Wet van 28 oktober 2010 tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs in verband met onder meer een discretionaire bevoegdheid van de minister ten aanzien van kwalitatief goede scholen met minder dan 23 leerlingen met perspectief op hoger aantal leerlingen

Wijzigingswet Wet op het primair onderwijs (discretionaire bevoegdheid minister t.a.v. kwalitatief goede scholen met minder dan 23 leerlingen met perspectief op hoger aantal leerlingen, enz.)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is in de Wet op het primair onderwijs de mogelijkheid op te nemen dat Onze minister kan besluiten dat een kwalitatief goede openbare school of bijzondere school met minder dan 23 leerlingen, doch met perspectief op een hoger aantal leerlingen niet wordt opgeheven respectievelijk de bekostiging niet wordt beëindigd en dat het tevens wenselijk is de mogelijkheid voor het sluiten van een samenwerkingsovereenkomst te verruimen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Wijzigt de Wet op het primair onderwijs.

Artikel

II

Overgangsartikel

Artikel

III

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, J. M. van Bijsterveldt-Vliegenthart
De Minister van Veiligheid en Justitie, I. W. Opstelten