Verordening van het Productschap Vis van 30 september 2010, houdende regels ter zake van de aan de onder het Productschap Vis ressorterende ondernemers op te leggen heffing voor het jaar 2011 (Heffingsverordening 2011)

Heffingsverordening 2011

Het bestuur van het Productschap Vis;

Besluit:

§

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

a.

Instellingsbesluit Productschap Vis

: Besluit van 3 juni 2003, houdende instelling van een productschap voor ondernemingen op het gebied van de visserij, de be- en verwerking van vis en de handel in vis en visproducten (Stb. 2003, 253);

b.

productschap

: het Productschap Vis, als bedoeld in artikel 3 van het Instellingsbesluit Productschap Vis;

c.

bestuur

: het bestuur van het productschap;

d.

voorzitter

: de voorzitter van het productschap;

e.

secretaris

: de secretaris van het productschap;

f.

ondernemer

: degene, die een onderneming drijft, waardoor het productschap is ingesteld;

g.

vis

: vissen, schaal- en schepdieren, delen van vissen alsmede van schaal- en schelpdieren en puf en nest, een en ander met uitzondering van sier- en aquariumdieren;

h.

visproducten

: vis en uit vis verkregen producten, welke al dan niet na verdere be- of verwerking, tot menselijk of dierlijk voedsel kunnen dienen, welke ingedeeld kunnen worden in één van de goederencodes van het Douanewetboek van de EU beginnend met de cijfers 0301, 0302, 0303, 0304, 0305, 0306, 0307 (met uitzondering van post 030760), 051191, 1604, 1605 of 19022010;

i.

visserij

: het bedrijf van het vangen of kweken van vissen, schaal- en schepdieren en puf en nest, een en ander met uitzondering van sier- en aquariumdieren;

j.

basislijn

: de laagwaterlijn (dieptelijn van nul meter) langs de kust of de lijn die door de kuststaat is getrokken tussen een aantal vaste punten, zoals aangegeven op kaarten die door de bevoegde kuststaat officieel zijn erkend;

k.

zeevis

: vis verkregen door uitoefening van de visserij zeewaarts vanaf een basislijn of door uitoefening van de kustvisserij in de zin van artikel 1, vierde lid onder c, van de Visserijwet 1963, met uitzondering van garnalen, mosselen, oesters, kokkels, spisula, zwaardscheden en mesheften, en nonnetjes;

l.

kweekvis

: forel, meerval, tilapia, paling en tarbot die in Nederland wordt gekweekt en gehouden in recirculatiesystemen en vijvers ten behoeve van productiedoeleinden gericht op menselijke consumptie;

m.

pootvis

: levende jonge vis, schaal- of schelpdieren die bestemd zijn voor de kweek van kweekvis;

n.

trawler

: vaartuig waarvan de lengte over alles 60 meter of meer bedraagt of een vaartuig met een bruto tonnage van meer dan 1.200 BT waarmee de pelagische visserij wordt uitgeoefend, waarbij de gevangen vis en visproducten aan boord worden ingevroren;

o.

kotter

: vaartuig waarvan de lengte over alles minder dan 60 meter bedraagt;

p.

forel

: vissen van de soort Oncorhynchus mykiss;

q.

meerval

: vissen uit de familie van de Clariidae of uit de familie van de Heteropneustidae alsmede een kruising van hieronder vallende soorten onderling of een kruising met één van de soorten uit de families Clariidae of Heteropneustidae;

r.

tilapia

: vissen van de soorten uit het geslacht Oreochromis;

s.

paling

: vissen van de soort Anquilla anquilla;

t.

tarbot

: vissen van de soort Psetta maximus;

u.

garnalen

: garnalen van de soort Crangon crangon;

v.

platte oesters

: schelpdieren uit het geslacht Ostrea;

w.

creuses

: schelpdieren uit het geslacht Crassostrea;

x.

oesters

: platte oesters en crueses;

y.

kokkels

: schelpdieren uit het geslacht Cerastoderma;

z.

spisula

: schelpdieren uit het geslacht Spisula;

aa.

zwaardscheden en mesheften

: schelpdieren uit het geslacht Ensis;

bb.

nonnetjes

: schelpdieren uit het geslacht Macoma;

cc.

mosselen

: schelpdieren uit het geslacht Mytilus of uit het geslacht Perna;

dd.

tarra

: alles wat niet tot de mossel behoort zoals losse schelpen, zeesterren, slikmosselen, slippers, pokken, kluiten modder, stenen, dode of kapotte mosselen als ook zaadmosselen met een lengte van minder dan 45 mm;

ee.

ton

: een inhoudsmaat van 1/7 m3;

ff.

aanvoeren

: het als eerste eigenaar voor de eerste keer of het met behulp van de spanvisserij aan land brengen van vis;

gg.

aanvoerder

: de ondernemer, die met een in Nederland geregistreerd vissersvaartuig of op andere wijze vis aanvoert;

hh.

buitenlandse aanvoerder

: degene die met een in het buitenland geregistreerde kotter in Nederland aanvoert;

ii.

kleinhandelaar

: een ondernemer die als onderdeel van zijn bedrijf heeft of zijn bedrijf maakt van het verkopen van vis of visproducten aan particulieren, instellingen of bedrijven als eindverbruikers;

jj.

afslag

: een veiling van vis of visproducten;

kk.

be- of verwerker

: een ondernemer die als onderdeel van zijn bedrijf heeft of zijn bedrijf maakt van het fysiek in Nederland be- of verwerken van vis of visproducten, zijnde een handeling die het oorspronkelijke product ingrijpend wijzigt door middel van bijvoorbeeld verhitten, roken, zouten, rijpen, drogen, marineren, extraheren, snijden, fileren of een combinatie van dergelijke handelingen, niet zijnde de handelingen aan boord van een vissersvaartuig, fabrieksvaartuig of in een verkooppunt van een kleinhandelaar, waarbij de vis en visproducten eigendom blijven van degene die de opdracht tot be- of verwerken heeft gegeven;

ll.

verwaterplaats

: een al dan niet kunstmatige, al dan niet in de zee of in een zeearm in de Nederlandse kustwateren gelegen plaats of inrichting, welke door ondernemers wordt gebruikt voor het verwateren of opslaan van schelpdieren;

mm.

productiegebied

: een gebied in zee, in een lagune of in een estuarium waarin zich hetzij natuurlijke gronden voor tweekleppige weekdieren, hetzij gebieden die worden gebruikt voor de kweek van tweekleppige weekdieren bevinden en waar levende tweekleppige weekdieren worden verzameld;

nn.

oesterseizoen

:de periode welke loopt vanaf 1 januari 2011 tot en met 31 december 2011;

oo.

inkoopbedrag

: de totale factuurwaarde van alle gekochte vis- of visproducten, met uitzondering van pootvis;

pp.

kopen

: zich in eigendom verwerven door de daarvoor gevraagde of geboden prijs te betalen ofwel de overeenkomst waarbij de ene partij zich verbindt vis of visproducten te leveren en de andere om daarvoor een prijs in geld te betalen;

qq.

vergunning

: de vergunning die verleend is om te vissen op grond van het bepaalde bij of krachtens de Visserijwet 1963 en geldig is of is geweest in de periode van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2011;

rr.

haring

: alle vis behorende tot de soort Clupea harengus, welke al dan niet is gekaakt, gezouten of gerijpt en al dan niet bevroren, schoongemaakt of gefileerd is, vol- en halfconserven daaronder niet begrepen;

ss.

maatjesharing

: haring, welke in de periode van 1 mei 2011 tot en met 31 juli 2011 is gevangen en bestemd is om na be- of verwerking geconsumeerd te worden als Hollandse Nieuwe of maatjesharing.

§

2

Heffingsplicht

Artikel

2

§

3

Grondslag en hoogte heffingen

Artikel

3

(aanvoerheffing)

Artikel

3a

(afslagheffing)

De heffing als bedoeld in artikel 2 bedraagt voor een afslag 0,24 promille van het aankoopbedrag van de door tussenkomst van de afslag verhandelde vis en visproducten met uitzondering van mosselen.

Artikel

4

(aankoopheffing)

De heffing bedoeld in artikel 2 bedraagt voor:

  • a.

    de ondernemer die zeevis koopt van een aanvoerder of van een buitenlandse aanvoerder:

    1,23 promille van het aankoopbedrag van de door hem van een aanvoerder gekochte zeevis, die fysiek Nederland binnenkomt;

  • b.

    de ondernemer die vis koopt van een aanvoerder, als bedoeld in artikel 3, eerste lid onder b:

    3,35 promille van het aankoopbedrag van de door hem van een aanvoerder gekochte vis;

  • c.

    de ondernemer die kokkels of spisula of zwaardscheden en mesheften of nonnetjes koopt van een aanvoerder:

    3,08 promille van het aankoopbedrag van de door hem van een aanvoerder gekochte kokkels of spisula of zwaardscheden en mesheften of nonnetjes;

  • d.

    de ondernemer die mosselen koopt van een aanvoerder:

    € 0,20 per door hem van een aanvoerder gekochte ton mosselen;

  • e.

    de ondernemer die kweekvis koopt van een ondernemer, als bedoeld in artikel 3, eerste lid onder e:

    3,35 promille van het aankoopbedrag van de door hem van een kweker gekochte kweekvis;

  • f.

    de ondernemer die garnalen koopt van een ondernemer, als bedoeld in artikel 3, eerste lid onder f:

    € 0,0033 per kilogram garnalen.

Artikel

4a

(heffing oesters en creuses)

Artikel

5

(handelsheffing)

Artikel

6

(detailhandelsheffing)

Artikel

7

(overige vaste heffingen)

De heffing als bedoeld in artikel 2 bedraagt voor een be- of verwerker € 164,00 per kalenderjaar.

§

4

Vaststelling heffingen

Artikel

8

Artikel

9

(forfaitaire waarden schelpdieren)

Artikel

10

Artikel

11

De secretaris kan, namens het bestuur, beslissen op een verzoek van de ondernemer om via de Mosselveiling te Yerseke betaalde heffingen, als bedoeld in artikel 4, binnen één week te restitueren als deze ondernemer in ieder geval aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • a.

    de ondernemer dient een verzoek in bij het productschapskantoor te Yerseke onder vermelding van de partij mosselen, het productiegebied of verwatergebied waarvan deze partij afkomstig is en het productiegebied waarvoor deze partij bestemd is;

  • b.

    de ondernemer brengt de partij mosselen naar het ponton van de Mosselveiling en laat de medewerkers van het productschapskantoor te Yerseke deze partij opmeten en de tarra vaststellen als deze gegevens van de partij nog niet bekend zijn;

  • c.

    de ondernemer voor de betreffende partij mosselen de gegevens van de black box ter beschikking stelt indien de medewerkers van het productschapskantoor te Yerseke hierom verzoeken;

  • d.

    de ondernemer andere gevraagde gegevens ter beschikking stelt of meewerkt aan nader onderzoek indien de secretaris hierom verzoekt.

§

5

Slotbepalingen

Artikel

12

Rijswijk
D.C. Faber voorzitter D.A.M. Risseeuw secretaris