Faillissementswet BES

Titel

I

Van faillissement

Eerste

afdeeling

Van de faillietverklaring

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

[vervallen]

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

Wordt de faillietverklaring in hoger beroep uitgesproken met vernietiging van een vonnis, waarbij de aangifte of aanvrage tot faillietverklaring werd afgewezen, dan geeft de griffier van het Hof van Justitie van die uitspraak kennis aan de griffier van het gerecht in eerste aanleg, in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, waar de aangifte of aanvrage is ingediend.

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

15a

Artikel

16

Tweede

afdeeling

Van de gevolgen der faillietverklaring

Artikel

17

Artikel

18

Artikel

19

Door de faillietverklaring verliest de schuldenaar van rechtswege de beschikking en het beheer over zijn tot het faillissement behoorend vermogen, te rekenen van den dag waarop de faillietverklaring wordt uitgesproken, die dag daaronder begrepen.

Artikel

20

Voor verbintenissen van den schuldenaar, na de faillietverklaring ontstaan, is de boedel niet aansprakelijk dan voorzooverre deze tengevolge daarvan is gebaat.

Artikel

21

Artikel

22

Rechtsvorderingen, welke voldoening van eene verbintenis uit den boedel ten doel hebben, kunnen gedurende het faillissement ook tegen den gefailleerde niet op andere wijze ingesteld worden, dan door aanmelding ter verificatie.

Artikel

23

Artikel

24

Artikel

25

Voor zooverre tijdens de faillietverklaring aanhangige rechtsvorderingen voldoening van eene verbintenis uit den boedel ten doel hebben, wordt het geding na de faillietverklaring geschorst, om alleen dan voortgezet te worden, indien de verificatie van de vordering betwist wordt. In dit geval wordt hij, die de betwisting doet, in de plaats van den gefailleerde, partij in het geding.

Artikel

26

Artikel

27

Indien een geding door of tegen den curator, of ook in het geval van artikel 25 tegen een schuldeischer wordt voortgezet, mag de curator of die schuldeischer de nietigheid inroepen van handelingen, door den schuldenaar vóór zijne faillietverklaring in het geding verricht, zoo bewezen wordt, dat deze door die handelingen de schuldeischers desbewust heeft benadeeld en dat dit aan zijne tegenpartij bekend was.

Artikel

28

[vervallen]

Artikel

29

Artikel

29a

[vervallen]

Artikel

30

Indien vóór het faillissement van den schuldenaar de uitwinning van zijne goederen zoover was gevorderd, dat de dag van den verkoop reeds was bepaald, is de curator bevoegd om op machtiging van den rechter-commissaris, den verkoop voor rekening van den boedel te laten voortgaan.

Artikel

31

Artikel

31b

Aan een gift, door de schuldenaar gedaan onder een opschortende voorwaarde of een opschortende tijdsbepaling, die op de dag van de faillietverklaring nog niet was vervuld of verschenen, ontleent de begiftigde generlei recht tegen de boedel.

Artikel

32

Artikel

32a

Ingeval een termijn die vóór de faillietverklaring uit hoofde van artikel 55, tweede lid, van Boek 3 of van artikel 88 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek BES aan de schuldenaar was gesteld, ten tijde van de faillietverklaring nog niet was verstreken, loopt de termijn voort, voor zover dit redelijkerwijze noodzakelijk is om de curator in staat te stellen zijn standpunt te bepalen. De wederpartij kan de curator daartoe een nieuwe redelijke termijn stellen.

Artikel

33

Artikel

33a

Voor vorderingen die de wederpartij uit hoofde van ontbinding of vernietiging van een vóór de faillietverklaring met de schuldenaar gesloten overeenkomst op deze heeft verkregen, of die strekken tot schadevergoeding ter zake van tekortschieten in de nakoming van een vóór de faillietverklaring op deze verkregen vordering, kan zij als concurrent schuldeiser in het faillissement opkomen.

Artikel

34

Indien in het geval van artikel 33, de levering van waren, welke ter beurze op termijn worden verhandeld, bedongen is tegen een vastgesteld tijdstip of binnen een bepaalden termijn, en dit tijdstip invalt of die termijn verstrijkt na de faillietverklaring, wordt de overeenkomst door de faillietverklaring ontbonden en mag de wederpartij van den gefailleerde zonder meer voor schadevergoeding als concurrent schuldeischer opkomen. Lijdt de boedel door de ontbinding schade, dan is de wederpartij verplicht deze te vergoeden.

Artikel

34a

Artikel

35

Indien de gefailleerde huurder is, kan zoowel de curator als de verhuurder de huur tusschentijds doen eindigen, mits de opzegging geschiede tegen een tijdstip, waarop dergelijke overeenkomsten naar plaatselijk gebruik eindigen. Bovendien moet bij de opzegging de daarvoor overeengekomen of gebruikelijke termijn in acht genomen worden, met dien verstande echter, dat een termijn van drie maanden in elk geval voldoende zal zijn. Zijn er huurpenningen vooruitbetaald, dan kan de huur niet eerder opgezegd worden, dan tegen den dag, waarop de termijn, waarvoor vooruitbetaling heeft plaats gehad, eindigt. Van den dag van de faillietverklaring af is de huurprijs boedelschuld.

Artikel

36

Artikel

37

Artikel

38

Artikel

39

Artikel

40

[vervallen]

Artikel

41

[vervallen]

Artikel

42

In geval van benadeling door een rechtshandeling om niet, die de schuldenaar heeft verricht binnen één jaar vóór de faillietverklaring, wordt vermoed, dat hij wist of behoorde te weten dat benadeling van de schuldeisers het gevolg van de rechtshandeling zou zijn.

Artikel

43

De voldoening door de schuldenaar aan een opeisbare schuld wordt alleen dan vernietigd, indien is aangetoond, hetzij dat hij die de betaling ontving, wist dat het faillissement van de schuldenaar reeds aangevraagd was, hetzij dat de betaling het gevolg was van overleg tussen de schuldenaar en de schuldeiser, dat ten doel had laatstgenoemde door die betaling boven andere schuldeisers te begunstigen.

Artikel

44

Artikel

45

Artikel

46

Beëindiging van het faillissement door de homologatie van een akkoord doet de rechtsvorderingen in het vorige artikel bedoeld, vervallen, tenzij het akkoord boedelafstand inhoudt, in welk geval zij ten behoeve van de schuldeischers vervolgd of ingesteld kunnen worden door de vereffenaars.

Artikel

47

Artikel

48

Artikel

49

Artikel

50

Artikel

51

De schuldenaar van de gefailleerde, die zijn schuld wil verrekenen met een vordering aan order of toonder, dient te bewijzen dat hij het papier reeds op het ogenblik der faillietverklaring te goeder trouw had verkregen.

Artikel

53

Artikel

54

Artikel

55

Indien de opbrengst niet toereikend is om een pand- of hypotheekhouder of een dergenen wier beperkt recht door de executie is vervallen, te voldoen, kan deze voor het ontbrekende als concurrent schuldeiser in de boedel opkomen.

Artikel

55a

Artikel

56

Artikel

56a

Artikel

56b

Artikel

57

Artikel

58

De echtgenoot van de gefailleerde heeft geen aanspraak op de boedel terzake van voordelen bij huwelijkse voorwaarden besproken. Wederkerig kunnen de schuldeisers geen genot hebben van de voordelen, die aan de gefailleerde bij huwelijkse voorwaarden door zijne echtgenoot zijn toegezegd.

Artikel

59

Artikel

59a

Derde

afdeeling

Van het bestuur over den faillieten boedel

1

Van den rechter-commissaris

Artikel

60

De rechter-commissaris houdt toezicht op het beheer en de vereffening van den faillieten boedel.

Artikel

61

Alvorens in eenige zaak, het beheer of de vereffening van den faillieten boedel betreffende, eene beslissing te geven, is het Hof van Justitie verplicht, den rechter-commissaris schriftelijk te hooren.

Artikel

62

Artikel

63

2

Van den curator

Artikel

64

Artikel

65

Artikel

66

Artikel

67

Artikel

68

Het ontbreken van de machtiging van den rechter-commissaris, waar die vereischt is, of de niet-inachtneming van de bepalingen vervat in de artikelen 74 en 75, is, voor zooveel derden betreft, niet van invloed op de geldigheid van de door den curator verrichte handeling. De curator is deswege alleen jegens den gefailleerde en de schuldeischers aansprakelijk.

Artikel

69

3

Van de commissie uit de schuldeischers

Artikel

70

Artikel

72

De commissie is bevoegd om te allen tijde raadpleging te vorderen van het op het faillissement betrekking hebbende boeken, bescheiden en andere gegevevensdragers. De curator is verplicht aan de commissie alle van hem verlangde inlichtingen te verstrekken.

Artikel

73

Tot het inwinnen van het advies der commissie vergadert de curator met haar, zoo dikwijls hij het noodig acht. In deze vergaderingen zit hij voor en voert hij de pen.

Artikel

74

Artikel

75

De curator is niet gebonden aan het advies der commissie. Zoo hij zich daarmede niet vereenigt, geeft hij hiervan onmiddellijk kennis aan de commissie, welke de beslissing van den rechter-commissaris kan inroepen. Zoo zij verklaart, dit te doen, is de curator verplicht de uitvoering van de voorgenomen, met het advies der commissie strijdige handeling, gedurende drie dagen op te schorten.

4

Van de vergaderingen van schuldeischers

Artikel

76

Artikel

77

Artikel

79

Ten behoeve van de schuldeischers, die zich op eene vergadering hebben doen vertegenwoordigen, worden alle oproepingen voor latere vergaderingen en alle kennisgevingen aan den gemachtigde gedaan, ten ware zij den curator schriftelijk verzoeken, dat die oproepingen en kennisgevingen aan hen zelve of aan een anderen gemachtigde geschieden.

Artikel

80

5

Van de rechterlijke beschikkingen

Artikel

81

Alle beschikkingen in zaken, het beheer of de vereffening van den faillieten boedel betreffende, zijn uitvoerbaar bij voorraad en op de minuut, tenzij het tegendeel bepaald is.

Vierde

afdeeling

Van de voorzieningen na de faillietverklaring en van het beheer van den curator

Artikel

82

Artikel

83

Artikel

84

[vervallen]

Artikel

85

Artikel

86

Gedurende het faillissement mag de gefailleerde zonder toestemming van den rechter-commissaris zijne woonplaats niet verlaten.

Artikel

87

De curator zorgt, dadelijk na de aanvaarding van zijne betrekking, door alle noodige en gepaste middelen voor de bewaring van den boedel. Hij neemt onmiddellijk de bescheiden en andere gegevensdragers, gelden, kleinoodiën, effecten en andere papieren van waarde tegen ontvangbewijs onder zich. Hij is bevoegd de gelden aan den ontvanger voor de gerechtelijke consignatiën in bewaring te geven.

Artikel

88

Artikel

89

Artikel

91

De curator gaat dadelijk na de beschrijving van den boedel over tot het opmaken van een staat, waaruit de aard en het bedrag van de baten en schulden des boedels, de namen en woonplaatsen der schuldeischers, alsmede het bedrag van de vorderingen van ieder hunner blijken.

Artikel

92

Door den curator gewaarmerkte afschriften van de boedelbeschrijving en van den staat, vermeld in het voorgaande artikel, worden ter kostelooze inzage van een ieder gelegd ter griffie van het gerecht in eerste aanleg in het openbaar lichaam waar het faillissement werd uitgesproken.

Artikel

93

De curator is bevoegd het bedrijf van den gefailleerde voort te zetten. Indien eene commissie uit de schuldeischers niet is benoemd, heeft hij daartoe de machtiging van den rechter-commissaris noodig.

Artikel

94

Artikel

95

De curator is bevoegd naar omstandigheden eene door den rechter-commissaris vastgestelde som ter voorziening in het levensonderhoud van den gefailleerde en zijn huisgezin uit te keeren.

Artikel

96

Artikel

97

Artikel

98

Over gelden, kleinoodiën, effecten en andere papieren van waarde, welke, volgens bepaling van den rechter-commissaris, door een derde worden bewaard, en over belegde gelden mag de curator niet anders beschikken dan door middel van door den rechter-commissaris voor gezien geteekende stukken.

Artikel

99

De curator is, na ingewonnen advies van de commissie uit de schuldeischers, zoo die er is, en onder goedkeuring van den rechter-commissaris, bevoegd vaststellingsovereenkomsten of schikkingen aan te gaan.

Artikel

100

Artikel

101

Bij het faillissement van eene naamloze vennootschap, besloten vennootschap, wederkeerige verzekerings- of waarborgmaatschappij of eenige andere, rechtspersoonlijkheid bezittende vereeniging of stichting zijn de bepalingen van de artikelen 82 – 86 op de bestuurders, die van artikel 100 eerste lid, op bestuurders en commissarissen toepasselijk.

Artikel

102

De griffier is verplicht aan elken schuldeischer op diens verzoek en op diens kosten afschrift te geven van de stukken, welke ingevolge eenige bepaling van dit besluit ter griffie worden nedergelegd of zich aldaar bevinden.

Vijfde

afdeeling

Van de verificatie van de schuldvorderingen

Artikel

103

Artikel

104

De curator geeft van deze beschikkingen onmiddellijk aan alle bekende schuldeischers bij brieven kennis, en doet daarvan aankondiging in het nieuwsblad, bedoeld in artikel 11.

Artikel

105

Artikel

106

De curator toetst de ingezonden rekeningen aan de administratie en opgaven van den gefailleerde, treedt, als hij tegen de toelating van eene vordering bezwaar heeft, met den schuldeischer in overleg, en is bevoegd van dezen overlegging van ontbrekende stukken alsook inzage van zijne administratie en van de oorspronkelijke bewijsstukken te vorderen.

Artikel

107

De curator brengt de vorderingen, welke hij goedkeurt, op eene lijst van voorloopig erkende schuldvorderingen, en de vorderingen, welke hij betwist op eene afzonderlijke lijst, vermeldende de gronden van betwisting.

Artikel

108

Artikel

109

Van ieder der lijsten, in artikel 107 bedoeld, legt de curator een afschrift neder ter griffie van het in artikel 92 aangewezen gerecht in eersten aanleg, om aldaar gedurende de zeven aan de verificatievergadering voorafgaande dagen kosteloos ter inzage te liggen voor een ieder.

Artikel

110

Van de krachtens artikel 109 gedane nederlegging der lijsten geeft de curator aan alle bekende schuldeischers schriftelijk bericht, waarbij hij eene nadere oproeping tot de verificatievergadering voegt en tevens vermeldt, of de gefailleerde een ontwerp-akkoord ter griffie heeft nedergelegd.

Artikel

111

De gefailleerde woont de verificatie-vergadering in persoon bij, ten einde aldaar alle inlichtingen over de oorzaken van het faillissement en den staat van den boedel te geven, welke de rechter-commissaris van hem vraagt. De schuldeischers zijn bevoegd om den rechter-commissaris te verzoeken omtrent bepaalde door hen op te geven punten inlichtingen aan den gefailleerde te vragen. De vragen aan den gefailleerde gesteld en de door hem gegeven antwoorden worden in het proces-verbaal opgeteekend.

Artikel

112

Bij het faillissement van eene naamlooze vennootschap, besloten vennootschap, wederkeerige verzekerings- of waarborg-maatschappij of eenige andere, rechtspersoonlijkheid bezittende, vereeniging of stichting, rust op de bestuurders de verplichting, in het vorige artikel den gefailleerde opgelegd.

Artikel

113

De schuldeischers mogen ter vergadering verschijnen in persoon of bij gemachtigde. De schriftelijke volmacht is vrij van zegel en van de formaliteit van registratie.

Artikel

114

Artikel

115

Artikel

116

Artikel

117

Artikel

118

Artikel

119

De schuldeischer, wiens vordering betwist wordt, is tot staving daarvan niet tot nader of meer bewijs gehouden, dan hij tegen den gefailleerde zelf zou moeten leveren.

Artikel

120

Artikel

121

De rechter-commissaris is bevoegd om vorderingen, welke betwist worden, voorwaardelijk toe te laten tot een door hem bepaald bedrag. Wanneer de voorrang betwist wordt, is de rechter-commissaris bevoegd dezen voorwaardelijk te erkennen.

Artikel

122

Artikel

123

Artikel

124

Interesten na de faillietverklaring loopende, mogen niet geverifieerd worden, tenzij door pand of hypotheek gedekt. In dit geval worden zij pro memorie geverifieerd. Voor zooverre de interesten op de opbrengst van het onderpand niet batig gerangschikt worden, kan de schuldeischer uit deze verificatie rechten niet ontleenen.

Artikel

125

Artikel

126

Artikel

127

Artikel

128

Vorderingen, waarvan de waarde onbepaald, onzeker, niet in in Bonaire, Sint Eustatius of Saba wettig gangbare munt of in het geheel niet in geld is uitgedrukt, worden geverifieerd voor hunnen geschatte waarde in in Bonaire, Sint Eustatius of Saba wettig gangbare munt.

Artikel

129

Schuldvorderingen aan toonder mogen ten name van «toonder» geverifieerd worden. Iedere ten name van «toonder» geverifieerde vordering wordt als de vordering van een afzonderlijk schuldeischer beschouwd.

Artikel

130

[vervallen]

Artikel

131

Artikel

132

Zesde

afdeeling

Van het akkoord

Artikel

133

De gefailleerde is bevoegd aan zijne gezamenlijke schuldeischers een akkoord aan te bieden.

Artikel

134

Artikel

135

De curator en de commissie uit de schuldeischers zijn verplicht ieder afzonderlijk ter vergadering een schriftelijk advies over het aangeboden akkoord te geven.

Artikel

136

De raadpleging en beslissing worden tot eene volgende door den rechter-commissaris op ten hoogste drie weken later bepaalde vergadering uitgesteld:

  • 1°.

    indien staande de vergadering eene definitieve commissie uit de schuldeischers is benoemd, niet bestaande uit dezelfde personen als de voorloopige, en de meerderheid van de verschenen schuldeischers van haar een schriftelijk advies over het aangeboden akkoord verlangt;

  • 2°.

    indien het ontwerp van akkoord niet tijdig ter griffie is nedergelegd en de meerderheid van de verschenen schuldeischers zich vóór uitstel verklaart.

Artikel

137

Wanneer de raadpleging en de stemming over het akkoord, ingevolge de bepalingen van het voorgaande artikel, worden uitgesteld tot eene nadere vergadering, geeft de curator daarvan onverwijld aan de niet op de verificatie-vergadering verschenen, erkende of voorwaardelijk toegelaten schuldeischers kennis bij brieven, vermeldende den summieren inhoud van het akkoord.

Artikel

138

Artikel

139

De gefailleerde is bevoegd tot toelichting en verdediging van het akkoord op te treden en het, staande de raadpleging, te wijzigen.

Artikel

140

Tot het aannemen van het akkoord wordt vereist de toestemming van twee derden van de erkende en de voorwaardelijk toegelaten concurrente schuldeisers, die drie vierden van het bedrag van de door geen voorrang gedekte erkende en voorwaardelijk toegelaten schuldvorderingen vertegenwoordigen.

Artikel

141

Indien twee derde van de ter vergadering verschenen schuldeischers, meer dan de helft van het gezamenlijk bedrag van de schuldvorderingen, waarvoor stemrecht mag worden uitgeoefend, vertegenwoordigende, in het akkoord bewilligen, wordt ten hoogste acht dagen later eene tweede stemming gehouden, zonder dat daartoe eene nadere oproeping vereischt wordt. Bij deze stemming is niemand gebonden aan zijne de eerste maal uitgebrachte stem.

Artikel

142

Latere veranderingen, in het getal van de schuldeischers of in het bedrag van de vorderingen, zijn niet van invloed op de geldigheid van de aanneming of de verwerping van het akkoord.

Artikel

143

Artikel

144

Artikel

145

Artikel

146

Artikel

147

Artikel

148a

Binnen acht dagen na de beschikking van de rechter in eerste aanleg kunnen, zo de homologatie is geweigerd, zowel de schuldeisers die voor het akkoord stemden als de gefailleerde, zo de homologatie is toegestaan, de schuldeisers die tegenstemden of bij de stemming afwezig waren, tegen die beschikking in hoger beroep komen. In het laatste geval hebben ook de schuldeisers, die vóór stemden, ditzelfde recht, doch alleen op grond van het ontdekken na de homologatie van handelingen als in artikel 148, 2de lid, sub 3 e genoemd.

Artikel

148b

Artikel

149

Het gehomologeerde akkoord is verbindend voor alle geen voorrang hebbende schuldeisers, onverschillig of zij al dan niet in het faillissement opgekomen zijn.

Artikel

150

Na verwerping of weigering van de homologatie van het akkoord mag de gefailleerde in hetzelfde faillissement een akkoord niet meer aanbieden.

Artikel

151

Het in kracht van gewijsde gegaan vonnis van homologatie levert, in verband met het proces-verbaal van de verificatie, ten behoeve van de erkende vorderingen, voor zoover zij niet door den gefailleerde overeenkomstig artikel 22 betwist zijn, een voor tenuitvoerlegging vatbaren titel op tegen den schuldenaar en de tot het akkoord als borgen toegetreden personen.

Artikel

152

Niettegenstaande het akkoord behouden de schuldeischers al hunne rechten tegen de borgen en andere mede-schuldenaren van den schuldenaar. De rechten, welke zij op goederen van derden kunnen uitoefenen, blijven bestaan als ware geen akkoord tot stand gekomen.

Artikel

153

Zodra de homologatie van het accoord in kracht van gewijsde is gegaan, eindigt het faillissement.

Artikel

154

Artikel

155

Artikel

156

Voor zooveel betreft vorderingen, waarvan het voorrecht voorwaardelijk erkend is, bepaalt de in het vorige artikel bedoelde verplichting van den schuldenaar zich tot het stellen van zekerheid en is de curator bij gebreke daarvan slechts gehouden tot het reserveeren uit de baten des boedels van het bedrag, waarop het voorrecht aanspraak geeft.

Artikel

157

Artikel

158

De vordering tot ontbinding van het akkoord wordt op dezelfde wijze aangebracht en beslist, als ten aanzien van het verzoek tot faillietverklaring in de artikelen 4, 5, 6 en 7 is voorgeschreven.

Artikel

159

Artikel

160

Artikel

161

De handelingen, door den schuldenaar in den tijd tusschen de homologatie van het akkoord en de heropening van het faillissement verricht, zijn voor den boedel verbindend, behoudens de toepassing van artikel 38 en volgende, zoo daartoe gronden zijn.

Artikel

162

Artikel

163

Artikel

164

Het vorige artikel is eveneens toepasselijk, indien de boedel van den schuldenaar, terwijl deze nog niet volledig aan het akkoord heeft voldaan, opnieuw in staat van faillissement wordt verklaard.

Zevende

afdeeling

Van de vereffening van den boedel

Artikel

165

Artikel

166

Artikel

167

Artikel

168

Artikel

169

Artikel

170

Nadat de boedel insolvent is geworden, is de rechter-commissaris bevoegd, om op door hem bepaalde dag, uur en plaats, eene vergadering van schuldeischers te beleggen, ten einde hen zoo noodig te raadplegen over de wijze van vereffening van den boedel, en zoo noodig de verificatie te doen plaats hebben van de schuldvorderingen, welke na afloop van den in artikel 103, eerste lid, onder 1e., bepaalden termijn nog zijn ingediend en niet reeds ingevolge artikel 123 geverifieerd zijn. De curator handelt ten opzichte van deze vorderingen overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 106–109. Hij roept de schuldeischers ten minste tien dagen vóór de vergadering, bij brieven op, waarin het onderwerp van de vergadering wordt vermeld en hun tevens de bepaling van artikel 109 wordt herinnerd. Bovendien plaatst hij gelijke oproeping in het nieuwsblad, bedoeld in artikel 11.

Artikel

171

Zoo dikwijls er, naar het oordeel van den rechter-commissaris, voldoende gereede penningen aanwezig zijn, beveelt deze eene uitdeeling aan de geverifieerde schuldeischers.

Artikel

172

Artikel

173

Voor de voorwaardelijk toegelaten schuldvorderingen worden op de uitdeelingslijst de percenten over het volle bedrag uitgetrokken.

Artikel

174

Artikel

175

Artikel

176

Artikel

177

Artikel

178

Artikel

179

Door verloop van den termijn van artikel 175, of, zoo er verzet is gedaan, door het op het verzet gegeven beschikking, wordt de uitdeelingslijst verbindend.

Artikel

180

Artikel

181

Artikel

182

Indien enig goed met betrekking waartoe een schuldeiser voorrang heeft, wordt verkocht, nadat hem ingevolge artikel 171 in verband met het slot van artikel 172, reeds een uitkering is gedaan, wordt hem bij een volgende uitdeling het bedrag waarvoor hij op de opbrengst van goed batig gerangschikt is, niet anders uitgekeerd dan onder aftrek van de percenten die hij reeds tevoren over dit bedrag ontving.

Artikel

183

Artikel

184

Na afloop van den termijn van inzage, bedoeld bij artikel 175, of na uitspraak van het vonnis op het verzet, is de curator verplicht de vastgestelde uitkeering onverwijld te doen. De uitkeeringen, waarover niet binnen ééne maand daarna is beschikt of welke ingevolge artikel 181 gereserveerd zijn, stort hij in de kas der gerechtelijke consignatiën

Artikel

185

Artikel

186

Indien na de slotuitdeeling ingevolge artikel 181 gereserveerde uitdeelingen aan den boedel terugvallen of mocht blijken, dat er nog baten van den boedel aanwezig zijn, welke ten tijde van de vereffening niet bekend waren, gaat de curator, op bevel van den rechter in eersten aanleg, tot vereffening en verdeeling daarvan over op den grondslag van de vroegere uitdeelingslijsten.

Achtste

afdeeling

Van den rechtstoestand van den schuldenaar na afloop van de vereffening

Artikel

187

Door het verbindend worden van de slotuitdeelingslijst herkrijgen de schuldeischers voor hunne vorderingen, in zooverre deze onvoldaan zijn gebleven, hunne rechten van executie op de goederen van den schuldenaar.

Artikel

188

De in het vierde lid van artikel 116 bedoelde erkenning van eene vordering heeft kracht van gewijsde zaak tegen den schuldenaar; het proces-verbaal van de verificatie-vergadering levert voor de daarin als erkend vermelde vorderingen den voor tenuitvoerlegging vatbaren titel op tegen den schuldenaar.

Artikel

189

De bepaling van het vorige artikel geldt niet voor zoover de vordering door den gefailleerde overeenkomstig artikel 122 betwist is.

Negende

afdeeling

Van het faillissement van eene nalatenschap

Artikel

190

De boedel van een overledene wordt in staat van faillissement verklaard, indien één of meer der schuldeischers daartoe verzoek doen en summier aantoonen, dat de overledene in den toestand verkeerde, dat hij had opgehouden te betalen of dat de nalatenschap ten tijde van het overlijden niet toereikend was ter betaling van de schulden van den overledene.

Artikel

191

Artikel

193

De faillietverklaring kan aangevraagd worden zoo lang niet drie maanden na de aanvaarding van de nalatenschap en tevens zes maanden na overlijden van den schuldenaar zijn verstreken.

Artikel

194

De zesde afdeeling van dezen titel is op het faillissement van eene nalatenschap niet toepasselijk; evenmin de achtste afdeeling, tenzij de erfenis zuiver is aanvaard.

Tiende

afdeeling

Bepalingen van internationaal recht

Artikel

195

Schuldeischers, die na de faillietverklaring hunne vordering geheel of gedeeltelijk afzonderlijk verhaald hebben op zich in het buitenland bevindende, aan hen niet bij voorrang verbonden, goederen van den hier te lande gefailleerden schuldenaar, zijn verplicht het aldus verhaalde aan den boedel te vergoeden.

Artikel

196

Artikel

197

Elfde

afdeeling

Van rehabilitatie

Artikel

198

Nadat het faillissement overeenkomstig de artikelen 153 of 185 geëindigd is, is de schuldenaar of zijn zijne erfgenamen, ook in geval van artikel 190, bevoegd een verzoek van rehabilitatie in te leveren bij den rechter in eersten aanleg, die het faillissement heeft berecht.

Artikel

199

De schuldenaar of zijne erfgenamen zijn tot dit verzoek niet ontvankelijk, tenzij bij het verzoekschrift zij overgelegd het bewijs, waaruit blijkt, dat alle erkende schuldeischers, ten genoegen van elk hunner, zijn voldaan.

Artikel

200

Van het verzoek wordt aankondiging gedaan in de Staatscourant.

Artikel

201

Artikel

202

Artikel

203

Het vonnis, waarbij de rehabilitatie wordt toegestaan, wordt ter openbare terechtzitting uitgesproken, terwijl mede daarvan aanteekening geschiedt in het in artikel 16 bedoelde register.

Titel

II

Van surséance van betaling

Eerste

afdeeling

Van de verleening van surséance van betaling en hare gevolgen

Artikel

204

De schuldenaar, die voorziet, dat hij met betalen van zijne opeischbare schulden niet zal kunnen voortgaan, kan surséance van betaling aanvragen.

Artikel

205

Artikel

206

Artikel

207

Artikel

208

De surséance wordt geacht te zijn ingegaan bij den aanvang van den dag, waarop zij voorloopig is verleend.

Artikel

209

Artikel

210

Artikel

211

Artikel

212

De beschikking waarbij de surséance definitief wordt toegestaan, wordt aangekondigd op de wijze, in artikel 207 voorgeschreven.

Artikel

212a

De griffier van het gerecht in eerste aanleg houdt in elk openbaar lichaam een openbaar register bij met betrekking tot surséances van betaling. Artikel 16 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel

213

Artikel

214

Artikel

215

Artikel

216

Artikel

217

Artikel

218

Artikel

219

Artikel

220

Artikel

221

Artikel

222

De surséance werkt niet ten aanzien van:

  • 1°.

    vorderingen waaraan voorrang is verbonden, behoudens voor zover zij niet verhaald kunnen worden op de goederen waarop de voorrang rust;

  • 2°.

    vorderingen wegens kosten van levensonderhoud of van verzorging en opvoeding, verschuldigd krachtens de wet en vastgesteld bij overeenkomst of rechterlijke uitspraak, behoudens voor zover het gaat om vóór de aanvang der surséance vervallen termijnen, waarvan het gerecht in eerste aanleg het bedrag heeft vastgesteld, waarvoor de surséance werkt;

  • 3°.

    termijnen van huurkoop.

Artikel

223

De betaling van alle andere schulden, bestaande vóór den aanvang der surséance, kan, zoolang de surséance duurt, niet anders plaats hebben dan aan alle schuldeischers gezamenlijk, in evenredigheid hunner vorderingen.

Artikel

224

Artikel

225

Artikel

226

Artikel

226a

Voor vorderingen die de wederpartij uit hoofde van ontbinding of vernietiging van een vóór de aanvang van de surséance met de schuldenaar gesloten overeenkomst op deze heeft verkregen, of die strekken tot schadevergoeding ter zake van tekortschieten in de nakoming van een vóór de aanvang van de surséance op deze verkregen vordering, kan zij opkomen op de voet, in artikel 223 bepaald.

Artikel

227

Indien in het geval van artikel 226, de levering van waren, die ter beurze op termijn worden verhandeld, bedongen is tegen een vastgesteld tijdstip of binnen een bepaalden termijn, en dit tijdstip invalt of die termijn verstrijkt na den aanvang der surséance, wordt de overeenkomst door de voorloopige verleening van surséance, ontbonden en kan de wederpartij van den schuldenaar zonder meer voor schadevergoeding opkomen op den voet, in artikel 223 bepaald. Lijdt de boedel door de ontbinding schade dan is de wederpartij verplicht deze te vergoeden.

Artikel

227a

Artikel

228

Artikel

229

Artikel

230

Artikel

231

De surséance werkt niet ten voordeele van borgen en andere medeschuldenaren.

Artikel

231a

Artikel

232

Artikel

233

Artikel

234

Zoodra eene beschikking, waarbij de surséance is ingetrokken, in kracht van gewijsde is gegaan, wordt zij aangekondigd, gelijk is voorgeschreven in artikel 207.

Artikel

235

Artikel

236

Artikel

237

Artikel

238

Artikel

239

Artikel

240

De bepalingen van internationaal recht van de artikelen 195–197 vinden bij surséance overeenkomstige toepassing.

Tweede

afdeeling

Van het akkoord

Artikel

241

De schuldenaar is bevoegd bij of na het verzoek tot surséance aan hen, die vorderingen hebben, ten aanzien waarvan de surséance werkt, een akkoord aan te bieden.

Artikel

242

Artikel

243

Het ontwerp van akkoord vervalt, indien, voordat het vonnis van homologatie van het akkoord in kracht van gewijsde is gegaan, eene rechtelijke beslissing houdende beëindiging der surséance in kracht van gewijsde gaat.

Artikel

244

Artikel

245

Artikel

246

Artikel

247

De bewindvoerders toetsen de ingezonden rekeningen aan de administratie en opgaven van den schuldenaar, treden, als zij tegen de toelating eener vordering bezwaar hebben, met den schuldeischer in overleg, en zijn bevoegd van dezen overlegging van ontbrekende stukken alsook raadpleging van zijn administratie en van de oorspronkelijke bewijsstukken te vorderen.

Artikel

248

De bewindvoerders brengen de bij hen ingediende vorderingen op eene lijst, vermeldende de namen en woonplaatsen der schuldeischers, het bedrag en de omschrijving der vorderingen, alsmede of en in hoever de bewindvoerders die vorderingen erkennen of betwisten.

Artikel

250

Artikel

251

Artikel

252

Artikel

253

Artikel

254

Artikel

255

Artikel

256

De rechter in eersten aanleg bepaalt of en tot welk bedrag de schuldeischers, wier vorderingen betwist zijn, tot de stemming zullen worden toegelaten.

Artikel

257

Artikel

258

Artikel

259

Artikel

260

Artikel

261

Artikel

262

Het gehomologeerde akkoord is verbindend voor alle schuldeischers te wier aanzien de surséance werkt.

Artikel

263

Het in kracht van gewijsde gegane vonnis van homologatie levert, in verband met het in artikel 258 bedoelde proces-verbaal ten behoeve der door den schuldenaar niet betwiste vorderingen een voor tenuitvoerlegging vatbaren titel op tegen den schuldenaar en de tot het akkoord als borgen toegetreden personen.

Artikel

264

Zoolang niet over het aangeboden akkoord uiteindelijk is beslist, eindigt de surséance niet door verloop van den termijn, waarvoor zij is verleend.

Artikel

265

De surséance neemt een einde zoodra het vonnis van homologatie in kracht van gewijsde is gegaan.

Artikel

266

De rechter in eersten aanleg kan, wanneer het akkoord niet wordt aangenomen, den schuldenaar bij vonnis in staat van faillissement verklaren. Wordt het faillissement niet uitgesproken, dan eindigt de surséance zoodra de termijn, in artikel 259 bedoeld, ongebruikt verstreken is of het Hof van Justitie verbetering van het proces-verbaal heeft geweigerd.

Artikel

267

Artikel

268

Artikel

269

In een faillissement, uitgesproken krachtens de artikelen 261, 266 en 268 kan een akkoord niet worden aangeboden.

Derde

afdeeling

Slotbepaling

Artikel

270

Tegen de beslissingen van den rechter, ingevolge de bepalingen van dezen titel gegeven, staat geen hoogere voorziening open, behalve in de gevallen, waarin het tegendeel is bepaald.

Algemene slotbepaling

Artikel

271a

Deze wet wordt aangehaald als: Faillissementswet BES.