Besluit van 18 november 2010 tot het stellen van nadere regels betreffende het vinden van passende arbeid voor gewezen politieke ambtsdragers en het opleggen van sancties aan gewezen politieke ambtsdragers (Besluit sollicitatieplicht Appa voor gewezen politieke ambtsdragers)

Besluit sollicitatieplicht Appa voor gewezen politieke ambtsdragers

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 15 september 2010, nr. 2010-0000419238;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 13 oktober 2010, nr. W04.10.0442/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 25 oktober 2010, nr. 2010-0000685028;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1.1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Hoofdstuk

2

Regels betreffende activiteiten om passende arbeid te vinden

Artikel

2.1

Het verantwoordelijk bestuursorgaan wijst ten behoeve van het opstellen van het plan een re-integratiebedrijf aan.

Artikel

2.2

Het plan bevat de volgende onderdelen:

  • a.

    de naam en adresgegevens van de belanghebbende;

  • b.

    de wijze waarop de belanghebbende bij het verkrijgen van passende arbeid zal worden begeleid;

  • c.

    de sollicitatieactiviteiten die de belanghebbende zal verrichten;

  • d.

    de opleidingen en cursussen die de belanghebbende eventueel zal volgen;

  • e.

    de overige activiteiten die kunnen bijdragen aan het verkrijgen van passende arbeid;

  • f.

    het tijdpad waarbinnen de in het plan opgenomen activiteiten plaatsvinden;

  • g.

    het advies of verplichte planmatige begeleiding en ondersteuning voor belanghebbende is aangewezen;

  • h.

    de wijze waarop en de frequentie waarmee de contacten tussen het re-integratiebedrijf en de belanghebbende zullen plaatsvinden.

Artikel

2.3

Artikel

2.4

Artikel

2.5

Artikel

2.6

Artikel

2.8

Hoofdstuk

3

Planmatige begeleiding en ondersteuning

Artikel

3.1

Artikel

3.2

Een organisatie die planmatige begeleiding en ondersteuning uitvoert, voldoet aan de volgende eisen:

  • a.

    de organisatie is ten minste drie jaar in de Europese Unie gevestigd;

  • b.

    de organisatie heeft ten minste twee consultants in volledige betrekking in dienst die ieder ten minste drie jaar ervaring hebben in planmatige begeleiding en ondersteuning;

  • c.

    de planmatige begeleiding en ondersteuning bestaat in ieder geval uit gemiddeld twee uur per maand persoonlijke en individuele begeleiding;

  • d.

    de organisatie heeft noch rechtstreeks, noch indirect, op enigerlei wijze financiële verbindingen met of geeft financiële bijdragen aan personen, organisaties, bedrijven of daarmee gelieerde natuurlijke of rechtspersonen die direct of indirect invloed hebben op het gunnen van de opdracht tot planmatige begeleiding en ondersteuning.

Hoofdstuk

4

Inhouding van de uitkering

Artikel

4.1

Het verantwoordelijk bestuursorgaan legt een inhouding op, indien het constateert dat:

  • a.

    de belanghebbende weigert te voldoen aan een oproep van of namens het verantwoordelijk bestuursorgaan om de benodigde inlichtingen en informatie te verstrekken voor een goede uitvoering van dit besluit;

  • b.

    de belanghebbende de verplichtingen, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, 52a, eerste lid, of artikel 132a, eerste lid, van de wet niet nakomt;

  • c.

    de belanghebbende de verplichtingen, bedoeld in artikel 7a, tweede lid, 52a, tweede lid, of artikel 132a, tweede lid, van de wet niet nakomt;

  • d.

    de belanghebbende weigert mee te werken aan het opstellen van een plan;

  • e.

    de belanghebbende de in het plan opgenomen verplichtingen niet nakomt;

  • f.

    de belanghebbende weigert mee te werken aan een verplicht opgelegde planmatige begeleiding en ondersteuning.

Artikel

4.2

Artikel

4.3

Een inhouding wordt opgelegd met ingang van de eerste dag dat een verplichting als bedoeld in dit besluit niet of niet behoorlijk is nagekomen.

Artikel

4.4

Indien het verantwoordelijk bestuursorgaan de belanghebbende een inhouding oplegt binnen twee jaar na de bekendmaking van een inhouding wegens dezelfde grond, worden de percentages alsmede het minimumbedrag, genoemd in artikel 4.2, tweede lid, met 50% verhoogd.

Hoofdstuk

5

Slotbepalingen

Artikel

5.1

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel

5.2

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit sollicitatieplicht Appa voor gewezen politieke ambtsdragers.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J. P. H. Donner
De Minister van Veiligheid en Justitie, I. W. Opstelten