt vastgesteld op maximaal 600 Becquerel per kilogram.

Artikel

36

Bij invoer is het vlees:

  • a.

    vergezeld van hetzij het originele exemplaar van het gezondheidscertificaat, afgegeven door de dierenarts, welke de keuring heeft verricht, hetzij van een gewaarmerkte fotokopie daarvan;

  • b.

    voorzien van een officieel in het land van slachting voorgeschreven merk ten bewijze dat het vlees is goedgekeurd en afkomstig is uit een erkend slachthuis of uitsnijderij als bedoeld in artikel 34.

Artikel

37

Met betrekking tot varkensvlees wordt het vlees in het land van uitvoer op de aanwezigheid van trichinen onderzocht. Het vlees is vergezeld van een verklaring afgegeven door de dierenarts die het onderzocht, dat het vlees vrij van trichinen bevonden is.

Artikel

38

Artikel

39

Vlees dat opgeblazen is, wordt niet toegelaten.

Artikel

40

Hij, die vlees invoert of de invoerder vertegenwoordigt, verleent bij de invoer de keuringsdierenarts de ten behoeve van de keuring gevraagde medewerking. Bij gebreke hiervan wordt invoer van het vlees niet toegestaan.

Artikel

41

De keuringsdierenarts neemt zo spoedig mogelijk een beslissing over het ter keuring aangeboden vlees. Indien hij zulks noodzakelijk acht, kan hij zijn beslissing uitstellen, met dien verstande, dat deze niet later wordt genomen dan op de tweede werkdag respectievelijk voor door afkoeling verduurzaamd vlees op de derde werkdag na die, waarop het vlees ter keuring werd aangeboden. Hij kan aanwijzingen geven over de wijze van bewaring van het vlees gedurende de in de vorige volzin vermelde tijd.

Artikel

42

Hij die vlees invoert of de invoerder vertegenwoordigt, geeft van elke invoer de keuringsdierenarts tijdig kennis.

Artikel

43

Wanneer vlees in strijd met deze regeling is aangevoerd, beslist de keuringsdierenarts dat dit vlees niet wordt ingevoerd.

Artikel

44

Artikel

45

Artikel

46

Artikel

47

Alle kosten van keuring en controle van vlees, ingeval van tijdelijke aanhouding kosten van opslag alsmede eventueel kosten van vernietiging van dit vlees, komen ten laste van de aanbieder van dit vlees.

Afdeling

V

Eisen waaraan het slachthuis en de inrichtingen voldoen

Paragraaf

H

Algemeen geldende voorschriften

Artikel

48

Artikel

49

Artikel

50

Artikel

51

Artikel

52

De bovenzijde van de bedrijfsruimten is, met inachtneming van het bepaalde in artikel 54, stof- en waterdicht en is verder van dien aard, dat geen bestanddelen daarvan tot verontreiniging van het vlees of de vleesproducten aanleiding kunnen geven.

Artikel

53

Artikel

54

Artikel

55

De bedrijfsruimte heeft zodanige afmetingen, dat de door het bedrijf nodige handelingen en het toezicht daarop naar behoren kunnen plaatsvinden.

Artikel

56

Artikel

57

Artikel

58

Het terrein vóór de in- en uitgangen van de bedrijfsruimten is, gemeten van de buitenwand van de bedrijfsruimten, tot een breedte van ten minste één meter regelmatig bestraat, betegeld of op gelijksoortige wijze verhard, zodat afdoende reiniging kan plaatsvinden.

Artikel

59

Paragraaf

I

Bijzondere voorwaarden

Artikel

60

De bedrijfsruimten van slachterijen, waar slachtdieren worden geslacht, mogen in rechtstreekse verbinding staan met de bedrijfsruimten, waar vlees wordt bewaard.

Artikel

61

In artikel 60 bedoelde bedrijfsruimten hebben gemeten van de vloer een zodanige hoogte en zijn zo ingericht, dat van daarin geslacht slachtvee in hangende toestand het vlees niet met de vloer in aanraking behoeft te komen.

Artikel

62

Artikel

63

Artikel

64

Het openen van magen en darmen, alsmede het reinigen van deze organen in een bedrijfsruimte als bedoeld in artikel 60 of in een andere bedrijfsruimte is verboden, indien zich in die ruimte vlees of vleesproducten bevinden.

Artikel

65

Artikel

66

Artikel

67

De inhoud van de magen en darmen wordt, voor zover deze niet rechtstreeks door de riolering afgevoerd, in een goed afgedekte, waterdichte bak verzameld en, tenzij deze inhoud elke dag na afloop van het slachten van het terrein van de slachterij wordt verwijderd, met kalk bestrooid.

Artikel

68

De bij de slachterij behorende stallen zijn voorzien van een waterdichte vloer en zijn behoorlijk rein ter beoordeling van de keuringsdierenarts.

Artikel

69

Artikel

70

Artikel

71

Na afloop van het slachten van het in artikel 70, eerste lid, bedoeld slachtvee en van de eerste in artikel 70, vijfde lid, genoemde categorie slachtvee worden de bedrijfsruimten, waar geslacht is en de daarin aanwezige gebruikte gereedschappen en apparatuur gereinigd en ontsmet met water van ten minste 82° Celsius en met middelen als bedoeld in artikel 79, vijfde lid. De kleding waarin werd geslacht en de bij het slachten gebruikte gereedschappen en apparatuur worden bovendien telkenmale wanneer de keuringsdierenarts dit noodzakelijk acht, gereinigd of ontsmet.

Paragraaf

J

Bijzondere voorschriften voor vleeswinkels, waarin wordt uitgeoefend het slagersbedrijf

Artikel

72

Artikel

73

Artikel

74

Personen in vleeswinkels als bedoeld in artikel 72, eerste lid, belast met het bewerken en de verkoop van vlees of vleesproducten, dragen tijdens de uitoefening van deze werkzaamheden schone kleren, met inbegrip van een hoofddeksel, en hebben steeds schone handen.

Paragraaf

K

Bijzondere voorschriften voor vleeswinkels, waar vlees niet wordt bewerkt, maar uitsluitend verkocht

Artikel

75

De artikelen van paragraaf H – met uitzondering van het bepaalde in het derde lid van artikel 56, ten aanzien van de aanwezigheid van bedorven of op andere wijze ondeugdelijk geworden vlees of vleesproducten, alsmede de artikelen van paragraaf O gelden niet voor de bedrijfsruimten van die vleeswinkels, waar vlees niet wordt bewerkt, maar uitsluitend wordt verkocht.

Artikel

76

Artikel

77

Artikel

78

Paragraaf

L

Bijzondere voorschriften voor bewaarplaatsen van vlees

Artikel

79

Bedrijfsruimten van bewaarplaatsen van vlees mogen in rechtstreekse verbinding staan met die van slachterijen, waar slachtdieren worden geslacht.

Artikel

80

Bedrijfsruimten van bewaarplaatsen van vlees zijn droog en koel en bevinden zich evenals de daarin aanwezige voorwerpen, toestellen en gereedschappen te allen tijde in reine toestand.

Artikel

81

Artikel

82

Oprichten, hebben of gebruiken van inrichtingen tot bewaren van vlees onder koeling, in de vorm van diepvrieskluizen, hetzij als bedrijf, hetzij in samenwerking met anderen, is toegestaan met vergunning verleend door de minister, de keuringsdierenarts gehoord.

Paragraaf

M

Bijzondere voorschriften voor vleesproductenfabrieken

Artikel

83

De bedrijfsruimten van vleesproductenfabrieken staan, met uitzondering van ruimten waarin het vlees wordt bewaard, in rechtstreekse verbinding met elkaar.

Artikel

84

Artikel

85

Artikel

86

Personen, werkzaam in bedrijfsruimten van vleesproductenfabrieken, dragen tijdens de uitoefening van hun werkzaamheden schone kleding, waaronder begrepen een muts, en hebben steeds reine handen en armen.

Artikel

87

Roken, pruimen of spuwen in de bedrijfsruimten van vleesproductenfabrieken is verboden.

Paragraaf

N

Bijzondere voorschriften voor inrichtingen voor het bewerken of verduurzamen van vlees of het bereiden of bewerken van vleesproducten

Artikel

88

Voor de bedrijfsruimten van inrichtingen, bestemd tot of gebruikt voor het bewerken of verduurzamen van vlees of het bereiden of bewerken van vleesproducten gelden de voorschriften, gesteld in de artikelen van paragraaf M van deze regeling ten aanzien van bedrijfsruimten van vleesproductenfabrieken.

Artikel

89

Artikel

90

De temperatuur binnen de bedrijfsruimte van een inrichting als bedoeld in artikel 89 is ten tijde van de voorverpakking niet hoger dan 12° Celsius, welke temperatuur door middel van een aangebrachte thermometer steeds gemakkelijk afleesbaar is.

Artikel

91

Vlees wordt uitsluitend uitgesneden, indien de inwendige temperatuur ervan ten hoogste 7° Celsius bedraagt, tenzij de uitsnijruimte in hetzelfde complex ligt als de slachtruimte, waar de keuring na het slachten van het vlees heeft plaatsgevonden, en beide ruimten zodanig dicht bij elkaar liggen dat het uit te snijden vlees zonder overlading van de slachtruimte naar de uitsnijruimte kan worden overgebracht en bovendien het uitsnijden onmiddellijk na het overbrengen geschiedt.

Paragraaf

O

Voorschriften ter voorkoming van besmetting van vlees en vleesproducten

Artikel

92

Artikel

93

Afdeling

VI

Vervoer van vlees en vleesproducten

Paragraaf

P

De voorwaarden, waaraan bij het vervoer van vlees wordt voldaan

Artikel

94

Afdeling

VII

Wat niet onder vlees, onderscheidenlijk onder vleesproducten moet worden verstaan, alsmede de verwerking van vlees tot vleesproducten

Paragraaf

Q

Wat niet onder vlees, onderscheidenlijk onder vleesproducten, moet worden verstaan

Artikel

95

Van hetgeen in deze regeling onder vlees wordt verstaan, worden uitgezonderd:

  • a.

    ten eerste:

    • i.

      geheel van spierweefsel ontdane beenderen;

    • ii.

      varkenshuiden;

    • iii.

      ongesmolten vet;

    • iv.

      bloed;

    indien deze delen ten genoege van de keuringsdierenarts zijn overgoten dan wel vermengd met creoline, carbol, saprol of andere met goedkeuring van de keuringsdierenartsen aan te wenden stoffen;

  • b.

    ten tweede:

    • i.

      pensen, boek-, net- en lebmagen en darmen, welke van hun inhoud zijn ontdaan;

    • ii.

      darmen van nuchtere kalveren;

    indien deze organen naar het oordeel en onder toezicht van de keuringsdierenarts rijkelijk zijn overgoten met een 0,2% waterige oplossing van methylblauw.

Artikel

96

Van hetgeen in deze regeling onder vleesproducten wordt verstaan, worden uitgezonderd:

  • a.

    gesmolten vetten, welke bij de onbruikbaarmaking van afgekeurd vlees voor voedsel voor mens en dier in destructoren worden verkregen;

  • b.

    mede door verwerking van vlees verkregen producten, welke kennelijk het karakter van vleesproducten missen.

Paragraaf

R

Voorschriften voor het verwerken van vlees tot vleesproducten

Artikel

97

De eigenschappen van vlees worden niet geacht verloren te gaan door:

  • a.

    bevriezing of afkoeling;

  • b.

    oppervlakkig roken;

  • c.

    oppervlakkige behandeling met zout of pekel;

  • d.

    behandeling met stoffen, welke ten doel hebben geur, kleur, smaak of consistentie te verbeteren;

  • e.

    inleggen in azijn;

  • f.

    inhullen in vet, gelatine of andere stoffen welke ten doel hebben de lucht af te sluiten.

Artikel

98

Artikel

99

Artikel

100

Bij het bereiden van vleesproducten zijn het gebruik en de toevoeging van andere vleesproducten, mits deze zich in deugdelijke toestand bevinden, toegestaan.

Artikel

101

Omhulsels, welke worden gebruikt voor het verduurzamen van vlees of vleesproducten, bestaan uit deugdelijk materiaal, dat geen bestanddelen afgeeft in hoeveelheden, welke schadelijk voor de gezondheid kunnen zijn of de vleesproducten kunnen verontreinigen.

Paragraaf

S

Voorschriften voor het verwerken van vlees en vleesproducten

Artikel

102

Artikel

103

Artikel

104

Bij de bereiding van de in deze paragraaf bedoelde producten wordt geen gebruik gemaakt van:

  • a.

    fijnverdeelde beenderen, fijnverdeeld kraakbeen en uit beenderen of kraakbeen bereide producten anders dan gelatine of bouillon;

  • b.

    darmen welke ten gevolge van een bewerking kleurstoffen of andere stoffen dan die eigen aan vlees of vleesproducten kunnen afgeven;

  • c.

    andere middelen voor de hechting van paneermeel dan de volgende:

    • i.

      kippe-eiwit;

    • ii.

      doorhaalwit dat in gebruiksgerede toestand uitsluitend bevat:

      • 1.

        water;

      • 2.

        carboxymethylcellulose of Arabische gom, tot een gehalte van in totaal ten hoogste 1%;

      • 3.

        soja-eiwit of sojabloem, tot een gehalte van ten hoogste 10%.

Artikel

105

Artikel

106

Aanduidingen in woord en beeld die doordat zij onjuist of onvolledig zijn of een onjuiste indruk wekken, misleidend kunnen zijn met betrekking tot de aard, de samenstelling, de oorsprong en herkomst, de hoeveelheid, de houdbaarheid, of de wijze van bereiding van de in deze regeling bedoelde producten, worden niet gebezigd op of bij het product dan wel de verpakking daarvan.

Artikel

107

Artikel

108

De in artikel 107, tweede lid, bedoelde aanduidingen voor de daar bedoelde ingrediënten bestaan uit hetzij de voor die ingrediënten bij of krachtens enig wettelijk voorschrift vastgestelde naam, hetzij, indien voor die ingrediënten geen zodanige naam is vastgesteld, een daarmee gelijk te stellen gebruikelijke naam of een aanduiding van de ingrediënten waaruit de aard en samenstelling duidelijk blijkt, met dien verstande dat ingrediënten mogen worden aangeduid met de normaliter gebruikte groepsnaam.

Artikel

109

Artikel

110

Het product dat door een opschrift of enige andere wijze wordt aangeduid dan wel kennelijk voorhanden is als een der producten, in de artikelen 102 en 103 van deze paragraaf bedoeld, voldoet aan de regelen voor het desbetreffende product in of krachtens deze regeling vastgesteld.

Afdeling

VIII

Tarieven slacht- en vleeskeuring, dekken en import dieren Bonaire

Artikel

111

Artikel

112

Het tarief bedraagt terzake het afgeven van een certificaat van goedkeuring voor de invoer van vlees: een bedrag gelijk aan 5% van de c.i.f. waarde van het vlees.

Artikel

113

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een in het belang van de verzoeker af te geven verklaring van afkeuring of vernietiging van op het abattoir geslachte of op respectievelijk in de bij het abattoir behorende terreinen of koralen gestorven:

  • 1°.

    schapen of geiten: $ 4,19;

  • 2°.

    runderen, kalveren of varkens, ook indien op de verklaring de onder a bedoelde dieren voorkomen: $ 6,15.

Artikel

114

Artikel

115

Hoofdstuk

II

Aanwijzing toezichthouders, naam besluit en inwerkingtreding

Artikel

116

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling slacht- en vleeskeuring Bonaire.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,G.Verburg