Besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van 29 november 2010, no. 167535, houdende openstelling subsidieaanvragen en vaststelling subsidieplafonds (Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2011)

Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2011

De Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • FAB-randen: randen op productiepercelen gericht op het aantrekken van natuurlijke vijanden ten behoeve van natuurlijke plaagbeheersing in het naastgelegen gewas, bestaande uit enkel en alleen FAB-planten;

  • FAB-planten: eenjarige of meerjarige bloemen en kruiden, bruikbaar voor het aantrekken van natuurlijke vijanden;

  • Minister: Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie

  • monitoring:

    • a.

      registratie van de bewerkingen en omschrijving van de ten behoeve van de aanleg en onderhoud van de FAB-rand uitgevoerde werkzaamheden, en

    • b.

      registratie van de gegevens van toepassing van gewasbeschermingsmiddelen gerelateerd aan de aanwezigheid van natuurlijke vijanden in de FAB-rand en de aanwezigheid van plaaginsecten in het aangrenzend perceel. Deze gegevens bestaan uit:

      • 1.

        datum van de bespuiting;

      • 2.

        merknaam en werkzame stof van het gewasbeschermingsmiddel;

      • 3.

        dosering; en

      • 4.

        toegepaste spuitdoppen;

  • regeling: Regeling LNV-subsidies;

  • scouting: registratie van de verhouding van aanwezige plaaginsecten ten opzichte van natuurlijke vijanden in het naast de FAB rand gelegen perceel;

  • verordening (EG) nr. 2200/96: verordening (EG) nr. 2200/96 van de Raad van 28 oktober 1996 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sectoren groenten en fruit (PbEG L 297);

  • verordening (EG) nr. 73/2009: verordening (EG) Nr. 73/2009 van de Raad van 19 januari 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening aan landbouwers in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers, tot wijziging van Verordeningen (EG)nr. 1290/2005, (EG) nr. 247/2006, (EG) nr. 378/2007 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1782/2003 (PbEU L 30).

Hoofdstuk

2

Concurrerende landbouw

Titel

1

Beroepsopleiding en voorlichting

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Per landbouwonderneming kan slechts één aanvraag tot subsidieverlening worden ingediend.

Artikel

6

Er worden geen voorschotten verleend.

Artikel

7

De subsidie bedraagt 50% van de totale kosten van het bedrijfsconsult, training of opleiding, met dien verstande dat de subsidie per dagdeel ten hoogste € 250 bedraagt en de subsidie in totaal ten hoogste € 1500 bedraagt.

Artikel

8

Het subsidieplafond bedraagt € 450.000.

Titel

2

Bedrijfsadviesdiensten

Artikel

9

Artikel

10

Er worden geen voorschotten verleend.

Artikel

11

De subsidie bedraagt 50% van de kosten van een bedrijfsadvies en ten minste € 250.

Artikel

12

Het subsidieplafond bedraagt € 600.000.

Titel

3

Kennisverspreiding (praktijknetwerken)

Artikel

13

Artikel

14

De door de Minister ingestelde beoordelingscommissie brengt na de beoordeling van de aanvragen, bedoeld in artikel 13, advies uit aan de Minister in de vorm van een rangschikking, waarbij aanvragen hoger zijn gerangschikt naarmate:

  • a.

    het gekozen thema en de gekozen aanpak van het project inhoudelijk meer vernieuwend zijn;

  • b.

    het project een meer duurzaam karakter heeft;

  • c.

    de samenstelling van het samenwerkingsverband beter past bij het project;

  • d.

    de kennis en ervaring effectiever worden verspreid.

Artikel

15

Titel

4

Demonstratieprojecten

Artikel

18

Artikel

20

De door de Minister ingestelde beoordelingscommissie brengt na de beoordeling van de aanvragen advies uit in de vorm van een rangschikking.

Artikel

21

In aanvulling op artikel 2:16, tweede lid, van de regeling draagt een project meer bij aan het bevorderen van nieuwe kennis of technologieën in de gehele sector indien:

  • a.

    het samenwerkingsverband groter is;

  • b.

    er meer regionale spreiding is van deelnemende landbouwondernemingen;

  • c.

    er meer regionale en landelijke samenwerking is tussen de landbouwondernemingen in het samenwerkingsverband ten behoeve van kennisuitwisseling en demonstraties.

Artikel

22

De subsidie wordt uitsluitend verleend indien uit het op het project toegesneden communicatieplan volgt dat de resultaten van de scouting en de resultaten van de monitoring openbaar worden gemaakt.

Artikel

24

Het subsidieplafond bedraagt € 6.000.000.

Titel

5

Onderzoek en ontwikkeling (samenwerking bij innovatieprojecten)

Artikel

26

Artikel

27

Artikel

28

Per samenwerkingsverband kan slechts een aanvraag worden ingediend.

Titel

6

Bedrijfsmodernisering

§

1

Investeringen op het terrein van energiebesparing

Artikel

31

Artikel

32

Er worden geen voorschotten verleend.

Artikel

33

Artikel

34

Het subsidieplafond bedraagt € 2.000.000.

§

2

Marktintroductie energieinnovaties

Artikel

35

Artikel

36

De subsidie voor de in artikel 35, eerste lid, bedoelde investeringen bedraagt 40% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 1.500.000.

Artikel

38

Artikel

39

De subsidie voor de in artikel 38, eerste lid, bedoelde investeringen bedraagt 40% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 1.500.000, met dien verstande dat de subsidiabele kosten worden gemaximeerd op € 100/m2 opervlak voor het gesloten en bjibehorende open gedeelte of het totale oppervlak semi-gesloten kas.

Artikel

41

In afwijking van artikel 35, eerste lid, en artikel 38, eerste lid, kunnen geen aanvragen worden ingediend door glastuinbouwonderneming of samenwerkingsverbanden daarvan, indien deze ondernemingen lid zijn van een erkende telersvereniging als bedoeld in artikel 11 van Verordening (EG) nr. 2200/96, tenzij wordt aangetoond dat geen steun wordt ontvangen als bedoeld in artikel 15 of 16 van die verordening voor kosten die uit hoofde van bijlage 2, hoofdstuk 2, van de regeling kunnen worden gesubsidieerd.

Artikel

42

Indien subsidie wordt verleend aan een samenwerkingsverband van een of meer glastuinbouwondernemingen en een of meer andere landbouwondernemingen en het aandeel van de met de investering opgewekte energie dat door die landbouwonderneming of -ondernemingen aan de glastuinbouwonderneming of glastuinbouwondernemingen wordt geleverd minder is dan 100% van de energiecapaciteit die met gebruik van de investering kan worden opgewekt, wordt de overeenkomstig artikel 36 vastgestelde subsidie naar rato van dat aandeel verlaagd.

Artikel

43

De door de Minister ingestelde beoordelingscommissie brengt na de beoordeling van de aanvragen, bedoeld in artikel 35, eerste lid, en 38, eerste lid, advies uit aan de Minister in de vorm van een rangschikking, waarbij de aanvragen hoger zijn gerangschikt naarmate de energieinnovatie naar het oordeel van de commissie:

  • meer bijdraagt aan klimaatneutrale glastuinbouw door een zo laag mogelijk gebruik van primaire energie en een zo laag mogelijke CO² -uitstoot;

  • meer teelttechnisch en economisch perspectief heeft en meer perspectief biedt voor toepassing door andere ondernemingen, of

  • een hoger niveau van doorontwikkeling vertegenwoordigt gericht op teelttechnische of economische inpasbare systemen.

§

3

Investeringen in technieken ter vermindering van de uitstoot fijn stof

Artikel

44

Artikel

45

Er worden geen voorschotten verleend.

Artikel

46

Aanvragen tot subsidievaststelling kunnen worden ingediend tot een jaar na subsidieverlening.

Artikel

48

De subsidie bedraagt 60% van de subsidiabele kosten.

Artikel

49

Het subsidieplafond bedraagt € 20.000.000.

Titel

7

Voedselkwaliteitsregelingen

Artikel

51

Het subsidieplafond bedraagt € 250.000.

Artikel

52

Een landbouwonderneming kan per Skal-certificaat één aanvraag indienen.

Titel

8

Herstructureringssteun Q-koorts 2010

Artikel

53

Artikel

54

Het subsidieplafond bedraagt € 1.500.000.

Artikel

57

Titel

9

Garantstelling

Hoofdstuk

3

Natuur, landelijk erfgoed en recreatie

Titel

1

Nationale en grensoverschrijdende parken

Artikel

60

Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 3:34 van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 3 januari 2011 tot en met 30 december 2011.

Artikel

61

Het subsidieplafond bedraagt ten aanzien van aanvragen door:

  • a.

    de IVN Vereniging voor natuur- en milieueducatie: € 1.478.444,09;

  • b.

    Stichting Samenwerkingsverband Nationale Parken: € 300.000.

Titel

2

Versterking natuur- en bosbeheer bij bos- en landgoedeigenaren

Titel

3

Behoud zeldzame landbouwhuisdierrassen

Artikel

63

Hoofdstuk

4

Visserij

Titel

1

Maatregelen van gemeenschappelijk belang

§

1

Innovatieprojecten

Artikel

64

Artikel

65

Een aanvraag tot subsidieverlening gaat vergezeld van een overzicht van de liquiditeitsbehoefte van de aanvrager.

§

2

Collectieve acties

Artikel

66

Aanvragen tot verlening van een subsidie voor de uitvoering van een project, bedoeld in artikel 4:22, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 1 maart 2011 tot en met 31 maart 2011.

Artikel

68

Het subsidieplafond bedraagt € 3.000.000,–.

Artikel

69

Een aanvraag tot subsidieverlening gaat vergezeld van een overzicht van de liquiditeitsbehoefte van de aanvrager.

§

3

Duurzame ontwikkeling visserijgebieden

Artikel

70

Artikel

71

Artikel 1:2, tweede lid, van de regeling is niet van toepassing op aanvragen als bedoeld in artikel 70 met dien verstande dat de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend niet zijn aangevangen voor 1 januari 2007.

Artikel

72

Een aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een overzicht van de liquiditeitsbehoefte.

Titel

2

Investeringen in vissersvaartuigen

§

1

Investeringen in koelvriesinstallaties

Artikel

73

Artikel

75

In afwijking van artikel 4:37, eerste lid, van de regeling voert de subsidieontvanger de activiteiten waarvoor subsidie is verleend uit binnen twee jaar en zes maanden na de datum van subsidieverlening.

Artikel

76

Een aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een overzicht van gemaakte en betaalde kosten.

Artikel

78

Aanvragen tot verlening van subsidie als bedoeld in artikel 73, eerste lid, kunnen worden ingediend in de periode van 1 februari tot en met 28 februari 2011.

Artikel

79

Het subsidieplafond bedraagt € 5.000.000.

Artikel

80

De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van een accountantsverklaring.

Hoofdstuk

5

Overige bepalingen en slotbepalingen

Artikel

81

De volgende subsidieplafonds worden, voor zover van toepassing, naar rato verhoogd:

  • a.

    de subsidieplafonds, bedoeld in de artikelen 34, 37, onderdeel a, en 40, onderdeel a, met het bedrag of bedragen overgebleven door het niet bereiken van een of meerdere van deze subsidieplafonds;

  • b.

    de subsidieplafonds, bedoeld in de artikelen 37, onderdeel b, en 40, onderdeel b, met het bedrag overgebleven door het niet bereiken van een van deze subsidieplafonds of met het bedrag of bedragen overgebleven door het niet bereiken van een of meerdere van de in onderdeel a bedoelde subsidieplafonds;

  • c.

    de subsidieplafonds, bedoeld in artikel 30, onderdeel a en onderdeel b, met het bedrag overgebleven door het niet bereiken van een van deze subsidieplafonds.

Artikel

82

Artikel

84

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2011.

Artikel

85

Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2011.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,H.Bleker

Bijlage

1

Hoogte van het subsidiepercentage en de subsidiabele kosten bij investeringen op het terrein van energiebesparing als bedoeld in artikel 31, eerste lid

Eerste energieschermen, niet zijnde gevelschermen of (teeltkundig vereiste) verduisteringsschermen of wettelijk verplichte lichtafschermingsschermen (artikel 31, eerste lid, onderdeel a):

Bij uitbesteden materieel en installatie

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 7,00

€ 70.000,–

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming groter dan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 5,20

€ 260.000,–

Bij enkel uitbesteden materieel (installatie door eigen arbeid)

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 3,10

€ 3,90

€ 70.000,–

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming groter dan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 1,40

€ 3,80

€ 260.000,–

Tweede energieschermen, niet zijnde gevelschermen of (teeltkundig vereiste) verduisteringsschermen of wettelijk verplichte lichtafschermingsschermen (artikel 31,eerste lid, onderdeel b):

Bij uitbesteden materieel en installatie

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwonderneming kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 7,00

€ 70.000,–

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwonderneming groter dan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 5,20

€ 260.000,–

Bij enkel uitbesteden materieel (installatie door eigen arbeid)

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwonderneming kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 3,10

€ 3,90

€ 70.000,–

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwonderneming groter dan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 1,40

€ 3,80

€ 260.000,–

Klimaatcomputer (artikel 31, eerste lid, onderdeel c):

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming

25%

€ 50.000,–

Meerinvestering kasdek met antireflectie gecoat kasdekglas (artikel 31, onderdeel d):

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwondernemingen

25%

€ 10,00

€ 500.000,–

Warmtebuffersysteem (artikel 31, eerste lid, onderdeel e):

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming

25%

Tot 60 m3

€ 50.000,–

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming

25%

Tot 125 m3

€ 70.000,–

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming

25%

Tot 250 m3

€ 90.000,–

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming

25%

250 m3 of groter

€ 100.000,–

Verticale ventilatoren (artikel 31, onderdeel f):

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwondernemingen kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 4,–

€ 40.000,–

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwondernemingen groter dan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 3,–

€ 150.000,–

Energieclusters (artikel 31, eerste lid, onderdeel g):

Per aangesloten energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwonderneming

25%

€150.000,–

€ 50.000,–

Hogedruk vernevelingssysteem voor kaskoeling (artikel 31, eerste lid, onderdeel h):

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwondernemingen kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 6,50

€ 65.000,–

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwondernemingen groter dan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 5,00

€ 250.000,–

Gevelscherm, niet zijnde verduisteringsscherm (artikel 31, eerste lid, onderdeel i):

Bij uitbesteding materiaal en installatie

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwonderneming kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 15,–

€ 50.000,–

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwonderneming groter dan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 10

€ 150.000,–

Bij enkel uitbesteden materiaal (installatie door eigen arbeid)

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwonderneming kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 7,–

€ 8,–

€ 50.000,–

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwonderneming groter dan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 6,–

€ 4,–

€ 150.000,–

Energiebesparend ventilatiesysteem met voorverwarming en/of warmte terugwinning (artikel 31, eerste lid, onderdeel j):

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwondernemingen

25%

€ 15,–

€ 750.000,–

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwondernemingen

25%

€ 20,–

€ 1.000.000,–

Meerinvestering diffuus glas (artikel 31, eerste lid, onderdeel k):

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwondernemingen kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 12.,–

€ 120.000

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwonderneming groter dan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 10,–

€ 500.000

Biomassa gestookte ketelinstallatie (artikel 31, onderdeel l):

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwonderneming

25%

0 t/m 500

€ 800,–/kW

€ 400.000,–

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwonderneming

25%

> 500 t/m 1500

€ 600,–/kW

€ 900.000,–

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwonderneming

25%

> 1500

€ 400,–/kW

€ 1.500.000,–

Aansluiting op een energie- of CO2netwerk (artikel 31, onderdeel m):

per aangesloten energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwonderneming

25%

€150.000,–

€ 50.000,–

Bijlage

2

Rekenmodel als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk 2, punt a, onderdeel b, van de regeling. Marktintroductie energie-innovaties: beperking van CO2-emmissie door toepassing van een semi-gesloten kas

Bedrijfsnaam:

Eigenaar/indiener:

Bedrijfsadres:

Postcode/plaats:

Bedrijfswebsite:

Correspondentieadres:

Postcode/plaats:

Telefoonnummer:

E-mailadres:

Aanvraagnummer:

De berekeningen zijn gemaakt op grond van de door de aanvrager ingevulde karakteristieken met betrekking tot het verwarmings- en koelingsysteem, de installaties die in kas en ketelhuis worden voorzien en het door de tuinder gewenste kasklimaat.

Als rekenmodel wordt gebruik gemaakt van programmatuur die in het kader van het project Synergie is ontwikkeld ten behoeve van de technische, energetische en economische beoordeling van gesloten kasconcepten. Dit rekenmodel is gebouwd en wordt onderhouden door de Business Unit Glas van Wageningen UR.

Het model rekent op uurbasis de warmte- en koudebehoefte van de door de aanvrager beschreven kasconfiguratie in een gemiddeld Nederlands jaar. Vanuit deze gegevens wordt voor elk uur uitgerekend welke gas-, elektriciteits-, CO2-behoefte en laagwaardig warmtegebruik of -overschot voor deze kas verwacht mag worden.

Deze berekening wordt gemaakt voor de geconditioneerde kas en voor een relevante referentie.

De vergelijking van de berekende CO2-emissie voor het hierbij ingediende geconditioneerde kasconcept met de referentie leidt tot de conclusie dat de verwachte CO2-emissiereductie ........... bedraagt.

Deel

1

Kasklimaatwensen en kasuitrusting

In de tuinbouw staat de klimatiseringsinstallatie ten dienste van het gewas om een zo gunstig mogelijk kasklimaat te realiseren. Er blijft evenwel, zelfs in geconditioneerde kassen, altijd een spanningsveld tussen het klimaat waarbij het gewas het beste zou groeien en de kosten de gepaard gaan met het realiseren van dat klimaat. Zo wordt in de gangbare tuinbouw weliswaar bij hoge instraling een hoge CO2-concentratie gewenst, maar de dosering wordt toch begrensd om de CO2-gift in overeenstemming te houden met de hoeveelheid warmte die bij de productie van rookgassen vrijkomt. Ook wordt geaccepteerd dat, omwille van een gunstig gascontract, op heel koude dagen de gewenste etmaaltemperatuur niet gerealiseerd wordt. Het model houdt met al deze zaken rekening (middels de begrenzingen van het klimatiseringssysteem (zie deel 2).

De kasklimaatinstellingen die in dit deel moeten worden ingevuld moeten dan ook worden opgevat op dezelfde manier als waarop de instellingen van de kasklimaatcomputer worden gebruikt.

Er staan twee kolommen met invoergegevens en indien de geconditioneerde kas niet de gehele unit beslaat maar slechts een fractie dan komt er nog een derde kolom die aangeeft hoe het klimaat in het niet-geconditioneerde deel gewenst wordt.

In de eerste kolom staan de instellingen die voor de geconditioneerde kas gaan gelden.

De tweede kolom wordt gebruikt om de referentiesituatie te beschrijven. Veel getallen zullen gelijk zijn, maar wellicht wordt in de geconditioneerde kas de temperatuur waarboven gekoeld wordt wat hoger gekozen dan u in de referentie zou hebben gedaan. Ook het gebruik van minimumbuis zal in de geconditioneerde kas vaak minder zijn.

De derde kolom verschijnt in afhankelijkheid van de gesloten kasfractie. De teelt-instellingen in de derde kolom zullen veel gelijkenis vertonen met de instellingen van de tweede kolom.

Elk veld heeft een uitleg, die naar voren komt als de muis erop wordt gelegd. Achterin dit document staan alle toelichtingen bij elkaar geplaatst.

1

Gesloten kas fractie

%

50

n.v.t.

50

2

Gewas (kies: groente, potplant of snijbloem)

groente

groente

groente

3

Kasdek (kies: enkelglas, dubbel of triple)

enkelglas

enkelglas

enkelglas

4

Stooktemperatuur dag

°C

18

18

18

5

Stooktemperatuur nacht

°C

17

17

17

6

Koel- of ventilatietemperatuur

°C

27

27

27

7

Pband ventilatie/koeling

°C

2

2

2

8

Maximale ventilatie met buitenlucht

m3/(m2 hr)

0

n.v.t.

n.v.t.

9

Toegestane RV in de kas

%

85

85

85

10

Deksproeiers (kies ja of nee)

nee

nee

nee

11

Minimumbuistemperatuur

°C

40

40

40

12

VO van het minimumbuisnet

m2 buis/m2

0,2

0,2

0,2

13

Streefwaarde CO2

ppm

900

900

900

14

Maximale doseercapaciteit

kg/(ha hr)

120

180

180

15

Stralingscrit. voor schaduwscherm

W/m2

1000

1000

1000

16

Schaduwfactor schaduwscherm

%

30

30

30

17

Buitentemp sluiten energiescherm

°C

12

12

12

18

Besparingspercentage v.h. scherm

%

45

45

45

19

Belichtingsintensiteit

Wel/m2

0

0

0

20

Belichtingsschema (kies schema 1, 2 of 3)

2

2

2

Belichtingsschema’s

Op deze pagina treft u drie belichtingsschema’s die u kunt gebruiken om de door u gebruikte wijze van belichting vast te leggen. U kunt voor verschillende kasafdelingen verschillende schema’s gebruiken (dus voor de geconditioneerde kasafdeling een ander schema dan voor de referentie of voor de niet-geconditioneerde delen van het nieuw te bouwen of te vernieuwen kascomplex), maar u kunt ook voor alle afdelingen hetzelfde schema gebruiken.

De drie getoonde schema’s zijn voorzien van default instellingen. U kunt ze evenwel naar eigen inzicht aanpassen.

[Schema1] Dit schema wordt gebruikt als u in deel 1 van het formulier belichtingsschema 1 kiest

1

DagnrStartBel

280

(→ dit is 6 oktober)

2

DagnrStopBel

80

(→ dit is 20 maart en betekent 165 dg belichting)

3

IglobBelUit

150

W/m2 globale straling buiten de kas

4

SavondsUit

20

uur

(belichting is 2 uur uit)

5

SavondsAan

22

uur

[Schema2] Dit schema wordt gebruikt als u in deel 1 van het formulier belichtingsschema 2 kiest

1

DagnrStartBel

260

(→ dit is 16 september)

2

DagnrStopBel

91

(→ dit is 31 maart en betekent 196 dg belichting)

3

IglobBelUit

150

W/m2 globale straling buiten de kas

4

SavondsUit

22

uur

(belichting is 4 uur uit)

5

SavondsAan

2

uur

[Schema3] Dit schema wordt gebruikt als u in deel 1 van het formulier belichtingsschema 3 kiest

1

DagnrStartBel

330

(→ dit is 25 november)

2

DagnrStopBel

300

(→ dit is 26 oktober en betekent 335 dg belichting)

3

IglobBelUit

150

W/m2 globale straling buiten de kas

4

SavondsUit

20

uur

(belichting is 4 uur uit)

5

SavondsAan

24

uur

Deel

2

Ketelhuis

Met de installatie van een semi-gesloten kas zal een nieuw ketelhuis worden neergezet of het bestaande ketelhuis worden gerenoveerd. Er zal waarschijnlijk een warmtepomp, een aquifer en een etmaalbuffer voor laagwaardige warmte/kou worden geplaatst en er wordt waarschijnlijk een WK geplaatst. Ook is het denkbaar dat de nieuwe of vernieuwde kas wordt voorzien van additionele CO2-voorziening in de vorm van zuivere- of OCAP-CO2.

In dit deel kunt u de eigenschappen van het nieuwe ketelhuis vastleggen.

Indien het ontwerp om een systeem gaat waarbij de semi-gesloten kas een fractie is van het totale kasoppervlak dat door het nieuw (ingerichte) ketelhuis wordt verwarmd, dan gaat het rekenprogramma er van uit dat de in de zomer verzamelde warmte in de winter zowel op het geconditioneerde deel als op het niet geconditioneerde deel wordt gebruikt (zoals bijvoorbeeld bij Themato).

Als u in het vorige deel hebt aangegeven dat de geconditioneerde kasfractie 100% is, dan betekent dit dat de nieuwe of vernieuwde ketelhuisconfiguratie die hier in deel 2 wordt beschreven uitsluitend wordt ingezet voor (de) geconditioneerde afdeling(en).

Teneinde de gerealiseerde CO2-emissiebeperking te kunnen berekenen dient u ook het referentie-ketelhuis te beschrijven.

Nieuw of vernieuwd ketelhuis

1

Kasoppervlak

1

ha

Geconditioneerd oppervlak

0,5

ha

Niet geconditioneerd opp. 0,5 ha

2

Buffercapaciteit

200

m3

200

m3/ha

3

Thermisch warmtepompvermogen

700

kW th

700

kW/ha

4

Efficientie v.d. warmtepomp

45

%

5

Capaciteit aquifer

200

m3/uur

400

m3/ha gecond. kas per uur

6

Temp verlies scheidingswisselaar

1

°C

7

Bufferinhoud koudebuffer

1500

m3

3000

m3/ha gecond. kas

8

Koude bron laden op

8

°C

9

WK-vermogen

60

kW el.

60

kW/ha

10

elektrisch WK-rendement

42

%

11

thermisch WK-rendement

55

%

12

WK inzetten tijdens piek-uren (ja/nee)

ja

13

Zomerse WK-warmte oversch. in aquif.

nee

Referentie ketelhuis

14

Kasoppervlak

1

ha

15

Buffercapaciteit

100

m3

100

m3/ha

16

WK-vermogen

0

kW el.

0

kW/ha

17

elektrisch WK-rendement

42

%

18

thermisch WK-rendement

55

%

19

WK inzetten tijdens piek-uren (ja/nee)

nee

Deel

3

Koel- en verwarmkarakteristieken

In de geconditioneerde kasafdeling zijn luchtbehandelingunits geplaatst. Tijdens gebruik van deze units leveren ze een bepaalde koelcapaciteit. Deze is vooral afhankelijk van het temperatuurverschil tussen ingaand water en ingaande lucht en van de hoeveelheid lucht die er doorheen wordt geblazen.

Daarnaast speelt ook de luchtvochtigheid een rol. (Deze kan worden verhoogd door gebruik te maken van een fogging installatie (afhankelijk van de instelling in deel 1)).

Bij het gebruik van de installatie koelsysteem wordt er elektriciteit gebruikt. Vooral voor het circuleren van de lucht, maar ook voor het verpompen van water.

Het elektriciteitsverbruik per eenheid koelvermogen, maar ook het waterdebiet en de opwarming van het water is door dit alles sterk afhankelijk van de gekozen luchtbehandelingunits, het aantal dat daarvan gebruikt wordt en de kasklimaatcondities waaronder gekoeld wordt.

Het is niet waarschijnlijk dat de luchtbehandelingskast-leverancier de prestatie van de koelunit onder al die variabele omstandigheden voorhanden heeft. Laat staan dat die dan ook nog gedocumenteerd zouden zijn.

Omdat de kwaliteit van de koelunits echter een duidelijke invloed heeft op het energiebesparingresultaat van semi-gesloten kassen is het noodzakelijk om toch over zo'n prestatie karakterisering te beschikken.

In dit deel wordt vanuit een bench-mark punt (dat bij voorkeur zo dicht mogelijk ligt bij de werkingscondities die representatief zijn voor het gebruik in uw situatie) een karakterisering van het koelsysteem gemaakt die toegesneden is op uw kasklimaatwensen en die het deellastgedrag in beeld brengt. Er worden grafieken gemaakt van het elektriciteitsverbruik als functie van het koelvermogen, het waterdebiet door de koelers en de temperatuur waarmee het water uit de koelers zal komen. Tevens wordt op grond van de koeleigenschappen een karakterisering gemaakt voor het gedrag van deze units bij gebruik voor verwarming.

Hiernaast ziet u een invulveld waarin u specificaties van de gebruikte koelunits kunt aangeven. Vanuit deze specificaties maakt het programma relaties voor het elektriciteitsverbruik tijdens het koelen. Hierbij zijn vanuit de benchmark gegevens, rekening houdend met de achterliggende fysische processen (convectie en condensatie), extrapolaties gemaakt.

Benchmark punten v.d. Koelunit

0

1

Koelvermogen[kW]

20

kW

0

2

Watertemp in [°C]

12

°C

17

0

3

Watertemp uit [°C]

22

°C

0

0

4

Luchttemperatuur in [°C]

26

°C

21

0

5

Luchttemperatuur uit [°C]

16

°C

0

0

6

Koelvermogen geldt bij een RV van

85

%

0

7

Maximaal luchtdebiet [m3/uur]

2000

m3/uur

0

8

Electr.gebr.vent bij max luchtdeb.

0,3

kW

0

9

Waterzijdige drukval

1,2

bar

0

Vanuit de benchmark punten kan worden berekend dat de ontvochtigingscapaciteit 19,6 liter/uur is.

Dit betekent een latente warmteafvoer van 13,3 kW. De voelbare warmteoverdracht is dus 6,67 kW.

Er worden (vraag 10) 60 van deze units op de gekoelde afdeling van 0,5 ha geplaatst ( 83 m2 per unit).

De voelbare warmteoverdrachtscoëfficiënt blijkt 1,67 kW per °C verschil tussen gemiddelde water- en luchttemperatuur.

Verwarmen

Het programma gaat ervan uit dat de luchtbehandelingkasten ook voor verwarmen worden gebruikt.

Op grond van de warmte-overdrachtgegevens in de koelmodus wordt voor de verwarming verondersteld dat de units 0,045 W ventilatorenergie gebruiken per overgedragen W verwarmingsvermogen.

Dit komt neer op een COP-verwarming van 22,2 (dit is exclusief het verbruik van de warmtepomp).

De combinatie van benchmark-punten en kasklimaat in de geconditioneerde afdeling levert de volgende karakteristieken van de koeler:

Hieruit worden de onderstaande tabellen afgeleid waarmee het simulatiemodel zal rekenen.

–1,00

0,00

0,00

0,20

0,10

1,36

32,57

2,42

0,15

1,67

48,86

3,06

0,20

1,92

65,14

3,52

0,25

2,15

81,43

3,87

0,30

2,36

97,71

4,14

0,35

2,55

114,00

4,36

0,40

2,72

130,29

4,53

0,45

2,89

146,57

4,67

0,50

3,04

162,86

4,77

0,55

3,19

179,14

4,85

0,60

3,33

195,43

4,91

0,65

3,47

211,71

4,95

0,70

3,60

228,00

4,97

0,75

3,60

244,29

4,98

0,80

3,60

260,57

4,98

0,85

3,60

276,86

4,96

0,90

3,60

293,14

4,93

0,95

3,60

309,43

4,90

1,00

3,60

325,71

4,85

100,00

3,60

800,00

19,90

Gemiddeld is het uittredend 4,46 °C lager dan de intredende lucht. Voor de pompen wordt met een drukval van 0,69667 bar/(m3/uur) gewerkt.

Deel

4

Overzicht van de resultaten

Hier ziet u de resultaten m.b.t. de teelt en de resultaten qua energieverbruik en CO2-emissie.

Resultaten teelt

Gem. teelttemperatuur winterperiode

°C

17,9

17,8

Gem. teelttemperatuur zomerperiode

°C

0,0

0,0

Gem. CO2 concentratie zomerperiode

ppm

677

405

Jaarlijkse CO2-gift

kg/m2

25

37

Jaarlijks aantal energieschermuren

uur

2291

2291

Jaarlijks aantal schaduwschermuren

uur

0

0

Jaarlijks aantal belichtingsuren

uur

0

0

Resultaten warmte, koude en elektra

Jaarlijkse warmtevraag

MJ/m2

1486

1542

Jaarlijkse laagwaardige warmte naar Aquifer

MJ/m2

372

n.v.t.

Gemiddelde temperatuur naar warme bron

°C

22,3

Jaarlijkse laagwaardige warmte uit Aquifer

MJ/m2

361

n.v.t.

Hoogwaardig warmte-overschot

MJ/m2

0

0

Elektriciteit voor belichting

kWh/m2

0

0

Electriciteit voor koeling en verwarming

kWh/m2

12

n.v.t.

Elektriciteitsgebruik Warmtepomp

kWh/m2

45

n.v.t.

Effectieve COP Warmtepomp

2,9

n.v.t.

Resultaten gas en elektra

Gasinkoop

m3/m2

35

49

Elektra inkoop

kWh/m2

27

1

Elektra verkoop

kWh/m2

12

0

Netto elektra inkoop

kWh/m2

15

1

Resultaten CO2-emissie

CO2-emissie Ketel

kg/m2

42

87

CO2-emissie WKK voor eigen gebruik

kg/m2

14

0

CO2-emissie WKK voor netlevering

kg/m2

6

0

kg/m2

62

87

Conclusie CO2 emissiebeperking

29%