Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 7 oktober 2010, nr. 233714, houdende de toedeling van toezichtsbevoegdheden aan de functionarissen voor de gegevensbescherming van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Regeling toezichtsbevoegdheden functionarissen voor de gegevensbescherming OCW)

Regeling toezichtsbevoegdheden functionarissen voor de gegevensbescherming OCW

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Besluit:

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    de minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • b.

    het ministerie: het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • c.

    OCW: Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • d.

    DUO: Dienst Uitvoering Onderwijs;

  • e.

    de wet: de Wet bescherming persoonsgegevens;

  • f.

    de functionarissen voor de gegevensbescherming: de bij het ministerie benoemde functionarissen voor de gegevensbescherming, bedoeld in artikel 62 van de wet;

  • g.

    de functionaris voor de gegevensbescherming OCW: de bij het ministerie, inclusief de daaronder ressorterende diensten en instellingen, met uitzondering van DUO, benoemde functionaris voor de gegevensbescherming;

  • h.

    de functionaris voor de gegevensbescherming DUO: de bij het ministerie, voor zover het betreft verwerkingen van persoonsgegevens door of ten behoeve van DUO, benoemde functionaris voor de gegevensbescherming.

Artikel

2

Reikwijdte

Artikel

3

Betreden plaatsen

Artikel

4

Vorderen inlichtingen

De functionarissen voor de gegevensbescherming zijn bevoegd inlichtingen te vorderen van een ieder die onder het gezag van de minister werkzaam is alsmede van bewerkers.

Artikel

5

Vorderen inzage

Artikel

6

Onderzoeken zaken

Artikel

7

Gebruik bevoegdheden

De functionarissen voor de gegevensbescherming maken van de in de artikelen 3 tot en met 6 beschreven bevoegdheden alleen gebruik voor zover dat redelijkerwijs voor de uitoefening van hun taken nodig is.

Artikel

8

Legitimatiebewijs

Artikel

9

Verplichte medewerking

Artikel

10

Rapportage over onregelmatigheden

Indien een functionaris voor de gegevensbescherming bij de uitoefening van zijn toezichttaak onregelmatigheden aantreft bij de verwerking van persoonsgegevens brengt hij aan de minister rechtstreeks verslag uit, nadat hij de betreffende beheerder over de aangetroffen onregelmatigheden heeft geïnformeerd. Hij kan dit verslag vergezeld doen gaan van een aanbeveling die strekt tot een betere bescherming van de gegevens die worden verwerkt.

Artikel

11

Verslag

De functionarissen voor de gegevensbescherming stellen ieder, jaarlijks vóór 1 april, een verslag op van hun werkzaamheden en bevindingen in het daaraan voorafgaande kalenderjaar. Zij sturen een kopie van hun verslag ter kennisneming aan de departementale ondernemingsraad (DOR), aan de ondernemingsraad van DUO en aan het College bescherming persoonsgegevens. Tevens bieden de functionarissen voor de gegevensbescherming, jaarlijks vóór 1 mei, een gezamenlijk verslag aan de minister aan.

Artikel

12

Privacy-audits

De functionarissen voor de gegevensbescherming kunnen privacy-audits uit laten voeren ter ondersteuning van hun toezichttaak. Een privacy-audit is een beoordeling bij een organisatie of organisatie-onderdeel van een verwerking van persoonsgegevens of van een systeem of project dat als doel heeft persoonsgegevens te verwerken of te gaan verwerken, waarbij het accent ligt op de naleving van wettelijke eisen ter bescherming van persoonsgegevens.

Artikel

13

Register

De functionarissen voor de gegevensbescherming houden op grond van artikel 30 van de wet een register bij van de bij hen aangemelde gegevensverwerkingen. Het register kan door eenieder worden geraadpleegd via de websites van het ministerie en DUO. Verzoeken om inzage in het register worden door de verantwoordelijke functionaris voor de gegevensbescherming afgehandeld.

Artikel

14

Aanbevelingen

De functionarissen voor de gegevensbescherming kunnen rechtstreeks aanbevelingen doen aan de minister, die strekken tot een betere bescherming van de gegevens die worden verwerkt. In gevallen van twijfel overleggen zij met het College bescherming persoonsgegevens.

Artikel

15

Geheimhouding

De functionarissen voor de gegevensbescherming alsmede de in voorkomend geval door hen ingeschakelde personen, bedoeld in artikel 3, tweede lid, zijn verplicht tot geheimhouding van hetgeen hen op grond van een klacht of een verzoek van betrokkene is bekend geworden, tenzij de betrokkene met bekendmaking instemt.

Artikel

17

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant, waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

18

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling toezichtsbevoegdheden functionarissen voor de gegevensbescherming OCW.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,A.Rouvoet