Onderlinge regeling ex artikel 38, eerste lid, Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, inzake de samenwerking tussen de landen bij de implementatie van verdragen

Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten,
Overwegende, dat de landen vorm wensen te geven aan de samenwerking, bedoeld in artikel 27, tweede lid, van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, bij het treffen van maatregelen die noodzakelijk zijn voor de implementatie van verdragen;

Komen het volgende overeen:

Artikel

1

Artikel

2

In een implementatieplan wordt in ieder geval vermeld:

  • a.

    welke maatregelen getroffen moeten worden voordat het verdrag voor het land bekrachtigd kan worden;

  • b.

    binnen welke termijn deze maatregelen getroffen kunnen worden;

  • c.

    of de uitvoering van het verdrag substantiële gevolgen kan hebben voor de begroting van het land; en

  • d.

    of er rapportageverplichtingen voortvloeien uit het verdrag.

Artikel

3

Bij het opstellen van een implementatieplan wordt zoveel mogelijk het model gevolgd dat als bijlage bij deze onderlinge regeling is gevoegd.

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Vijf jaar na inwerkingtreding van deze onderlinge regeling wordt gezamenlijk een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de praktijk opgesteld door Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Dit verslag wordt ter kennisneming aan de raad van ministers van het Koninkrijk aangeboden.

Artikel

8

Deze onderlinge regeling kan in overeenstemming tussen Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten worden gewijzigd.

Deze onderlinge regeling wordt in de Staatscourant, het Afkondigingsblad van Aruba, het Afkondigingsblad van Curaçao en het Afkondigingsblad van Sint Maarten geplaatst.

Aldus in viervoud opgemaakt en getekend,

Voor Nederland:
De Minister van Justitie,E.M.H.Hirsch Ballin
Voor Aruba:
De Minister-President, M.G. Eman
Voor Curaçao:
De Gedeputeerde voor Constitutionele Zaken, S.P. Osepa
Voor Sint Maarten:
De Minister-President, S.A. Wescot-Williams

Format implementatieplan verdragen

  • 1.

    [Titel van het verdrag;

    naam van het land waarop dit implementatieplan betrekking heeft;

    strekking op hoofdlijnen van het verdrag;

    eventueel: verplichte implementatietermijn.]

  • 2.

    [Regelgeving die tot stand moet komen of gewijzigd dient te worden ten gevolge van het verdrag.]1 Hier zo nodig tevens vermelden of het verdrag of een volkenrechtelijke organisatie die toeziet op de naleving van het verdrag normen stelt over de wijze van implementatie van het verdrag.

  • 3.

    [Andere maatregelen dan regelgeving die getroffen moeten worden als gevolg van de binding aan het verdrag.]2 Hier zo nodig tevens vermelden of het verdrag of een volkenrechtelijke organisatie die toeziet op de naleving van het verdrag normen stelt over de wijze van implementatie van het verdrag.

  • 4.

    [Indien nuttig hier een algemene toelichting opnemen bij de keuzes m.b.t. de wijze van implementatie.]

  • 5.

    Heeft de uitvoering van het verdrag naar verwachting substantiële gevolgen voor de begroting ? [Ja/nee]

  • 6.

    Vloeien uit het verdragen rapportageverplichtingen voort? [Ja/nee] [Zo ja, aangeven welke]

  • 7.

    Eerstverantwoordelijk ministerie:3 Indien gewenst kan hier tevens worden vermeld welke directie of afdeling binnen het ministerie eerstverantwoordelijk is. [ ]

  • 8.

    Overige betrokken ministeries4 Indien gewenst kan hier tevens worden vermeld welke directies of afdelingen van een ander ministerie betrokken worden. [indien onvermijdelijk ook adviesorganen, consultatieprocedures en andere formele betrokkenheid hier noemen, met motivering onvermijdelijkheid]:

  • 9.

    Verwachte termijn waarbinnen of datum waarop de implementatiemaatregelen getroffen zullen zijn: [ ]

    • planning ministerraadbehandeling: [datum]

    • planning indiening voorstel van landsverordening/wetsvoorstel [datum]

    • inwerkingtreding van de benodigde maatregelen: [datum]5 Onder ‘benodigde maatregelen’ kan afhankelijk van de inhoud van het verdrag verstaan worden een landsverordening of wet, maar ook lagere regelgeving, organisatorische veranderingen, of andere feitelijke handelingen, voor zover noodzakelijk ter implementatie van het verdrag. Voor de planning kan desgewenst gebruik gemaakt worden van de standaard doorlooptijden die gebruikt worden voor het Nederlandse voortgangsbewakingssysteem d.w.z. drie maanden voor behandeling in de Eerste Kamer, zes maanden voor behandeling in de Tweede Kamer, twee maanden voor het nader rapport en het Kabinet van de Koningin en drie maanden voor de Raad van State. Door deze doorlooptijden op te tellen bij de tijd die nodig is voor de ambtelijke voorbereiding, kan een verwachte datum voor de inwerkingtreding in Nederland berekend worden.

  • 10.

    Contactambtenaar eerstverantwoordelijk ministerie:

    naam:

    tel.:

    e-mail:

    directie/afdeling:

  • 11.

    Contactambtenaren overige ministeries:

    naam:

    tel.:

    e-mail:

    directie/afdeling:

  • 12.

    Transponeringstabel

    ¹ Tussen haakjes kan een korte omschrijving van de strekking van het artikel worden opgenomen.